ECLI:NL:RBDHA:2026:29804

ECLI:NL:RBDHA:2026:29804

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 09-10-2026
Zaaknummer NL26.46864
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asiel, statushouder Griekenland, zelfredzaamheid, beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.46864

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F. Arslan),

en

(gemachtigde: mr. E.N. Spijkerman).

Procesverloop

Bij besluit van 11 augustus 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de versnelde asielprocedure niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2026 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde Als tolk is verschenen [persoon] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1994 en staatloos te zijn (Palestijnse afkomst). Hij heeft op 10 juli 2026 een asielaanvraag in Nederland ingediend.

2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser internationale bescherming geniet in Griekenland. Eiser heeft, gelet op zijn Griekse asielstatus, een zodanige band met Griekenland dat het redelijk is dat hij daarheen terugkeert. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Griekenland terecht zal komen in een situatie van verregaande materiële deprivatie. Verweerder neemt aan dat eiser zal terugkeren naar Griekenland als een niet-kwetsbare, volwassen, alleenstaande man. Niet gebleken is dat eiser niet zelfredzaam is, omdat eiser in Griekenland meermaals werk en huisvesting heeft geregeld en daarmee in zijn (primaire) levensonderhoud heeft voorzien. Tot slot moet eiser de rechten die voortvloeien uit zijn status zelf effectueren in Griekenland. Uit algemene landeninformatie blijkt dat er voor (terugkerende) statushouders in Griekenland mogelijkheden zijn tot ondersteuning hierbij. Indien eiser niet tevreden is kan eiser zijn beklag doen bij de autoriteiten van Griekenland.

3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat hij bij terugkeer naar Griekenland terecht zal komen in een situatie die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Eiser betrekt dit op de toegang tot medische zorg, de toegang tot de arbeidsmarkt en de toegang tot de woningmarkt. Eiser verwijst hierbij naar het rapport van Refugee Support Aegan (RSA) en Stiftung Pro van 27 april 2026. In de aanvullende gronden van beroep heeft eiser ook nog verwezen naar het meest recente rapport van AIDA en een onderzoek van [naam].

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Niet in geschil is dat eiser internationale bescherming geniet in Griekenland sinds 25 juli 2025. De Griekse autoriteiten hebben aan eiser een vluchtelingenstatus verleend met een Griekse asielvergunning (ADET) met een geldigheidsduur van 25 juli 2025 tot en met 24 juli 2028.

5. Verweerder kan op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw een asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaren als een vreemdeling in een andere lidstaat van de Europese Unie internationale bescherming heeft. De aanvraag wordt alleen niet-ontvankelijk verklaard als de lidstaat de internationale verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag, artikel 3 van het EVRM en artikel 3 van het Antifolterverdrag nakomt en de vreemdeling een zodanige band heeft met die lidstaat dat het voor hem redelijk zou zijn naar dat land te gaan.

6. In het arrest Ibrahim is uiteengezet dat bij het aannemen van een risico op een behandeling in strijd met artikel 4 van het Handvest een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid moet worden bereikt. De bewijslast ligt in dit kader bij de statushouder. Volgens het Hof wordt deze (bijzonder hoge) drempel bereikt indien de onverschilligheid van de autoriteiten van een lidstaat tot gevolg zouden hebben dat een persoon die volledig afhankelijk is van de overheidssteun, buiten zijn wil en persoonlijke keuzes om, terechtkomt in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie die hem niet in staat stelt om te voorzien in zijn meest elementaire behoeften, zoals eten, zich wassen en beschikken over woonruimte, en negatieve gevolgen zou hebben voor zijn fysieke of mentale gezondheid in een toestand van achterstelling zou brengen die onverenigbaar is met de menselijke waardigheid.

7. Om te kunnen beoordelen of een asielaanvraag van een Griekse statushouder niet-ontvankelijk kan worden verklaard, heeft verweerder een vaste gedragslijn neergelegd in informatieberichten. Volgens het door verweerder in het bestreden besluit toegepaste IB 2026/1 kan een asielaanvraag van een Griekse statushouder niet-ontvankelijk worden verklaard indien de vreemdeling als zelfredzaam kan worden beschouwd. Een vreemdeling wordt geacht zelfredzaam te zijn indien hij een volwassen, alleenstaande man is die niet kwetsbaar is en beschikt over een geldige verblijfsvergunning. De rechtbank acht dit niet onredelijk.

8. De door eiser overgelegde landeninformatie schetst nog steeds geen rooskleurig beeld van de leefomstandigheden voor statushouders in Griekenland. Zo zijn er bureaucratische drempels voor het verkrijgen de benodigde papieren voor sociale voorzieningen en medische hulp. Ook is het moeilijk om werk te krijgen op reguliere basis en is huisvesting schaars en voor statushouders vaak te duur. In beroep heeft verweerder echter terecht gewezen op het arrest D.O. en L.A. tegen Zweden van het EHRM. In dit arrest heeft het EHRM geoordeeld dat artikel 3 van het EVRM niet ertoe verplicht dat lidstaten iedere vreemdeling binnen hun landsgrenzen voorziet van een huis of financiële hulp om een bepaalde levensstandaard te behouden. Informele huisvesting en informeel werk is voldoende.

9. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser op basis van zijn individuele omstandigheden als zelfredzaam kan worden beschouwd. Bij terugkeer naar Griekenland zal eiser dus niet in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie terechtkomen. Hoewel de rechtbank inziet dat de leefomstandigheden voor statushouders in Griekenland niet rooskleurig zijn, heeft eiser zich wel staande gehouden tijdens zijn verblijf in Griekenland. Eiser heeft ruim één jaar in Griekenland verbleven. Eiser verklaarde dat hij in deze periode onderdak heeft gehad en heeft kunnen werken om zo in zijn basisbehoefte te voorzien. Ook blijkt uit zijn verklaringen dat hij in contact stond met ngo’s en autoriteiten, waarvan hij van stichting Helios gedurende drie maanden steun heeft ontvangen in huisvesting en heeft eiser wegen tot medische zorg gevonden. Hieruit volgt dat eiser zelfredzaam is om hulp te zoeken voor zover hij hier zelf niet in kan voorzien. Bovendien is eisers Griekse verblijfsvergunning nog geldig tot 24 juli 2028. Hij hoeft bij terugkeer dus niet opnieuw een vergunning aan te vragen. Verder volgt uit eisers verklaringen dat hij een sociaal netwerk heeft in Griekenland. Eiser heeft gewezen op de steun van zijn twee broers die de asielprocedure doorlopen in Nederland. Daarover merkt de rechtbank op dat niet is gebleken dat hij samen met zijn broers heeft verbleven in Griekenland. Uit de verklaringen van eiser volgt immers dat zijn broers direct naar Nederland zijn doorgereisd en dat de steun op afstand heeft plaatsgevonden.

10. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Griekenland terecht zal komen in een situatie die in strijd is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht niet-ontvankelijk verklaard.

11. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 7 oktober 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand