ECLI:NL:RBDHA:2026:29810

ECLI:NL:RBDHA:2026:29810

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-10-2026
Datum publicatie 09-10-2026
Zaaknummer 09/118446-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een woningoverval. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren (met aftrek van het voorarrest).

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/118446-24

Datum uitspraak: 9 oktober 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 25 september 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.S. Bettelheim, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. F. Tosun, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 4 april 2024 te Delft tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, flessen parfum en/of een contant geldbedrag en/of schoenen en/of tassen en/of laptops en/of een telefoon en/of een jas en/of een paspoort, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 2] :- op de grond te gooien en/of- te slaan in het gezicht en/of- te slaan met een fles op het hoofd en/of- in een nekklem vast te houden en/of te wurgen en/of- een deken in het gezicht te duwen en/of te drukken en/of- tegen de benen en/of enkel te schoppen en/of te slaan en/of- te slaan met een ijzeren/metalen/stalen pijp op het achterhoofd en/of tegen het lichaam en/of tegelijkertijd de woorden toe te voegen dat hij hierna niet meer zou kunnen lopen en/of door te zeggen "shank hem neer", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

Inleiding

Ter terechtzitting hebben de volgende feiten en omstandigheden niet ter discussie gestaan en deze feiten kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt.

Op 4 april 2024 is de verdachte naar de woning – in een appartementencomplex – gegaan waar de aangever, [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ), op dat moment verbleef. Het betrof de woning van zijn nicht, de aangeefster [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ). Om 23.13 uur zijn drie mannen de woning van [slachtoffer 1] binnengegaan, onder wie de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ). Omstreeks 23.35 uur hebben zich nog twee mannen bij hen gevoegd, onder wie de verdachte. Rond 23.40 uur heeft de groep de woning weer verlaten. De verdachte had op dat moment twee tassen bij zich.

Betrouwbaarheid verklaring [slachtoffer 2]

De verklaringen van [slachtoffer 2] enerzijds en de verklaringen van de verdachte en medeverdachten anderzijds verschillen voor het overige wezenlijk van elkaar. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij die avond door vijf mannen is overvallen en mishandeld. De verdachte heeft daarentegen verklaard dat geen geweld is gebruikt en dat [slachtoffer 2] vrijwillig goederen aan hem heeft meegegeven, als borg in verband met een zakelijk conflict.

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 2] gedetailleerd en consistent heeft verklaard en dat zijn verklaring op essentiële onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen. Zijn verklaring over het tegen hem gebruikte geweld wordt, naast de letselverklaring, ondersteund door de bevindingen uit het buurtonderzoek. Een omwonende heeft tussen 23.20 en 23.50 uur namelijk hard gestommel en geschreeuw gehoord, alsof iemand pijn had. Ook de verklaring van [slachtoffer 1] biedt steun aan de verklaring van [slachtoffer 2] . Uit haar verklaring volgt immers dat zij [slachtoffer 2] in haar woning heeft aangetroffen met zichtbaar letsel, direct nadat de verdachten de woning hadden verlaten. De verklaring van [slachtoffer 2] wordt verder ondersteund door de verklaring van [medeverdachte 2] , die heeft verklaard dat er in de woning duw- en trekwerk heeft plaatsgevonden. Anders dan de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat het letsel van [slachtoffer 2] ook past bij de door hem omschreven geweldshandelingen.

Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat de verklaring van [slachtoffer 2] betrouwbaar is. Zij gaat daarom uit van de juistheid van de feitelijke gang van zaken zoals in die verklaring geschetst.

(Bedreigingen met) geweldshandelingen

De rechtbank stelt vast dat sprake was van een gezamenlijk plan om [slachtoffer 2] te confronteren. Uit de verklaring van [slachtoffer 2] volgt dat [medeverdachte 1] bij binnenkomst vroeg waar zijn geld was. Nadat [slachtoffer 2] had geantwoord dat hij het geld niet had, zei [medeverdachte 1] dat zij op zoek zouden gaan naar waardevolle spullen om mee te nemen. Vervolgens hebben alle vijf de mannen in de woning naar spullen gezocht. Op meerdere momenten waarop [slachtoffer 2] zich daartegen heeft verzet of om hulp heeft geschreeuwd, werd (fors) geweld tegen hem gebruikt.

De rechtbank acht het niet aannemelijk dat [slachtoffer 2] de geldbedragen en waardevolle goederen van hemzelf en [slachtoffer 1] zonder verzet zou hebben afgegeven of zou hebben toegestaan dat deze werden meegenomen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachte en de medeverdachten laat op de avond het appartement van [slachtoffer 2] binnen zijn gegaan om hem te confronteren en vervolgens, nadat was gevraagd naar geld, zijn overgegaan tot het zoeken naar en meenemen van (waardevolle) goederen. Onder deze omstandigheden was het voorzienbaar dat [slachtoffer 2] zich tegen de voorgenomen diefstal zou verzetten en dat bij die confrontatie geweld zou kunnen worden gebruikt. Door desondanks op deze wijze het appartement binnen te gaan en de diefstal voort te zetten, hebben de verdachte en de medeverdachten bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat tegen [slachtoffer 2] geweld zou worden gebruikt. Het geweld en de bedreiging met geweld hebben zich uiteindelijk ook verwezenlijkt.

Gelet op het voorgaande hadden de verdachte en zijn medeverdachten voorwaardelijk opzet op het gebruik van geweld. De rechtbank gaat daarmee voorbij aan de verklaring van de verdachte op dat punt en het daarop gebaseerde verweer van de verdediging. De rechtbank zal alle ten laste gelegde (bedreigingen met) geweldshandelingen bewezen verklaren.

Medeplegen

Op grond van de voornoemde feiten en omstandigheden oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Dat de verdachte op een later moment de woning is binnengekomen, doet daar niet aan af. Niet is gebleken dat hij zich op enige manier heeft gedistantieerd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte gedurende de overval telefonisch contact heeft gehad met [medeverdachte 1] op het moment dat [medeverdachte 1] al in de woning was. Daarbij volgt uit de verklaring van [slachtoffer 2] dat de verdachte hem met zichtbaar letsel aantrof toen hij de woning binnenkwam. Vervolgens heeft de verdachte de woning doorzocht en twee tassen meegenomen. Een vrijspraak voor het gepleegde geweld tegen [slachtoffer 2] ligt, anders dan door de verdediging is betoogd, niet in de rede, omdat voor een bewezenverklaring niet vast hoeft komen te staan dat de verdachte zelf geen geweldshandelingen heeft gepleegd. De nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten leidt tot de conclusie dat het toegepaste geweld aan hen allen kan worden toegerekend. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen.

Conclusie

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij op 4 april 2024 te Delft tezamen en in vereniging met anderen flessen parfum en een contant geldbedrag en schoenen en tassen en laptops en een telefoon en een jas en een paspoort, die aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 2] :- op de grond te gooien en- te slaan in het gezicht en- te slaan met een fles op het hoofd en- in een nekklem vast te houden en te wurgen en- een deken in het gezicht te duwen en - tegen de benen en enkel te schoppen en/of te slaan en- te slaan met een ijzeren pijp op het achterhoofd en tegelijkertijd de woorden toe te voegen dat hij hierna niet meer zou kunnen lopen en door te zeggen "shank hem neer".

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftig maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zijn ondergeschikte rol en de overschrijding van de redelijke termijn. De raadsvrouw heeft verzocht om geen langere gevangenisstraf op te leggen dan de duur van het voorarrest.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een woningoverval op [slachtoffer 2] . Hij heeft er doelbewust voor gekozen een arbeidsconflict met [slachtoffer 2] niet op een andere wijze op te lossen, maar hem rond middernacht in zijn woning op te zoeken en hem daar te confronteren. Bij deze confrontatie is het slachtoffer [slachtoffer 2] bijna een half uur lang overmeesterd geweest door vijf personen. Hij heeft moeten ondergaan dat de woning overhoop werd gehaald op zoek naar geld en waardevolle spullen. Hij is bovendien op intimiderende wijze bedreigd en mishandeld. Zo is hij onder meer geschopt en geslagen met een metalen kledingroede. Toen hij probeerde te schreeuwen, is er een deken op zijn hoofd geduwd. Uit de woning zijn vervolgens veel persoonlijke spullen weggenomen – zowel van [slachtoffer 2] als van [slachtoffer 1] – terwijl nog altijd onduidelijk is of alles uiteindelijk is teruggevonden.

Dit alles maakt dat sprake is geweest van een gewelddadige woningoverval waarbij de verdachte – samen met de medeverdachten –geen moment stil heeft gestaan bij de impact die de gebeurtenissen op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] moeten hebben gehad. Met zijn handelen heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van in elk geval [slachtoffer 2] , op de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid. Een woning behoort bij uitstek een plaats te zijn waar iemand zich veilig moet kunnen voelen. Daarnaast heeft de verdachte geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. De rechtbank rekent dit alles de verdachte aan.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 7 augustus 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor vermogensdelicten is veroordeeld.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 10 juli 2024, waaruit volgt dat sprake is van stabiele huisvesting, structurele dagbesteding en een steunend netwerk. Door de ontkennende houding heeft de reclassering geen inschatting kunnen maken van het recidiverisico. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

Op te leggen straf

Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. Bij het bepalen van de duur heeft de rechtbank in de eerste plaats gekeken naar wat in soortgelijke gevallen doorgaans wordt opgelegd. Het gaat dan om een gevangenisstraf van meerdere jaren.

In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat sprake is geweest van een woningoverval die om meerdere redenen veel impact heeft gehad. Zo was sprake van een groot overtal aan personen in de woning, vond het feit plaats in de voor de nachtrust bestemde uren en zijn de verdachten langere tijd in de woning aanwezig geweest. Daarnaast heeft de verdachte zijn eigen rol gebagatelliseerd en zelfs verklaard dat hij het slachtoffer door zijn manier van handelen alleen maar wilde helpen. Ook die proceshouding neemt de rechtbank in strafverzwarende zin mee.

De rechtbank is verder van oordeel dat de redelijke termijn is overschreden. De termijn is in dit geval gaan lopen vanaf de dag dat de verdachte in verzekering is gesteld, te weten op 6 april 2024. Uitgangspunt is dat de behandeling van de strafzaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die een langere behandelduur rechtvaardigen. Van dergelijke omstandigheden is geen sprake, zodat de redelijke termijn met zo’n zes maanden is overschreden.

De rechtbank acht, alles afwegend, een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, passend en geboden.

7. Het toepasselijke wetsartikel

De op te leggen straf is gegrond op artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Dit voorschrift is toegepast zoals het ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens gold dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens geldt.

8. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 (VIER) JAREN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de aan hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, voorzitter,

mr. C.A.W. Zijlstra, rechter,

mr. T.W. van Gessel, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. R. Claessens, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.R.K.A.M. Waasdorp
  • mr. C.A.W. Zijlstra
  • mr. T.W. van Gessel

Griffier

  • mr. R. Claessens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand