ECLI:NL:RBDHA:2026:30054

ECLI:NL:RBDHA:2026:30054

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-10-2026
Datum publicatie 12-10-2026
Zaaknummer NL26.57986
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Bewaring; onttrekking gemachtigde; ambtshalve toetsing; ogg.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.57986

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

en

(gemachtigde: mr. M.A.F.J. Smeulders).

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 29 september 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Verweerder heeft de rechtbank van het opleggen van de maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 6 oktober 2026 op zitting behandeld. Eiser heeft afstand gedaan van zijn recht om ter zitting te worden gehoord. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank merkt vooraf op dat mr. S.T.V. Le op vrijdag 2 oktober 2026 een bericht in het rechtbankdossier heeft geüpload met de mededeling dat zij zich onttrekt als gemachtigde van eiser en ontkoppeld wil worden van het dossier. Zij heeft daarvoor als verklaring gegeven dat eiser meerdere keren heeft geweigerd om met haar in gesprek te gaan en zij eiser daarom niet langer kan bijstaan. De rechtbank heeft vervolgens op maandag 5 oktober 2026 contact proberen op te nemen met mr. S.T.V. Le om haar te informeren dat, indien zij zich wenst te onttrekken als gemachtigde van eiser, zij dit bij de Raad voor Rechtsbijstand dient aan te geven en dat de rechtbank tot die tijd geen nieuwe advocaat kan toevoegen. De rechtbank en mr. S.T.V. Le hebben op 6 oktober 2026 contact met elkaar gehad. Mr. S.T.V. Le heeft daarbij aangegeven de Raad voor Rechtsbijstand te zullen informeren over haar onttrekking als gemachtigde van eiser. De rechtbank was voornemens om op de zitting met eiser te spreken over het – indien gewenst – toevoegen van een nieuwe advocaat en het zo nodig op een andere datum verder behandelen van de zaak. Maar omdat eiser afstand heeft gedaan van zijn recht om op zitting te worden gehoord, gaat de rechtbank ervan uit dat eiser ook geen behoefte heeft aan rechtsbijstand.

Bewaringsgronden en ambtshalve toetsing

1. In de maatregel van bewaring heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het belang van de openbare orde de maatregel vordert, omdat er een onderduikrisico bestaat en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft, met toepassing van artikel 5.6, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb), als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;h. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;q. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

2. De rechtbank stelt vast dat eiser geen beroepsgronden heeft aangevoerd tegen de oplegging van de maatregel van bewaring. De toetsing door de rechtbank is daarom beperkt tot een ambtshalve toetsing van de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring, zoals die volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858). Met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring in de te toetsen periode op enig moment onrechtmatig is geweest. De rechtbank is van oordeel dat de gronden b, h, q, r en s voldoende zijn gemotiveerd om de maatregel van bewaring te dragen en dat daaruit een onderduikrisico volgt.

Daarnaast heeft het Hof in het arrest Adrar van 4 september 2025 (ECLI:EU:C:2025:647), voor recht verklaard dat de bewaringsrechter zo nodig ambtshalve moet nagaan of het beginsel van non-refoulement en/of het belang van het kind en het familie- en gezinsleven, bedoeld in respectievelijk artikel 5, onder a) en b), van richtlijn 2008/115 zich verzetten tegen de verwijdering als de bewaringsmaatregel is opgelegd om de terugkeer van een illegaal verblijvende derdelander voor te bereiden en/of om de verwijderingsprocedure uit te voeren. Het is de rechtbank niet gebleken dat het familie- en gezinsleven van eiser of het beginsel van non-refoulement zich verzetten tegen eisers verwijdering.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is gezien het voorgaande ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, rechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.A. Bouter - Rijksen

Griffier

  • mr. D.M. Abrahams

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand