[naam verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. M.A.K. Rahman),
en
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
(gemachtigde: mr. E. van der Meulen).
Inleiding
Bij besluit van 2 januari 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een visum voor kort verblijf afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 4 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit kennelijk ongegrond verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 24/9582, heeft de rechtbank op het beroep beslist. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.R.M. Scheeres, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: