RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.11009
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar)
en
(gemachtigde: mr. A.E. Geçer).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers asielaanvraag. Eiser is het niet eens met de afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft op 1 april 2024 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 1 februari 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 24 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Het asielrelaas
3. Eiser heeft eerder in 2014 in Italië asiel aangevraagd. Daar heeft hij andere personalia opgegeven. Eiser heeft verklaard Nigeria te hebben verlaten vanwege problemen met de broer en zus van zijn vader. Verder heeft hij verklaard dat hij bij zijn vertrek is geholpen door mensensmokkelaars en dat hij door de problemen die hij met de smokkelaars heeft ondervonden naar Nederland is gereisd.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
identiteit, nationaliteit en herkomst;
problemen met familie vanwege erfenis;
problemen met mensensmokkelaars vanwege geldschuld en
discriminatie vanwege religie.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de nationaliteit, herkomst en discriminatie vanwege religie geloofwaardig zijn. De identiteit, problemen met de familie en de problemen met de mensensmokkelaars acht de minister niet geloofwaardig, omdat eiser over deze motieven vaag, onlogisch, tegenstrijdig en wisselend heeft verklaard. De wel geloofwaardig geachte motieven leveren volgens de minister geen vrees voor vervolging dan wel een reëel risico op ernstige schade op. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
Beoordeling door de rechtbank
5. Eiser stelt dat de minister ten onrechte zijn identiteit en gestelde problemen met mensensmokkelaars ongeloofwaardig heeft geacht.
6. De rechtbank overweegt als volgt.
Bij de controle van eisers personalia is gebleken dat eiser in Italië met een andere voornaam, achternaam en geboortejaar staat geregistreerd. Tijdens een op 1 april 2024 gehouden verhoor heeft eiser toegegeven in Italië andere personalia te hebben opgegeven. Omdat eiser naar eigen zeggen geen problemen stelt te hebben met de autoriteiten wijst de minister op de in het algemeen ambtsbericht opgenomen mogelijkheid om in Nederland een paspoort aan te vragen bij de Nigeriaanse ambassade. Dit heeft eiser niet gedaan.
Op de stelling van eiser dat hij wel met originele documenten (een “Attestation of birth” en een “Statutory declaration of age” beide van december 2025) in de onderhavige procedure zijn identiteit aannemelijk heeft gemaakt, is in het bestreden besluit ingegaan. De minister heeft overwogen dat niet valt in te zien op basis waarvan een officiële instantie een door eiser ingezonden pasfoto zonder enige verificatie (live dan wel via het paspoort) aan het document hecht of op welke gronden het document is opgemaakt. De gestelde tante die zou hebben verklaard wie eiser is, is volgens de minister op geen enkele wijze aan eiser te linken en heeft ook geen gewaarmerkte kopie van het paspoort van zichzelf toegevoegd. Verder is gewezen op bevreemdingwekkende fouten in een van de overgelegde documenten.
De rechtbank is van oordeel dat de minister deugdelijk gemotiveerd uiteen heeft gezet waarom de in Nederland opgegeven identiteit niet is gevolgd. Zo is niet alleen ingegaan op de documenten, maar ook op de tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser over waarom hij een onjuiste opgave heeft gedaan van zijn identiteit. De rechtbank is van oordeel dat de minister in onderhavige situatie geen genoegen hoefde te nemen met de enkele verklaring van eiser dat zijn in Nederland opgegeven gegevens juist zijn, ook niet gecombineerd met de na het voornemen overgelegde documenten. Dit biedt immers geen inzicht in alle andere tegenwerpingen.
7. De rechtbank overweegt ten aanzien van de gestelde problemen met mensensmokkelaars vanwege een geldschuld als volgt.
De minister wijst er terecht op dat met betrekking tot dit asielmotief geen documenten zijn ingebracht. Eiser is daarom afhankelijk van de overtuigingskracht van zijn relaas. Door de minister is getoetst of een samenhangend en aannemelijk verhaal is verteld.
Eiser heeft naar voren gebracht dat hij een vriend in Nigeria had en dat hij via deze vriend contact heeft kunnen maken met een netwerk van mensensmokkelaars. In die tijd woonde hij met zijn twee zussen samen. In het nader gehoor van 30 oktober 2025 heeft eiser naar voren gebracht dat zijn zussen het door de smokkelaars gevraagde geld hebben verzameld en hebben betaald. Volgens eiser is na aankomst in Europa meer geld gevraagd en hebben mensensmokkelaars gedreigd zijn zus te vermoorden. De minister stelt terecht dat deze verklaring niet rijmt met de nadien afgelegde verklaring van eiser dat de smokkelaars zijn zussen niet kennen en dat hij hen gelukkig nooit in contact heeft gebracht, omdat zijn zussen anders gevaar zouden lopen. Tijdens de zitting heeft eiser naar voren gebracht dat hij in 2014 contact heeft opgenomen met zijn zussen om aan hen door te geven dat ze gevaar liepen, dat zijn zussen naar aanleiding van dat gesprek zijn gevlucht naar het noorden van Nigeria en dat hij sindsdien zijn zussen niet meer heeft gesproken. Dit heeft eiser niet eerder verklaard. In de wisselende en inconsistente verklaringen ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat de minister de verklaringen geloofwaardig had moeten achten.
De rechtbank ziet ook in hetgeen eiser overigens naar voren heeft gebracht geen grond voor het oordeel dat de minister de verklaringen over gestelde problemen wel had moeten volgen. Daarbij heeft de minister in het nadeel van eiser kunnen meewegen dat eiser vaag, onduidelijk en weinig concreet heeft verklaard over de mensensmokkelaars, terwijl hij anderzijds ook heeft verklaard dat hij in zowel Nigeria als tijdens zijn tienjarige verblijf in Italië wel contact met hen heeft gehad. Dat de mensensmokkelaars onderdeel uitmaken van een criminele organisatie die in het geheim opereert maakt niet dat eiser over het contact, zijn ervaringen en problemen niet concreet en duidelijk zou kunnen verklaren.
8. De rechtbank ziet in hetgeen overigens is aangevoerd evenmin aanleiding het bestreden besluit te vernietigen.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.