ECLI:NL:RBDHA:2026:30043

ECLI:NL:RBDHA:2026:30043

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 12-10-2026
Zaaknummer C/09/708370 KG ZA 26-754
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Kort geding. Vordering om inlichtingen omtrent inkomen en vermogenspositie te verstrekken gedeeltelijk toegewezen. Reconventionele vorderingen (verstrekken van een overzicht van de executie, alsmede opheffing, schorsing dan wel beperking van executoriale derdenbeslagen) afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/708370 KG ZA 26-754

Vonnis in kort geding van 18 augustus 2026

in de zaak van

[eiser] te [woonplaats] ,

eiser in conventie, verweerder in reconventie,

advocaten: mrs. S.S. Mollova en M.A. van Kleef,

tegen:

TDSL NEDERLAND B.V. te Den Haag,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat: mr. P. Obbeek.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘TDSL’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 juli 2026 met producties 1 tot en met 15;

- de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie met producties 1 tot en met 7;

- de namens [eiser] ingediende producties 16 en 17;

- de namens TDSL ingediende producties 8 en 9;

- de door beide partijen overgelegde pleitnotities.

Op 4 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden.

2. De feiten

[eiser] is in loondienst werkzaam geweest bij TDSL.

Bij vonnis van 15 oktober 2025, met zaaknummer 11444082\RL EXPL 24-23626, heeft de kantonrechter te Den Haag TDSL in het dictum onder 5.1 tot en met 5.7 veroordeeld tot betaling van in totaal € 73.632,22 (bruto voor wat betreft de loonbestanddelen) aan [eiser] ter zake van achterstallig salaris, vakantietoeslag, vakantie-uren en wettelijke verhogingen over het achterstallig salaris, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid van de onderliggende vorderingen. Daarnaast is TDSL veroordeeld tot betaling van € 1.538,69 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 2.583,37 aan proceskosten, beide bedragen te vermeerderen met wettelijke rente.

Bij e-mail van 20 oktober 2025 is TDSL onder meer verzocht om tot betaling van € 84.835,17 over te gaan. Op 28 oktober 2025 is het vonnis van 15 oktober 2025 aan TDSL betekend.

Bij beschikking van 9 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter een verzoek van TDSL om conservatoir eigenbeslag te mogen leggen afgewezen en is TDSL in de proceskosten van [eiser] ad € 521 veroordeeld. Bij e-mail van 14 januari 2026 is TDSL gesommeerd om binnen vijf dagen te bevestigen dat zij binnen zeven dagen zal overgaan tot betaling van de bedragen waartoe TDSL bij vonnis van 15 oktober 2025 en bij beschikking van 9 januari 2026 is veroordeeld. TDSL heeft in verband met deze beschikking op 19 juli 2026 € 521 voldaan.

TDSL heeft op 21 januari 2026 hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de voorzieningenrechter van 9 januari 2026. Bij beschikking van 28 april 2026 heeft het hof Den Haag de beschikking van de voorzieningenrechter van 9 januari 2026 bekrachtigd. Daarbij is TDSL veroordeeld in de proceskosten van [eiser] van de procedure in het principaal hoger beroep ad € 5.275, vermeerderd met wettelijke rente en nakosten, en is [eiser] veroordeeld in de proceskosten van TDSL in het incidenteel hoger beroep ad € 2.022. Bij e-mail van 5 mei 2026 is namens [eiser] een beroep op verrekening gedaan en is TDSL gesommeerd om € 3.253 te betalen.

Op 4 mei 2026 is TDSL een kort geding tegen [eiser] gestart, waarin zij primair opheffing van het door [eiser] op 13 (en 20) april 2026 ten laste van TDSL gelegde executoriale (eigen)beslag heeft gevorderd en subsidiair schorsing van de openbare verkoop van de beslagen vorderingen van TDSL. Bij vonnis van 19 mei 2026 is de vordering van TDSL tot opheffing van het beslag afgewezen en is TDSL veroordeeld in de proceskosten van [eiser] ad € 1.707, te betalen binnen veertien na aanschrijving daartoe. Bij e-mail van 19 mei 2026 is TDSL gesommeerd om het bedrag van € 1.707 binnen veertien dagen te voldoen. TDSL heeft dit bedrag voldaan op 17 juli 2026.

Op 4 juni 2026 heeft de kantonrechter vonnis gewezen in een andere zaak tussen TDSL en [eiser] . In deze procedure heeft TDSL – samengevat – gevorderd (i) een verklaring voor recht dat [eiser] in strijd heeft gehandeld met een geheimhoudingsbeding uit de arbeidsovereenkomst en dat [eiser] gehouden is een boete aan TDSL te voldoen, (ii) een verklaring voor recht dat [eiser] onrechtmatig jegens TDSL heeft gehandeld en aansprakelijk is voor haar schade, (iii) betaling van een boete van € 250.000, (iv) betaling van € 15.000, (v) een veroordeling om opgave te doen van partijen waarmee [eiser] gegevens heeft gedeeld of daar inzage in heeft gegeven op straffe van dwangsommen, (vi) teruggave van gegevens en zaken van TDSL op straffe van dwangsommen en een proceskostenveroordeling. De kantonrechter heeft de vorderingen van TDSL bij vonnis van 4 juni 2026 afgewezen en heeft TDSL wegens misbruik van procesrecht veroordeeld in de werkelijke proceskosten van [eiser] ad € 8.163,27, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Bij e-mail van 8 juni 2026 is TDSL gesommeerd dit bedrag aan [eiser] te voldoen.

Op 5 juni 2026 heeft de kantonrechter in de zaak met zaaknummer 11444082\RL EXPL 24-23626, een verbetervonnis gewezen, waarmee het vonnis van 15 oktober 2025 voor zover relevant als volgt is verbeterd:

“5.7a.

veroordeelt TDSL om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis tot verstrekking van deugdelijke bruto/netto specificaties van de onder 5.1 t/m 5.7 genoemde betalingen aan [eiser] , zulks op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag of gedeelte van een dag dat TDSL in gebreke is of blijft met betrekking tot de voldoening hiervan, met een maximum van € 10.000,00”

Op 11 juni 2026 is het verbetervonnis aan TDSL betekend.

Bij e-mail van 2 juli 2026 is TDSL gesommeerd om volledige inzage te verstrekken in haar actuele inkomens- en vermogenspositie.

3. Het geschil

in conventie

[eiser] vordert – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

i. TDSL veroordeelt om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis aan de advocaat van [eiser] , althans aan [eiser] , althans aan de deurwaarder, althans op een wijze zoals door de Voorzieningenrechter bepaald, schriftelijk, nauwkeurig en gespecificeerd inlichtingen en opgave omtrent haar binnen- en buitenlandse inkomens- en vermogenspositie en omtrent voor verhaal vatbare binnen- en buitenlandse goederen te verstrekken;

en vervolgens telkens na verloop van dertig (30) dagen wederom en op gelijke wijze schriftelijk, nauwkeurig en gespecificeerd inlichtingen en opgave omtrent haar alsdan actuele binnen- en buitenlandse inkomens- en vermogenspositie en omtrent alsdan voor verhaal vatbare binnen- en buitenlandse goederen te verstrekken, totdat is voldaan aan de betalingsverplichtingen jegens [eiser] volgend uit de uitspraken van 15 oktober 2025, 9 januari 2026, 28 april 2026, 19 mei 2026, 4 juni 2026 en 5 juni 2026, op straffe van een dwangsom van € 2.000 per dag of gedeelte daarvan dat niet of niet geheel aan de uit te spreken veroordeling(en) wordt voldaan, met een maximum van € 200.000;

Subsidiair

de voorzieningen en/of bevelen en/of veroordelingen treft die de voorzieningenrechter juist voorkomen en daaraan een door de voorzieningenrechter te bepalen dwangsom verbindt;

Primair en subsidiair

TDSL te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

Daartoe voert [eiser] – samengevat – het volgende aan. TDSL is op basis van verschillende rechterlijke uitspraken gehouden om geldsommen aan [eiser] te betalen. TDSL betaalt echter niet. Zij heeft haar bankrekeningen leeggetrokken en door middel van de derdenbeslagen is pas zeer recentelijk een bedrag ontvangen. TDSL tracht verhaal te frustreren door niet te betalen, haar rekeningen leeg te houden en haar schuldenaren geen facturen te sturen. Uit vaste rechtspraak volgt dat TDSL inlichtingen moet verschaffen over haar inkomens- en vermogenspositie en over haar voor verhaal vatbare goederen. Dit vloeit voort uit de eisen van redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen schuldeisers en schuldenaren in de executiefase beheersen en is in het arrest Tripels/Masson aanvaard. TDSL is op grond van artikel 475g Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), welke bepaling moet worden bezien tegen de achtergrond van de bredere uit de redelijkheid en billijkheid voortvloeiende informatieplicht, gehouden om schriftelijke opgave te doen van al haar binnen- en buitenlandse inkomen en vermogen.

TDSL voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in reconventie

TDSL vordert – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

[eiser] beveelt binnen vijf werkdagen na betekening van het vonnis aan TDSL een door de deurwaarder opgestelde of schriftelijk bevestigde executieafrekening te verstrekken, waarin per executiemaatregel zijn vermeld: de datum, de derde of bron, het bruto ontvangen bedrag, de ingehouden kosten, de toerekening aan hoofdsom, rente en kosten, en het volgens [eiser] resterende saldo alsmede een deugdelijke bruto – netto berekening ter zake van het vonnis van 15 oktober 2025, met duidelijke opgave van de berekende rentebedragen;

[eiser] beveelt de executoriale derdenbeslagen ter zake van het vonnis van 15 oktober 2025 onder alle derden binnen 24 uur te doen opheffen nadat uit de executieafrekening volgt dat de titel volledig is voldaan;

Subsidiair

de verdere executie en uitbetaling aan [eiser] uit hoofde van die derdenbeslagen schorst totdat de in het eerste reconventionele onderdeel bedoelde afrekening is verstrekt en het resterende saldo is vastgesteld;

Meer subsidiair

de verdere executie beperkt tot het door de voorzieningenrechter voorlopig vast te stellen restantbedrag en [eiser] te bevelen de deurwaarder dienovereenkomstig te instrueren;

In alle gevallen

aan de in reconventie bedoelde bevelen een dwangsom verbindt van € 2.500 per dag of dagdeel dat [eiser] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag;

[eiser] veroordeelt in de proceskosten in reconventie, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze kosten niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn voldaan;

Daartoe voert TDSL – samengevat – het volgende aan. [eiser] heeft geen controleerbare afrekening van de executie gestuurd, terwijl TDSL die nodig heeft om haar positie te bepalen en om te beoordelen of de nog bestaande derdenbeslagen een doel dienen. Daarnaast vordert TDSL opheffing, althans schorsing of beperking van de bestaande executoriale derdenbeslagen voor zover sprake is van een onevenredige overdekking. Voortgezette executie zonder resterende vordering ontbeert een redelijk belang en levert misbruik van bevoegdheid op. In een belangenafweging moeten de na het vonnis gerealiseerde executieopbrengsten en het risico van overexecutie worden betrokken.

[eiser] voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Bezwaar tegen producties 16 en 17

TDSL heeft bezwaar gemaakt tegen de door [eiser] ingediende aanvullende producties 16 en 17, bestaande uit in opdracht van [eiser] opgestelde salarisspecificaties en een toelichting daarop van 31 juli 2026. Volgens TDSL zijn de producties pas op 3 augustus 2026 omstreeks 08:15 uur ingediend. Ter zitting is echter gebleken dat [eiser] deze producties op 31 juli 2026 om 17:35 uur heeft ingediend. TDSL heeft zich op het standpunt gesteld dat ook dit te laat is, omdat producties op grond van het procesreglement zo snel mogelijk moeten worden ingediend. Mr. Mollova heeft verklaard dat de salarisspecificaties en de toelichting daarop op 31 juli 2026 zijn aangeleverd door de salarisadministrateur en vervolgens direct door haarzelf zijn ingediend. De voorzieningenrechter constateert dat de producties zijn ingediend op de datum van de dagtekening, namelijk op 31 juli 2026. De producties zijn daarmee zo spoedig mogelijk en bovendien vier dagen voor de zitting ingediend, waarvan weliswaar twee weekenddagen. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter op tijd, zodat het bezwaar van TDSL tegen producties 16 en 17 van [eiser] wordt afgewezen. Ook deze stukken behoren tot het procesdossier.

in conventie

Spoedeisend belang

[eiser] stelt dat TDSL, die in verschillende rechterlijke uitspraken is veroordeeld tot betaling van aanzienlijke bedragen aan [eiser] , tracht verhaal te frustreren door niet te betalen, haar rekeningen leeg te houden en haar schuldenaren geen facturen te sturen. Daarmee is zijn spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen gegeven.

Strijd met artikel 21 Rv?

Volgens TDSL handelt [eiser] in strijd met artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), omdat de dagvaarding geen volledig beeld geeft. Uit hetgeen hierna wordt overwogen blijkt dat, voorzover [eiser] voor de beslissing van belang zijnde feiten niet volledig en naar waarheid heeft aangevoerd, de voorzieningenrechter daaruit de gevolgtrekking maakt die zij geraden acht.

Opgave inkomen, juridisch kader

De voorzieningenrechter stelt voorop dat een schuldenaar in beginsel verplicht is een schuldeiser die een veroordeling tot betaling van een geldsom jegens hem verkreeg, inlichtingen omtrent zijn inkomens- en vermogenspositie en omtrent voor verhaal vatbare goederen te verschaffen. Hoever deze op de redelijkheid en billijkheid gebaseerde verplichting in een voorliggend geval reikt, hangt af van de concrete omstandigheden van dat geval. Bij het bepalen van de (reikwijdte van de) verplichting dient de rechter zich er rekenschap van te geven dat het wettelijk stelsel van informatie- en verantwoordingsverplichtingen niet wordt doorkruist (HR 20 september 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0338, Tripels/Masson ). De informatieplicht van de schuldenaar kan verder strekken naarmate er aanwijzingen zijn dat de schuldenaar vermogensbestanddelen heeft onttrokken aan verhaal (Hof Amsterdam 21 september 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BV0492).

Deze algemene, op de redelijkheid en billijkheid gebaseerde, informatieplicht is in artikel 475g Rv uitgewerkt voor de situatie dat een deurwaarder beslag wenst te leggen. Dit artikel bevat de verplichting voor de schuldenaar om zijn bronnen van inkomsten op te geven. Deze bepaling verplicht de schuldenaar niet om naast zijn bronnen van inkomsten ook van zijn vermogen opgave te doen, nu uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever de mededelingsplicht minder ver heeft willen doen strekken dan in faillissement waar de failliet ingevolge artikel 105 Faillissementswet (wel) verplicht is de curator alle gewenste inlichtingen te verschaffen. Het voorgaande is niet anders in het licht van het hiervoor genoemde arrest Tripels/Masson (aldus HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1776). Ook is deze algemene informatieplicht uitgewerkt in artikel 475aa Rv, krachtens welke bepaling een schuldenaar verplicht dient op te geven welke bank geldmiddelen van hem onder zich heeft.

De vorderingen van [eiser] worden gedeeltelijk toegewezen

Volgens TDSL stuit de vordering van [eiser] af op de beperkte reikwijdte van artikel 475g Rv, omdat dit artikel volgens TDSL uitsluitend betrekking heeft op inkomsten die relevant zijn voor de berekening van de beslagvrije voet. De bepaling biedt daarom geen grondslag voor een informatievordering tegen een rechtspersoon, aldus TDSL. Hoewel artikel 475g Rv inderdaad een grondslag biedt om de voor de vaststelling van de beslagvrije voet benodigde gegevens te verstrekken, volgt uit dit artikel ook een algemene informatieplicht. Daarnaast volgt deze algemene informatieplicht uit de redelijkheid en billijkheid, waarop [eiser] tevens een beroep heeft gedaan. De redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de concrete omstandigheden van het geval dus meebrengen dat TDSL in de executoriale fase tot opgave van vermogen(sbestanddelen) verplicht is (Hof Den Haag 15 oktober 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2872). De executoriale fase is aangevangen ten aanzien van het vonnis van 15 oktober 2025 en het verbetervonnis van 5 juni 2026, nu [eiser] deze vonnissen aan TDSL heeft laten betekenen. De overige vonnissen waarmee [eiser] veroordelingen tot betaling van geldsommen jegens hem verkreeg, zijn (nog) niet betekend.

Tussen partijen bestaat verschil van mening over de hoogte van het netto-bedrag dat TDSL in hoofdsom op grond van het vonnis van 15 oktober 2025 aan [eiser] verschuldigd is. Volgens [eiser] is dat € 43.056,24 en volgens TDSL is dat een lager bedrag, namelijk

€ 41.723,49. In het beperkte bestek van dit kort geding is niet vast te stellen wie er gelijk heeft. Voor de uitkomst van deze procedure maakt het geen verschil, zoals blijkt uit hetgeen hierna wordt overwogen.

Tussen partijen is niet in geschil dat er inmiddels in elk geval een bedrag van € 43.700 door de deurwaarder is geïnd. Een bedrag van € 5.200 is geïnd door middel van een executieveiling. Daarnaast is er door middel van derdenbeslag onder [bedrijf] B.V., op 1 juli 2026 een bedrag van € 38.500 door de deurwaarder ontvangen. TDSL stelt dat er mogelijk meer is geïnd, maar dat blijkt nergens uit. Er is geen enkele aanleiding om aan te nemen dat, zoals zij ter zitting heeft geopperd en [eiser] heeft betwist, door een andere derde-beslagene mogelijk ook bedragen aan de deurwaarder zijn afgedragen zonder dat [eiser] daarvan in deze procedure melding heeft gemaakt.

Naar voorlopig oordeel blijkt uit het voorgaande dat TDSL nog niet volledig aan het vonnis van 15 oktober 2025 heeft voldaan. In dat vonnis is TDSL immers ook veroordeeld tot betaling van een bedrag van in totaal € 4.122,06 aan buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Ook indien, met TDSL, wordt uitgegaan van een op basis van het vonnis van 15 oktober 2025 verschuldigde netto hoofdsom van € 41.723,49 is met het geïnde bedrag van € 43.700 nog niet volledig aan de uit het vonnis voortvloeiende betalingsverplichting voldaan. Daarbij is dan nog niet eens rekening gehouden met verschuldigde wettelijke rente (waarvan de hoogte in het bestek van dit geding niet is vast te stellen) en deurwaarderskosten, die naar [eiser] onbetwist heeft gesteld, al € 3.200 aan executiekosten bedragen.

Het voor het eerst ter zitting met zoveel woorden ingenomen standpunt van [eiser] dat TDSL hem ook een bedrag van € 4.500 wegens op grond van het verbetervonnis verschuldigde dwangsommen is verschuldigd, wordt buiten beschouwing gelaten. TDSL heeft hierop onvoldoende kunnen reageren. Het had op de weg van [eiser] gelegen deze stelling in de dagvaarding in te nemen en uit te werken, maar dat heeft hij nagelaten. Met deze vordering wordt hierna dan ook geen rekening gehouden.

Gelet op de omstandigheid dat 1) het vonnis van 15 oktober 2025 vooral gaat om loonvorderingen en dus het levensonderhoud van [eiser] betreffen, 2) TDSL eigener beweging nog geen cent heeft voldaan, 3) TDSL niet heeft betwist haar bankrekeningen te hebben leeggehaald en geen facturen te sturen aan beslagen debiteuren wat naar het oordeel van de voorzieningenrechter duidt op verhaalsontwijking en 4) inmiddels via de deurwaarder al een aanzienlijk deel van de vordering is geïncasseerd, ziet de voorzieningenrechter aanleiding TDSL te verplichten opgave te doen van de bedragen die de derde beslagene(n) die tot nu toe niets aan de deurwaarder heeft/hebben afgedragen en [bedrijf] B.V. aan haar verschuldigd zijn ter zake van reeds uitgevoerde diensten/transacties/leveringen waarvoor door TDSL nog geen factuur is verstuurd. Voor een verdergaande veroordeling ziet de voorzieningenrechter vooralsnog geen aanleiding. Daartoe is van belang dat niet kan worden uitgesloten dat de te verstrekken informatie zal leiden tot volledige voldoening aan het vonnis van 15 oktober 2025. Het belang van TDSL bij bescherming van bedrijfsvertrouwelijke gegevens weegt gelet daarop nu (nog) zwaarder dan het belang van [eiser] in verdere inzage in de inkomstenbronnen van TDSL. Daarbij weegt ook mee dat het op de weg van [eiser] had gelegen om, onderbouwd met relevante stukken, inzichtelijk te maken wat de openstaande vorderingen zijn en welke bedragen daarop inmiddels zijn voldaan en hoe de door de deurwaarder geïnde bedragen zijn aangewend. Dit heeft hij echter nagelaten, zodat een volledig beeld over de openstaande vordering ontbreekt.

Het voorgaande leidt toe dat de primaire vordering wordt toegewezen zoals vermeld in het dictum.

Proceskosten

TDSL is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht € 341

- salaris advocaat € 1.177

- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de

beslissing)

Totaal € 1.707

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

in reconventie

Het overzicht van de executie

TDSL vordert een controleerbare afrekening van de executie tot op heden, omdat zij niet weet welke bedragen op welke datum door [eiser] zijn ontvangen vanwege de executoriale derdenbeslagen, welke kosten daarop zijn ingehouden, hoe de ontvangsten zijn toegerekend en welk saldo resteert. TDSL heeft echter niet onderbouwd op grond waarvan [eiser] hiertoe verplicht zou zijn. Daar komt bij dat uit niets is gebleken dat TDSL voorafgaand aan deze procedure tevergeefs om een dergelijk overzicht heeft verzocht en evenmin dat [eiser] niet bereid is een dergelijk overzicht vrijwillig te verschaffen. Daarom wordt de vordering afgewezen.

Geen opheffing, schorsing of beperking van de executoriale derdenbeslagen

TDSL vordert primair (onder ii) dat [eiser] wordt bevolen om de executoriale derdenbeslagen ter zake van het vonnis van 15 oktober 2025 onder alle derden binnen 24 uur op te heffen nadat uit de executieafrekening volgt dat de titel volledig is voldaan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat er op dit moment geen aanleiding voor opheffing van de executoriale derdenbeslagen, omdat niet gebleken is dat de vorderingen van [eiser] uit hoofde van het vonnis van 15 oktober 2025 geheel zijn voldaan. Ook heeft TDSL niet aannemelijk gemaakt dat [eiser] niet tot opheffing van de executoriale derdenbeslagen zal overgaan indien de onderliggende vorderingen volledig zijn voldaan. De primaire vordering onder (ii) wordt daarom afgewezen.

TDSL heeft subsidiair schorsing van de executie uit hoofde van de derdenbeslagen gevorderd totdat [eiser] een afrekening van de tot op heden ontvangen bedragen heeft verstrekt en het resterende saldo is vastgesteld, en meer subsidiair dat de executie wordt beperkt tot een door de voorzieningenrechter voorlopig vast te stellen restantbedrag. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat er op dit moment geen aanleiding voor schorsing of beperking van de executoriale derdenbeslagen. Zoals hiervoor al is overwogen, is niet gebleken dat [eiser] niet bereid zou zijn om een overzicht te verstrekken van zijn openstaande vorderingen op TDSL. TDSL heeft voorafgaand aan deze procedure niet verzocht om een dergelijk overzicht. De voorzieningenrechter ziet ook geen aanleiding om zelf een voorlopig restantbedrag vast te stellen en heeft overigens ook onvoldoende informatie om dat te kunnen doen. Dit betekent dat de vorderingen onder iii., en iv. worden afgewezen. In het verlengde daarvan wordt ook de gevorderde dwangsom afgewezen.

Proceskosten

TDSL is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- salaris advocaat € 1.177

- nakosten € 189

Totaal € 1.366

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

veroordeelt TDSL om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis schriftelijk opgave te doen aan (de advocaat van) [eiser] van de bedragen die de derde beslagene(n) die tot nu toe niets aan de deurwaarder heeft/hebben afgedragen en [bedrijf] B.V. aan haar verschuldigd zijn ter zake van reeds uitgevoerde diensten/transacties/leveringen waarvoor door TDSL nog geen factuur is verstuurd;

veroordeelt TDSL in de proceskosten van [eiser] , begroot op € 1.707, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als TDSL niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet TDSL € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;

veroordeelt TDSL in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt TDSL in de proceskosten van [eiser] , begroot op € 1.366, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als TDSL niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet TDSL € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026.

3556

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand