ECLI:NL:RBDHA:2026:30047

ECLI:NL:RBDHA:2026:30047

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 12-10-2026
Zaaknummer C/09/707885 / KG ZA 26-717
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Kort geding. Geschil over omvang erfdienstbaarheid. Gevorderde verbod om perceel te gebruiken en gebod om zaken te verwijderen op straffe van dwangsommen afgewezen. Ook de in reconventie gevorderde verboden die verband houden met de erfdienstbaarheid afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/707885 / KG ZA 26-717

Vonnis in kort geding van 10 september 2026

in de zaak van

STICHTING VALERIUS te De Bilt,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna: Valerius,

advocaten: mrs. N. Rustenburg en M.E. Wesselingh,

tegen:

1. [gedaagde 1] te [woonplaats] ,

2. [gedaagde 2] te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

hierna: [gedaagden 1] c.s.,

advocaat: mr. J. Hemelaar,

3. [gedaagde 3] te [woonplaats] ,

4. [gedaagde 4] te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie, eisers in reconventie,

hierna: [gedaagden 2] c.s.,

advocaat: K.M. de Milde,

5. [gedaagde 5] te [woonplaats] ,

6. [gedaagde 6] te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

hierna: [gedaagden 3] c.s.,

in persoon.

Gedaagden sub 1 tot en met sub 6 worden hierna tevens gezamenlijk aangeduid als ‘gedaagden’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 6 en 7 augustus 2026 met producties 1 tot en met 14;

- de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie van [gedaagden 2] c.s. van 19 augustus 2026 met producties 1 tot en met 10;

- de conclusie van antwoord in conventie van [gedaagden 1] c.s. van 25 augustus 2026 met producties 1 tot en met 5;

- de brief van 25 augustus 2026 namens [gedaagden 1] c.s., inhoudende een correctie op de conclusie van antwoord;

- de door Valerius overgelegde pleitnotitie.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

[bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ) is eigenaar geweest van het perceel [adres 1] , inmiddels kadastraal bekend als gemeente [kadastraal nummer 1] (hierna: ‘ [adres 1] ’ of ‘het perceel van Valerius’). Op het perceel stonden omstreeks 2004 een boerderij en een aantal stallen. De bestuurder van [bedrijf] was destijds de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] sr.).

Omstreeks 2004 heeft [naam 1] sr. een bouwplan ontwikkeld om de boerderij tot twee woningen te verbouwen, het perceel [adres 1] te verkavelen en drie nieuwe woningen te bouwen nabij de boerderij en de stallen:

[adres 2] , kadastraal bekend gemeente [kadastraal nummer 2] (hierna: [adres 2] );

[adres 3] , kadastraal bekend gemeente [kadastraal nummer 3] (hierna: [adres 3] ):

[adres 4] , kadastraal bekend gemeente [kadastraal nummer 4] (hierna: [adres 4] ).

De gemeente Noordwijk heeft op 28 september 2004 een bouwvergunning verleend voor het bouwproject. In de brief van 28 september 2004 is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:

‘Voorts is in de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid opgenomen dat in 1,5 parkeerplaats per woning moet worden voorzien. Het verkavelingsplan gaat uit van 10 parkeerplaatsen (3 garageboxen en 7 in de buitenlucht), zodat in de parkeerbehoefte voor de vijf woningen ruimschoots wordt voorzien.’

De percelen [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] grenzen niet aan de openbare weg. Ten behoeve van deze percelen en ten laste van het perceel [adres 1] (destijds nummer [kadastraal nummer 5] ) zijn onder andere de volgende erfdienstbaarheden gevestigd:

‘Vestiging erfdienstbaarheden

[…]

ten behoeve van het verkochte en ten laste van het aan verkoper in eigendom verblijvende gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente [kadastraal nummer 5] , als dienend erf:

1. de erfdienstbaarheid van weg inhoudend het recht voor de eigenaren en gebruikers van het heersend erf om met aan- en afrijdend verkeer te komen en te gaan van en naar de openbare weg ( [straat] ) uit te oefenen over de bestaande uitweg.

[…]

2. de erfdienstbaarheid tot het mogen hebben, houden, onderhouden en instandhouden (waaronder begrepen vernieuwen) van buizen, kabels en/of leidingen (gas, water, electriciteit, telefoon, riolering enzovoort) in het dienend erf.’

Op 30 juni 2004 is het perceel [adres 4] door [bedrijf] aan [gedaagden 3] c.s. geleverd. Op dit perceel bestaat ruimte om twee auto’s te parkeren.

Op 6 september 2004 is het perceel [adres 3] door [bedrijf] aan de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3] geleverd. Op 7 februari 2005 hebben zij dit perceel aan [gedaagden 2] c.s. geleverd. Op dit perceel, dat hoger is gelegen dan het perceel [adres 1] , is geen eigen parkeergelegenheid.

In 2006 zijn in opdracht van [gedaagden 2] c.s. parkeerbeugels geplaatst op twee parkeerplaatsen op het perceel [adres 1] .

Op 30 september 2015 is het perceel [adres 2] door mevrouw [naam 4] aan [gedaagden 1] c.s. geleverd. De (uiteindelijke) rechtsvoorganger van dit perceel is [bedrijf] . Op dit perceel, dat hoger is gelegen dan het perceel [adres 1] , is geen eigen parkeergelegenheid. [gedaagden 1] c.s. hebben vervolgens bij twee parkeerplaatsen op het perceel [adres 1] een laadpaal en twee borden aangebracht. De borden vermelden dat de twee parkeerplaatsen zijn gereserveerd voor twee auto’s met specifieke kentekens.

Op 3 juli 2015 – kort nadat [gedaagden 1] c.s. de koopovereenkomst voor [adres 2] hebben gesloten – heeft [naam 1] sr. een document genaamd ‘Vastlegging afspraken’ ondertekend. In het document is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:

‘De ondergetekenden:

1. […] [bedrijf] B.V. […]

2. [naam 4] , wonende te [adres 2] […]

3. [gedaagde 5] […] en [gedaagde 6] […] beiden wonende te [adres 4] […]

4. [gedaagde 4] […] en [gedaagde 3] […] wonende te [adres 3] [...]

OVERWEGENDE:

[…]

 dat [naam 4] , [gedaagden 3] en [gedaagden 2] in de praktijk gebruik maken van delen van het perceel [kadastraal nummer 1] , te weten de toegangsweg en het binnenterrein […]

 dat zich op het binnenterrein enkele gemarkeerde parkeerplaatsen bevinden, welke op de aan deze overeenkomst hechte tekening zijn aangeduid met de nummers 1 tot en met 5;

 dat partijen afspraken hebben gemaakt met betrekking tot het gebruik en de onderhouds- en vervangingskosten van het binnenterrein, de parkeerplaatsen en de pomp;

 dat partijen de afspraken bij deze willen vastleggen;

[…]

VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:

[…]

4. Parkeren op het binnenterrein is uitsluitend toegestaan aan de eigenaren/feitelijke bewoners, de huurders en gasten van de woningen met de huisnummers [adres 2] en [adres 3] en wel uitsluitend op de hierna te noemen aangewezen parkeerplaatsen. De eigenaren/feitelijke bewoners, huurders en gebruikers van de woning met huisnummer [adres 2] mogen, doch alleen voor parkeerdoeleinden, uitsluitend gebruik maken van de parkeerplaatsen, welke met de nummers 1 en 2 zijn aangeduid op de aan deze overeenkomst gehechte tekening, terwijl de eigenaren/feitelijke bewoners, huurders en gebruikers van de woning met huisnummer [adres 3] , doch alleen voor parkeerdoeleinden, uitsluitend gebruik mogen maken van de parkeerplaatsen, welke op de aangehechte tekening zijn aangeduid met de nummers 3 en 4.

5. Aan partij [gedaagden 3] komt slechts het recht toe om gebruik te maken van de toegangsweg en het binnenterrein van perceel [kadastraal nummer 1] om te gaan naar en te komen van het eigen perceel [kadastraal nummer 4] , te voet, met een rijwiel of met een personenauto, doch aan deze partij komt niet het recht om op het perceel [kadastraal nummer 1] een parkeerplaats te gebruiken. Perceel [kadastraal nummer 4] heeft op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid.

[…]

8. Het hiervoor onder 1. tot en met 7. bepaalde zal worden vastgelegd in een door notaris mr. G.J. Schrama op te maken en verlijden akte. De genoemde verplichtingen zullen daarbij, voor zover mogelijk, als erfdienstbaarheden worden gevestigd, dan wel als kwalitatieve verbintenis, dan wel als verplichting met een boete- en kettingbeding.’

Op 31 december 2020 is het perceel [adres 1] door [bedrijf] aan Valerius geleverd. De heer [naam 5] (hierna: [naam 5] ) – zoon van [naam 1] sr. – is de bestuurder van Valerius. Valerius heeft de boerderij vervolgens in etappes gerenoveerd, zodat een vakantieboerderij met drie appartementen is gerealiseerd: een studio voor twee personen en twee appartementen voor acht en elf personen. In totaal heeft de boerderij acht slaapkamers.

[gedaagden 1] c.s. en [gedaagden 2] c.s. maken vanaf het moment dat zij eigenaar van hun perceel zijn geworden, ieder gebruik van twee parkeerplaatsen op het perceel van Valerius en stallen hun afvalcontainers op dat perceel. [gedaagden 3] c.s. maakt van meet af aan gebruik van één parkeerplaats op het perceel van Valerius.

Omstreeks februari 2026 heeft een bespreking plaatsgevonden, waarbij [naam 1] in ieder geval aan [gedaagden 3] c.s. te kennen heeft gegeven dat Valerius het gebruik van haar perceel niet meer accepteert. Op 8 april 2026 heeft [naam 1] ook aan [gedaagden 1] c.s. en [gedaagden 2] c.s. te kennen gegeven dat Valerius het gebruik van haar perceel niet langer accepteert.

Op 21 april 2026 heeft Valerius sommatiebrieven naar gedaagden gestuurd. [gedaagden 3] c.s. zijn gesommeerd om het parkeren van voertuigen en het stallen van afvalcontainers op het perceel van Valerius te staken en gestaakt te houden, alsmede om een laadpaal van het perceel te verwijderen. [gedaagden 1] c.s. zijn gesommeerd om het parkeren van voertuigen en het stallen van afvalcontainers op het perceel van Valerius te staken en gestaakt te houden, alsmede om de geplaatste parkeerborden en laadpalen te verwijderen. [gedaagden 2] c.s. zijn gesommeerd om het parkeren van voertuigen en het stallen van afvalcontainers op het perceel van Valerius te staken en gestaakt te houden.

Op 12 mei 2026 heeft Valerius nogmaals sommatiebrieven naar gedaagden gestuurd. [gedaagden 3] c.s. zijn gesommeerd om het onrechtmatige gebruik van het perceel van Valerius te staken en gestaakt te houden. Zowel [gedaagden 1] c.s. als [gedaagden 2] c.s. zijn gesommeerd om het onrechtmatige gebruik van het perceel van Valerius te staken en gestaakt te houden, waaronder volgens Valerius wordt verstaan de verwijdering van de laadpalen en de verwijdering van de reserveringsborden.

3. Het geschil

in conventie

Valerius vordert – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagden 1] c.s. veroordeelt zich te onthouden van ieder gebruik van het perceel van Valerius, kadastraal bekend gemeente [kadastraal nummer 1] , dat de grenzen van de gevestigde erfdienstbaarheid van weg overschrijdt, waaronder in ieder geval begrepen het parkeren, stallen of geplaatst houden van voertuigen op het perceel van Valerius, anders dan voor zover strikt noodzakelijk voor het onmiddellijk in- en uitrijden zoals omschreven in de akte van levering d.d. 30 september 2015;

II. [gedaagden 1] c.s. gebiedt om binnen twee dagen na betekening van het vonnis alle op of aan het perceel van Valerius, kadastraal bekend gemeente [kadastraal nummer 1] , aangebrachte of geplaatste zaken en/of aanduidingen te verwijderen, waaronder maar niet uitsluitend zaken die strekken tot, verband houden met of de indruk wekken van een aan [gedaagden 1] c.s. toekomend parkeerrecht of een aan [gedaagden 1] c.s. voorbehouden parkeerplaats, te verwijderen en verwijderd te houden, waaronder in ieder geval begrepen:

a. het bord waarmee een parkeerplaats wordt gereserveerd of als zodanig wordt aangeduid;

b. de ten behoeve van een parkeerplaats geplaatste laadpaal; en

zulks met herstel van het perceel in de oorspronkelijke staat, althans in een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen staat;

III. bepaalt dat [gedaagden 1] c.s. een dwangsom verbeuren van € 500 per dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat zij handelen in strijd met het onder I en/of II gevorderde, dan wel nalaat aan die veroordelingen te voldoen, met een maximum van € 50.000;

IV. [gedaagden 2] c.s. veroordeelt zich te onthouden van ieder gebruik van het perceel van Valerius, kadastraal bekend gemeente [kadastraal nummer 1] , dat de grenzen van de gevestigde erfdienstbaarheid van weg overschrijdt, waaronder in ieder geval begrepen het parkeren, stallen of geplaatst houden van voertuigen op het perceel van Valerius, anders dan voor zover strikt noodzakelijk voor het onmiddellijk in- en uitrijden zoals omschreven in de akte van levering d.d. 30 september 2015;

V. [gedaagden 2] c.s. gebiedt om binnen twee dagen na betekening van het vonnis alle op of aan het perceel van Valerius, kadastraal bekend gemeente [kadastraal nummer 1] , aangebrachte of geplaatste zaken te verwijderen, waaronder maar niet uitsluitend zaken die strekken tot, verband houden met of de indruk wekken van een aan [gedaagden 2] c.s. toekomend parkeerrecht of een aan [gedaagden 2] c.s. voorbehouden parkeerplaats, te verwijderen en verwijderd te houden;

VI. bepaalt dat [gedaagden 2] c.s. een dwangsom verbeuren van € 500 per dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat zij handelen in strijd met het onder IV en/of V gevorderde, dan wel nalaat aan die veroordelingen te voldoen, met een maximum van € 50.000;

VII. [gedaagden 3] c.s. veroordeelt zich te onthouden van ieder gebruik van het perceel van Valerius, kadastraal bekend gemeente [kadastraal nummer 1] , dat de grenzen van de gevestigde erfdienstbaarheid van weg overschrijdt, waaronder in ieder geval begrepen het parkeren, stallen of geplaatst houden van voertuigen op het perceel van Valerius, anders dan voor zover strikt noodzakelijk voor het onmiddellijk in- en uitrijden zoals omschreven in de akte van levering d.d. 30 september 2015;

VIII. [gedaagden 3] c.s. gebiedt om binnen twee dagen na betekening van het vonnis alle op of aan het perceel van Valerius, kadastraal bekend gemeente [kadastraal nummer 1] , aangebrachte of geplaatste zaken te verwijderen, waaronder maar niet uitsluitend zaken die strekken tot, verband houden met of de indruk wekken van een aan [gedaagden 3] c.s. toekomend parkeerrecht of een aan [gedaagden 3] c.s. voorbehouden parkeerplaats, te verwijderen en verwijderd te houden;

IX. bepaalt dat [gedaagden 3] c.s. een dwangsom verbeuren van € 500 per dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat zij handelen in strijd met het onder VII en/of VIII gevorderde, dan wel nalaat aan die veroordelingen te voldoen, met een maximum van € 50.000;

X. gedaagden te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover, indien niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis voldoening daarvan heeft plaatsgevonden;

Daartoe voert Valerius – samengevat – het volgende aan. Valerius is eigenaar van het perceel en is bevoegd het perceel zelf te gebruiken. Gedaagden hebben vanwege de erfdienstbaarheid uitsluitend het recht om met aan- en afrijdend verkeer te komen en te gaan van en naar de openbare weg over het perceel van Valerius. Onder de erfdienstbaarheid valt niet het recht om op het perceel van Valerius te parkeren of om daar goederen, zoals afvalcontainers, te plaatsen. Ook het aanbrengen en houden van laadpalen en parkeerborden valt niet onder de erfdienstbaarheid. Gedaagden handelen in strijd met de erfdienstbaarheid en maken onrechtmatig gebruik van het perceel van Valerius. Dit leidt tot hinder en schade. Valerius heeft haar perceel en de parkeergelegenheid nodig voor eigen gebruik en voor de gasten van de vakantieboerderij waarin de drie appartementen zijn gevestigd. Nu gedaagden daar parkeren, is er onvoldoende parkeergelegenheid voor de gasten en moeten zij uitwijken naar (betaalde) parkeergelegenheid elders. Het onrechtmatige gebruik belemmert de exploitatie van de vakantieboerderij. De rechtsvoorganger van Valerius heeft het parkeren in het verleden mogelijk gedoogd of daarover gebruiksafspraken gemaakt, maar toen dit gebruik in toenemende mate conflicteerde met de eigen gebruiksbehoefte van Valerius, heeft zij gedaagden verzocht dit gebruik te staken. Daarnaast volgt uit het feit dat er in het verleden afspraken over het gebruik van de parkeerplaatsen zijn gemaakt dat dit niet onder de erfdienstbaarheid valt.

Gedaagden voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in reconventie

[gedaagden 2] c.s. vorderen – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Valerius verbiedt gebruik te maken van de parkeerplaatsen die reeds door [gedaagden 2] c.s. worden gebruikt;

II. Valerius verbiedt [gedaagden 2] c.s. te verhinderen gebruik te blijven maken van de parkeerplaatsen die reeds door [gedaagden 2] c.s. worden gebruikt;

III. Valerius verbiedt de huurders van haar vakantiewoningen toe te staan gebruik te maken van de parkeerplaatsen die reeds door [gedaagden 2] c.s. worden gebruikt;

IV. Valerius te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente en Valerius te veroordelen in de nakosten in reconventie met een bedrag van € 189 dan wel, indien betekening plaatsvindt, te vermeerderen met een bedrag van € 98 en de eventuele verdere executiekosten.

Daartoe voeren [gedaagden 2] c.s. – samengevat – het volgende aan. Valerius wil gebruikmaken van de twee parkeerplaatsen die door [gedaagden 2] c.s. worden gebruikt. Het gebruik van de parkeerplaatsen door [gedaagden 2] c.s. valt echter onder het toepassingsbereik van de in 2004 gevestigde erfdienstbaarheid. Voor zover het gebruik van de parkeerplaatsen niet onder de in 2004 gevestigde erfdienstbaarheid valt, geldt dat [gedaagden 2] c.s. sinds 2005 gebruik hebben gemaakt van de parkeerplaatsen met de pretentie rechthebbende te zijn van een erfdienstbaarheid. Subsidiair is dus door verjaring een erfdienstbaarheid voor het gebruik van de parkeerplaatsen ontstaan. Meer subsidiair geldt dat een eventuele onrechtmatige toestand langer dan twintig jaar bestaat en dat opheffing daarvan niet meer succesvol kan worden gevorderd. Voor zover sprake is van een duurovereenkomst kan deze niet worden opgezegd zonder redelijke opzegtermijn. Nu er al lang op het perceel van Valerius wordt geparkeerd en er geen mogelijkheden zijn om op het eigen terrein te parkeren, is een opzegging van een duurovereenkomst per direct naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Valerius voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

in conventie

Centraal in dit kort geding staat de uitleg van de in 2004 gevestigde erfdienstbaarheid. Valerius stelt dat gedaagden uitsluitend mogen in- en uitrijden over haar perceel en zich moeten onthouden van ieder verdergaand gebruik, zoals het parkeren van voertuigen op haar perceel. Ook moeten de laadpalen en bordjes waarmee parkeerplaatsen zijn gereserveerd volgens Valerius worden verwijderd en mogen gedaagden niet langer de vuilcontainers op het perceel van Valerius stallen. Volgens gedaagden zijn zij op basis van de erfdienstbaarheid juist wel gerechtigd om op het perceel van Valerius te parkeren. Voor zover dat niet zo zou zijn, stellen zij zich subsidiair op het standpunt dat door verjaring een erfdienstbaarheid voor het gebruik van de parkeerplaatsen is ontstaan. Meer subsidiair geldt volgens gedaagden dat een eventuele onrechtmatige toestand langer dan twintig jaar bestaat en dat opheffing daarvan vanwege de verjaringstermijn niet meer succesvol kan worden gevorderd door Valerius. Daarnaast hebben gedaagden aangevoerd dat voor zover sprake is van een duurovereenkomst die inhoudt dat zij gebruik mogen maken van het perceel op de wijze waarop zij dit al die jaren al doen deze niet kan worden opgezegd zonder een redelijke opzegtermijn in acht te nemen. [gedaagden 1] c.s. hebben in dit verband op de op 3 juli 2015 door [naam 1] sr. ondertekende overeenkomst gewezen. [gedaagden 3] c.s. hebben in aanvulling hierop aangevoerd dat zij in 2004, bij de aankoop van [adres 4] , met [naam 1] sr. hebben afgesproken dat de vijf parkeerplaatsen die thans in het geding zijn, voor de bewoners van [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] zijn.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het uitgangpunt is dat de voorzieningenrechter zich richt op de waarschijnlijke uitkomst van een eventuele bodemprocedure. De voorzieningenrechter moet dus beoordelen of in hoge mate te verwachten is dat een vordering ook in de bodemprocedure zal worden toegewezen en of het daarbij passend is om bij wijze van voorlopige voorziening op de bodembeslissing vooruit te lopen.

Dit geschil betreft in de kern de vraag of gedaagden zonder recht of titel gebruik maken van het perceel van Valerius. Voor de beantwoording van die vraag moet worden beoordeeld of gedaagden recht hebben op gebruik van dat perceel op grond van de bij akte gevestigde erfdienstbaarheid, dan wel op grond van verjaring een recht van erfdienstbaarheid hebben verkregen, dan wel op grond van afspraken met de rechtsvoorganger van Valerius en/of [naam 1] sr. gerechtigd zijn het perceel (voorlopig nog) te gebruiken.

De voorzieningenrechter stelt vast dat gedaagden en hun rechtsvoorgangers vanaf omstreeks 2005, dus al ruim twintig jaar, onafgebroken gebruikmaken van een aantal parkeerplaatsen op het perceel van Valerius. [gedaagden 1] c.s. en [gedaagden 2] c.s. maken ieder gebruik van twee parkeerplaatsen op het perceel van Valerius en [gedaagden 3] c.s. maken gebruik van één parkeerplaats op het perceel van Valerius. Daarnaast staat vast dat op een aantal parkeerplaatsen parkeerbeugels zijn geplaatst. [gedaagden 2] c.s. hebben onweersproken gesteld dat zij in 2006 kosten hebben gemaakt voor de plaatsing van parkeerbeugels. Voorts staat vast dat [gedaagden 1] c.s. jaren geleden bij twee parkeerplaatsen reserveringsbordjes met vermelding van kentekens hebben geplaatst waarmee is aangeduid dat deze parkeerplaatsen zijn gereserveerd voor auto’s van [gedaagden 1] c.s. Ook is, kennelijk eveneens geruime tijd geleden, een laadpaal bij deze twee parkeerplaatsen aangebracht.

Gelet op de jarenlange duur van het ongestoorde gebruik van vijf parkeerplaatsen met toebehoren op het perceel van Valerius en het feit dat Valerius pas voor het eerst begin 2026 bezwaar heeft gemaakt, acht de voorzieningenrechter het op voorhand bepaald niet uitgesloten dat de bodemrechter zal oordelen dat dit gebruik niet per direct behoeft te worden beëindigd, zelfs indien zou komen vast te staan dat gedaagden geen recht van erfdienstbaarheid hebben (verkregen door verjaring). Reeds daarop stranden de vorderingen van Valerius voor zover deze betrekking hebben op het gebruik van de parkeerplaatsen met toebehoren. Verder geldt dat zonder nader feitenonderzoek, waarvoor in het beperkte bestek van dit kort geding geen plaats is, voorshands niet kan worden uitgesloten dat er sprake is van enige vorm van de door gedaagden gestelde erfdienstbaarheid.

De vraag die dan rijst is of er, totdat in de bodemprocedure is beslist, een voorlopige voorziening moet worden getroffen. Daarbij moet de voorzieningenrechter een belangenafweging maken. Valerius stelt dat zij er belang bij heeft dat er voldoende parkeergelegenheid is voor de gasten van de vakantieboerderij, schoonmakers, onderhoudspersoneel en [naam 1] zelf. Valerius heeft echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er momenteel, dus na afloop van het hoogseizoen, sprake is van een tekort aan parkeerplaatsen voor deze groep gebruikers van parkeerplaatsen op het perceel. Uit de overgelegde stukken blijkt daarvan in elk geval niet. Uit de overgelegde foto’s blijkt dat er op het perceel in totaal in elk geval dertien parkeer plaatsen zijn, waarvan er vijf door gedaagden worden gebruikt. Dat betekent dat er dus in elk geval altijd acht parkeerplaatsen voor Valerius en haar gasten beschikbaar zijn. Dat dit aantal onvoldoende is om haar bedrijf te kunnen uitoefenen en (ook buiten het hoogseizoen) tot problemen leidt, heeft Valerius onvoldoende onderbouwd. Bij die stand van zaken weegt het belang van gedaagden om hun auto’s bij hun woningen, op het perceel, te kunnen blijven parkeren, zwaarder dan het belang van Valerius om extra parkeerplaatsen beschikbaar te krijgen. De percelen [adres 2] en [adres 3] beschikken immers niet over een eigen parkeergelegenheid en in de directe omgeving van de percelen geldt betaald parkeren, zodat [gedaagden 1] c.s. en [gedaagden 2] c.s. ook een financieel belang hebben bij het behoud van de parkeerplaatsen op het perceel van Valerius. [gedaagden 1] c.s. hebben er verder belang bij dat zij gebruik kunnen maken van de door hen aangebrachte laadpaal. Hoewel [gedaagden 3] c.s. wel over de mogelijkheid beschikt om auto’s op het eigen perceel te parkeren, hebben zij ter zitting onweersproken verklaard dat zij meer overlast veroorzaken als zij hun auto op hun eigen perceel parkeren, dan wanneer zij gebruik maken van een parkeerplaats op het perceel van Valerius.

De vorderingen van Valerius zien ook op het verwijderen van de afvalcontainers van het perceel van Valerius. Ter zitting is gebleken dat [gedaagden 3] c.s. de afvalcontainers op hun eigen perceel plaatsen. [gedaagden 2] c.s. hebben tijdens de mondelinge behandeling toegezegd dat zij hun afvalcontainers van het perceel van Valerius zullen verwijderen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om eraan te twijfelen dat [gedaagden 2] c.s. deze toezegging zullen nakomen. Bij die stand van zaken bestaat er geen aanleiding om ten aanzien van deze vier gedaagden te veroordelen hun afvalcontainers te verwijderen.

Het perceel van [gedaagden 1] c.s. ligt hoger gelegen dan het perceel van Valerius en is enkel toegankelijk via een trap. Al jarenlang stallen [gedaagden 1] c.s. hun afvalcontainers daarom op het perceel van Valerius. [gedaagden 1] c.s. hebben ter zitting toegelicht dat zij er belang bij hebben om die situatie te laten voortbestaan, zodat zij hun (volle) afvalcontainers niet een trap op en af hoeven te tillen. Verder hebben [gedaagden 1] c.s. tijdens de mondelinge behandeling te kennen gegeven dat ze bereid zijn om een gepaste vergoeding te betalen voor de plaatsing van de afvalcontainers op het perceel van Valerius. Partijen wordt in overweging gegeven daarover met elkaar in overleg te gaan. Nu niet is gesteld of gebleken dat Valerius enig nadeel ondervindt van de aanwezigheid van de afvalcontainers van [gedaagden 1] c.s. op het perceel van Valerius, acht de voorzieningenrechter het niet aangewezen vooruitlopend op dat overleg in te grijpen in de bestaande situatie.

Slotsom is dat de vorderingen van Valerius integraal worden afgewezen.

Valerius is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden 1] c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 341

- salaris advocaat € 1.177

- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de

beslissing)

Totaal € 1.716

De proceskosten van [gedaagden 2] c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 341

- salaris advocaat € 1.177

- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de

beslissing)

Totaal € 1.716

De proceskosten van [gedaagden 3] c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 341

Totaal € 341

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten van [gedaagden 2] c.s. wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

in reconventie

In reconventie hebben [gedaagden 2] c.s. gevorderd dat (i) het Valerius wordt verboden om gebruik te maken van de parkeerplaatsen die door [gedaagden 2] c.s. worden gebruikt, (ii) het Valerius wordt verboden om [gedaagden 2] c.s. te verhinderen gebruik te blijven maken van de parkeerplaatsen en (iii) het Valerius wordt verboden om de huurders van haar vakantiewoningen toe te staan gebruik te maken van de parkeerplaatsen die door [gedaagden 2] c.s. worden gebruikt.

De voorzieningenrechter zal deze vorderingen afwijzen. Daartoe is redengevend dat [gedaagden 2] c.s. op geen enkele wijze aannemelijk hebben gemaakt dat zij hun auto’s niet kwijt kunnen op het perceel van Valerius. Bij die stand van zaken ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van de gevorderde voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter gaat er daarbij vanuit dat Valerius, gelet op het oordeel in conventie, niet zal overgaan tot het verhinderen van het gebruik van de parkeerplaatsen door [gedaagden 2] c.s.

In reconventie zijn [gedaagden 2] c.s. in het ongelijk gesteld en zij zullen daarom worden veroordeeld in de proceskosten van Valerius. Deze worden begroot op nihil, aangezien de reconventionele vorderingen voortvloeien uit de conventionele vorderingen en in het kader van het verweer daartegen geen noemenswaardige extra werkzaamheden zijn verricht.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

wijst het gevorderde af;

veroordeelt Valerius in de proceskosten van [gedaagden 1] c.s., begroot op € 1.716, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Valerius niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Valerius € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;

veroordeelt Valerius in de proceskosten van [gedaagden 2] c.s., begroot op € 1.716, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Valerius niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Valerius € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;

veroordeelt Valerius in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten van [gedaagden 2] c.s. als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

veroordeelt Valerius in de proceskosten van [gedaagden 3] c.s., begroot op € 341, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Valerius niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet ook de kosten van betekening betalen;

verklaart de veroordelingen onder 5.2 – 5.5 uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [gedaagden 2] c.s. in de proceskosten van Valerius, welke worden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026.

3556

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand