Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige economische kamer
Parketnummer: 83/126460-24
Datum uitspraak: 9 oktober 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [adres] .
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 25 september 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.S. Bettelheim, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. R.D.A. van Boom, naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 14 december 2023, te Rotterdam, althans in Nederland, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:
- 45, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Cobra 6),
binnen het grondgebied van Nederland voorhanden heeft gehad;
3. De bewijsbeslissing
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde opzettelijk voorhanden hebben van professioneel vuurwerk.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van:
Het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee, dossiernummer PL27WZ/24-001120, kenmerk 23-113909, niet doorgenummerd (hierna: PV1);
Het proces-verbaal aan inbeslaggenomen vuurwerk, BVH-nummer 23-113909, met bijlagen doorgenummerd p. 1-10 (hierna: PV2).
1. Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte, opgemaakt op 14 december 2023 (PV1):
Datum aanhouding: 14 december 2023
Locatie aanhouding: Rotterdam
Wij zagen een grijze Honda Logo rijden voorzien van een Nederlands kenteken,
[kenteken] . Wij zagen dat dit voertuig stopte op de straat Rotterdam Airportplein ter hoogte van het Fletcher Wings hotel alwaar een stopverbod geldt. Wij deelden de bestuurder mede dat hij een verkeersovertreding beging en vroegen hem naar de reden hiervan. Wij hebben een controle ingesteld op het voertuig en de inzittenden. Bij dit onderzoek hebben wij in de kofferbak van voornoemd voertuig een tas aangetroffen met hierin 45 stuks vuurwerk van het type Cobra 6.
2. Het proces-verbaal van voorgeleiding i.v.m. aanhouding, opgemaakt op 14 december 2023 (PV1):
De verdachte verklaarde:
Ik was bestuurder van de auto met kenteken [kenteken] .
3. Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk (PV2, p. 2, 7, 9)
De door mij onderzochte partij was voorzien van de PL-code en BVH-nummer: PL1700-23-113909.
lk zag dat dit vuurwerk was van het soort knalvuurwerk (banger / flashbanger). lk zag op het vuurwerk opschriften met betrekking tot het merk, type en/of netto explosieve massa (NEM). Als de NEM aanduiding op het vuurwerk ontbreekt, en wel op de verpakking is vermeld, is de NEM aanduiding omgerekend per stuk weergegeven. lk zag dat op de verpakking van dit vuurwerk en/of bij eerdere onderzoeken van het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk (COV) op soortgelijk vuurwerk, de naam, producent, artikelnummer, categorie, de NEM, CE markering en/of het CE reg. nr. vermeld stond zoals omschreven in onderstaande tabel. lk heb het aantal stuks geteld. lk heb de lengte gemeten.
Mijn bevindingen heb ik weergegeven in onderstaande tabel.
lk heb dit vuurwerk ingedeeld in Lijst III van de Richtlijn voor Strafvordering Vuurwerkdelicten.
lk zag dat het door mij onderzochte vuurwerk was voorzien van de categorie-indeling F4. Knalvuurwerk van hetzelfde merk, naam, type en/of artikelnummer, met gelijke uiterlijke kenmerken als door mij onderzocht, is onderzocht door het NFI. Uit dit onderzoek is gebleken dat dit knalvuurwerk niet voldeed aan de gestelde eisen van het Vuurwerkbesluit en/of de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 en/of Regeling Aanwijzing Consumenten- en Theatervuurwerk.
Op basis van mijn bevindingen stel ik vast dat dit vuurwerk is aan te merken als professioneel vuurwerk.
Bewijsoverwegingen
De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling van het als pleger opzettelijk (dus de misdrijfvariant) voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, is vereist dat de verdachte dit vuurwerk bewust aanwezig had. Daarbij dient sprake te zijn van een meerdere of mindere mate van bewustheid, wat betekent dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het vuurwerk. Daarnaast is vereist dat de verdachte feitelijke macht over dat vuurwerk kon uitoefenen, in die zin dat hij daarover kon beschikken. Daarvoor hoeft het vuurwerk zich niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. Evenmin is vereist dat de verdachte eigenaar is van het vuurwerk.
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat tijdens een doorzoeking van een voertuig op 14 december 2023 in Rotterdam 45 stuks Super Cobra 6, zijnde professioneel vuurwerk, zijn aangetroffen. De verdachte was op dat moment bestuurder van dit voertuig. Daarmee staat vast dat de verdachte beschikkingsmacht had over dat vuurwerk. Dat het vuurwerk (mogelijk) van iemand anders was, laat het voorgaande onverlet.
Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat de verdachte het professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad. De rechtbank is echter van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat dat de verdachte zich ook bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het vuurwerk. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het ten laste gelegde misdrijf, inhoudende dat hij het vuurwerk opzettelijk voorhanden heeft gehad.
Gelet op het voorgaande is wel bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde vuurwerk op genoemde datum en plaats voorhanden heeft gehad. Daarmee is de ten laste gelegde overtreding wettig en overtuigend bewezen.
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
hij op 14 december 2023 te Rotterdam professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:
- 45 stuks knalvuurwerk (Cobra 6),
binnen het grondgebied van Nederland voorhanden heeft gehad.
4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich niet uitgelaten over een eventuele strafoplegging.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk. Het voorhanden hebben van dergelijk vuurwerk, dat een zwaardere of explosievere lading bevat dan het vuurwerk dat in Nederland aan consumenten mag worden verkocht, vormt een bedreiging voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 7 augustus 2026, waaruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
De rechtbank acht, alles afwegend, een taakstraf van 80 uren passend en geboden. Gelet op deze – in omvang beperkte – duur van de taakstraf zal de rechtbank volstaan met de constatering dat in deze zaak de redelijke termijn met bijna tien maanden is overschreden.
7. De toepasselijke wetsartikelen
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:
- 1 a, 2, en 6 van de Wet op de economische delicten;
- 9.2.2.1 Wet milieubeheer;
- 1.2.2 Vuurwerkbesluit.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
8. De beslissing
De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer (artikel 1.2.2 eerste lid van het Vuurwerkbesluit);
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een taakstraf voor de tijd van 80 (TACHTIG) UREN;
beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 40 (VEERTIG) DAGEN.
Dit vonnis is gewezen door
mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, voorzitter,
mr. C.A.W. Zijlstra, rechter,
mr. T.W. van Gessel, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. R. Claessens, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 oktober 2026.