ECLI:NL:RBDHA:2026:2986

ECLI:NL:RBDHA:2026:2986

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 16-02-2026
Zaaknummer NL25.50713
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel, Nigeria, rechtbank ziet geen aanleiding om zaak aan te houden in afwachten van de prejudiciële vragen die de zittingsplaats Roermond heeft gesteld aan het Hof van Justitie. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig is. Hierbij is van belang dat eiser geen documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn relaas en zijn verklaringen geen aannemelijk en samenhangend geheel vormen. Eiser heeft gesteld een groot bedrijf te hebben gehad dat internationaal opereerde, zodat verwacht mag worden dat hij hier documenten van kan overleggen of in ieder geval pogingen daartoe onderneemt. Dit bedrijf vormt namelijk de kern van zijn asielrelaas. Beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. A. Sojo).

Samenvatting

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.50713

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. N.A.P. Heesterbeek),

en

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 1985. De minister heeft met het bestreden besluit van 13 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser, mr. Heesterbeek, Y. Igielski als tolk en mr. Sojo.

Beoordeling door de rechtbank

Wat vindt eiser?
De geloofwaardigheid van het sponsoren van de IBOP en dat de autoriteiten eiser daarom willen arresteren

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser was in Nigeria, in [plaats 1] , eigenaar van een bedrijf dat auto’s verkocht. De Nigeriaanse autoriteiten beschuldigden hem ervan dat hij via dit bedrijf de rebellengroep IBOP1 (financieel) ondersteunde. De staatspolitie heeft eiser daarom in februari 2021 tweemaal uitgenodigd op het politiebureau om uitleg te geven. Eiser heeft vervolgens een brief ontvangen dat hij zijn onderneming moest gaan sluiten. Toen eiser eind april 2021 voor een derde keer op het politiebureau werd uitgenodigd, besloot hij hier geen gehoor aan te geven maar te vertrekken naar [plaats 2] . Dat heeft hij in mei 2021 gedaan. Nadat hij een paspoort en een zakenvisum had geregeld, is eiser in juni 2021 vanuit Nigeria naar Oekraïne vertrokken.

Vanwege het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is eiser vervolgens in 2022 naar Nederland gereisd en heeft hier deze asielaanvraag ingediend.

1. Indigenous People of Biafra ( [internetsite] .

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:

 identiteit, nationaliteit en herkomst;

 het sponsoren van de IBOP en dat de autoriteiten eiser daarom willen arresteren.

5. De minister stelt zich op het standpunt dat de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De identiteit van eiser vindt de minister niet geloofwaardig, omdat eiser zonder verschoonbare reden zijn paspoort niet heeft overgelegd. Dat eiser wordt beschuldigd van het sponsoren van de IBOP en de autoriteiten hem daarom willen arresteren heeft de minister evenmin geloofwaardig geacht. Hieraan legt de minister ten grondslag dat eiser geen documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn relaas en daar geen goede verklaring voor heeft gegeven. Daarnaast vormen de verklaringen van eiser op dit punt geen samenhangend en aannemelijk geheel. De minister concludeert daarom dat niet aannemelijk is dat eiser te vrezen heeft voor vervolging2 of een reëel risico loopt op een behandeling strijdig met artikel 3 EVRM3. De minister wijst zijn aanvraag daarom af.

6. Eiser heeft verzocht om aanhouding van de behandeling van zijn beroep, in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie op prejudiciële vragen die de zittingsplaats Roermond heeft gesteld over de geloofwaardigheidsbeoordeling (ECLI:NL:RBDHA:2025:136). Verder heeft eiser aangevoerd dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het ongeloofwaardig is dat hij wordt beschuldigd van het sponsoren van de IBOP en dat hij daarom in de negatieve belangstelling staat van de Nigeriaanse autoriteiten. Eiser voert hiertoe aan dat het hem niet is aan te rekenen dat hij geen documenten heeft overgelegd. Het flatgebouw waarin hij in Oekraïne heeft verbleven, is namelijk verwoest. De documenten die eiser daar had bewaard, zijn dan ook verloren gegaan. Verder stelt eiser dat het voor hem onmogelijk is om digitaal aan documenten met betrekking tot zijn onderneming te komen, hij moet zich hiervoor in persoon wenden tot een soort belastingkantoor in Nigeria. Voor wat betreft zijn legale uitreis uit Nigeria wijst eiser erop dat hij problemen heeft gehad in [plaats 1] terwijl hij zijn paspoort heeft verkregen in [plaats 2] ; het neemt tijd in beslag voordat informatie onderling wordt uitgewisseld. Eiser heeft verder informatie met betrekking tot de veiligheidssituatie in [plaats 1] overgelegd, die in combinatie met zijn persoonlijke problemen moet worden bezien. Wat betreft zijn problemen met de autoriteiten heeft eiser in beroep een ‘police invitation’ overgelegd. Ten slotte heeft eiser bij zijn beroepsgronden een foto overgelegd van medicatie die hij gebruikt.

2 In de zin van het Vluchtelingenverdrag.

3 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Nu deze medicatie niet beschikbaar is in Nigeria zou terugkeer in strijd zijn met artikel 3 van het EVRM.

Wat vindt de rechtbank?

Het verzoek om aanhouding

7. De rechtbank ziet geen aanleiding om de behandeling van het beroep van eiser, in afwachting van de prejudiciële vragen die de zittingsplaats Roermond heeft gesteld aan het Hof van Justitie over de geloofwaardigheidsbeoordeling zoals neergelegd in Werkinstructie 2024/6 (WI 2024/6), aan te houden. Deze zittingsplaats heeft eerder uitspraak gedaan over de in WI 2024/6 neergelegde geloofwaardigheidsbeoordeling.4 De rechtbank verwijst naar de overwegingen 7.1., 7.2. en 7.3. van die uitspraak en neemt deze overwegingen hier over. Kortgezegd heeft de rechtbank overwogen dat er geen grond is om te oordelen dat de toepassing van WI 2024/6 in iedere zaak zonder meer leidt tot een met het Unierecht strijdige geloofwaardigheidsbeoordeling. In elke afzonderlijke asielzaak moet worden beoordeeld of de toepassing van WI 2024/6 onrechtmatig is geweest.

8. De minister heeft zich naar het oordeel van de rechtbank op het standpunt mogen stellen dat de problemen die eiser stelt te hebben gehad vanwege de beschuldiging van het sponsoren van de IBOP, ongeloofwaardig zijn. Hierbij is van belang dat de minister niet is gestopt bij de tegenwerping dat eiser volgens de minister geen goede verklaring heeft gegeven voor het ontbreken van documenten, maar ook heeft beoordeeld of de verklaringen van eiser samenhangend en aannemelijk zijn. De rechtbank zal hierna, aan de hand van de beroepsgronden, verder uitleggen hoe zij tot de conclusie komt dat het standpunt van de minister standhoudt.

9. De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft mogen tegenwerpen dat eiser geen documenten heeft overgelegd om zijn verklaringen te onderbouwen. Eiser heeft verklaard dat hij in verband met zijn autohandel werd beschuldigd van het sponsoren en ondersteunen van de IBOP. Eiser heeft verklaard dat dit een groot bedrijf betrof en dat hij internationaal auto’s verhandelde, wat de nodige administratieve formaliteiten met zich meebracht.5 Ook heeft hij ten behoeve van zijn bedrijf zakenreizen gemaakt naar onder meer de Filipijnen, Zuid-Afrika en Maleisië.6 Daarnaast heeft eiser in verband met zijn bedrijfsactiviteiten een visum voor zijn verblijf in Oekraïne verkregen. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat bij een bedrijf van deze omvang en met deze (internationale) activiteiten, van eiser mocht worden verwacht dat hij hiervan documenten kan overleggen. Dat eiser hier niet toe in staat is gebleken doet ernstig afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn relaas.

10. Hierbij wordt betrokken dat deze bedrijfsactiviteiten de kern van het asielrelaas van eiser betreffen en dat daarom van eiser mag worden verwacht dat hij het belang van deze documenten inziet en deze overlegt dan wel pogingen onderneemt om deze documenten te verkrijgen, fysiek of digitaal. De stelling van eiser dat het onmogelijk voor hem is om aan bedrijfsdocumenten te komen omdat hij hiervoor in persoon naar een soort belastingkantoor in Nigeria moet gaan, leidt niet tot een ander oordeel. Eiser heeft deze stelling immers niet aannemelijk gemaakt en bovendien mag van eiser verwacht worden dat hij ook via andere instanties of via derden aan stukken met betrekking tot zijn bedrijfsactiviteiten probeert te komen, zoals leveranciers, afnemers, de bank of zijn voormalige advocaat. Alleen al hierom kunnen ook de foto’s van het zwaar beschadigde flatgebouw eiser niet baten.

4 Uitspraak van 10 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10057.

5 Pagina’s 18 en 20 van het nader gehoor.

6 Voor tenminste enkele van die reizen heeft eiser zakenvisa aangevraagd, waarvoor hij bijvoorbeeld zijn registratienummer en bewijs van liquide middelen moest overleggen, zie onder meer pagina’s 6 en 8 van het nader gehoor.

11. De minister heeft hiermee naar het oordeel van de rechtbank reeds voldoende gemotiveerd dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd en daarvoor geen afdoende verklaring heeft gegeven, zodat hij niet voldoet aan artikel 31, zesde lid, onder b, Vreemdelingenwet 2000. Dat eiser enkele dagen voor de behandeling ter zitting een ‘police invitation’ heeft overgelegd, maakt dit niet anders. Dit betreft namelijk een ongedateerde kopie, zodat hieraan niet de waarde toekomt die eiser eraan gehecht wil zien. Daarbij roept dit document ook vragen op, omdat het afkomstig van de ‘anti-kidnapping unit’, terwijl eiser wordt verzocht zich te melden in verband met vermeende betrokkenheid bij de IBOP en hij eerder heeft verklaard dat hij een uitnodiging had gekregen van de staatspolitie.7

12. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Hierbij heeft de minister niet ten onrechte betekenis toegekend aan de omstandigheid dat eiser Nigeria probleemloos legaal heeft kunnen verlaten en geen asielaanvraag heeft ingediend in Oekraïne. Eiser heeft na het ontstaan van zijn gestelde problemen een paspoort aangevraagd en verkregen van de Nigeriaanse autoriteiten. Dit duidt niet er niet op dat hij in de negatieve belangstelling staat van de Nigeriaanse autoriteiten, terwijl personen die in verband worden gebracht met de IBOP in Nigeria onder een vergrootglas liggen bij de autoriteiten. De verklaring van eiser hiervoor, namelijk dat sprake is van verwerkingstijd in de informatie-uitwisseling tussen de verschillende staten, heeft de minister niet hoeven volgen. Er is immers geruime tijd – meerdere maanden – verstreken tussen het ontstaan van de gestelde problemen van eiser en zijn vertrek uit Nigeria. Bovendien heeft eiser ook in Nederland nog een nieuw paspoort aangevraagd en gekregen bij de Nigeriaanse ambassade.

13. De minister heeft dan ook voldoende gemotiveerd dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig is en daarom geen aanleiding vormt tot vergunningverlening.

Strijd met artikel 3 EVRM in verband met medische omstandigheden

14. De enkele stelling van eiser dat de medicatie die hij gebruikt niet beschikbaar is in Nigeria, leidt niet tot het oordeel dat zijn terugkeer naar Nigeria strijdig is met artikel 3 van het EVRM. De minister heeft er in dit verband ter zitting niet ten onrechte op gewezen dat onduidelijk is waarvoor eiser de betreffende medicatie gebruikt en of dit structureel is. Evenmin heeft eiser onderbouwd dat deze medicatie niet beschikbaar is in Nigeria.

Conclusie en gevolgen

15. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

7 Zie pagina 18 van het nader gehoor.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van drs. C.L.W. Slycke - van Dort, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

28 januari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.J. Janssen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?