ECLI:NL:RBDHA:2026:30067

ECLI:NL:RBDHA:2026:30067

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-10-2026
Datum publicatie 12-10-2026
Zaaknummer NL24.9063
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

terugkeerbesluit; derdelander Oekraïne; Richtlijn Tijdelijke Bescherming; hoorplicht; artikel 3 EVRM; artikel 8 EVRM; ogg; beroep tegen eerder terugkeerbesluit n-o; wel pkv.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.9063

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.O. Isibor).

Procesverloop

Bij besluit van 25 augustus 2023 heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd, ingaande op 5 september 2023. Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld (NL23.29542). Eiser heeft tevens een voorlopige voorziening verzocht (NL23.29543).

Bij besluit van 24 januari 2024 heeft verweerder het terugkeerbesluit van 25 augustus 2023 ingetrokken. Eiser heeft vervolgens op 12 februari 2024 het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken.

Bij besluit van 21 februari 2024 heeft verweerder een nieuw terugkeerbesluit genomen, ingaande op 5 maart 2024. Tegen dit besluit heeft eiser onderhavig beroep ingesteld. Eiser heeft tevens een voorlopige voorziening verzocht (NL24.9064).

Eiser heeft op 5 maart 2024 beroepsgronden ingediend.

De voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, heeft het verzoek om een voorlopige voorziening bij uitspraak van 27 maart 2024 afgewezen.

Bij brief van 4 juni 2025 heeft verweerder het voornemen kenbaar gemaakt een nieuw terugkeerbesluit te nemen. Bij brief van 30 juni 2025 heeft eiser hier zijn zienswijze op gegeven.

Bij besluit van 4 augustus 2025 heeft verweerder het terugkeerbesluit van 21 februari 2024 ingetrokken en dit besluit onder verwijzing naar artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vervangen door een nieuw terugkeerbesluit. In dit terugkeerbesluit heeft verweerder bepaald dat eiser binnen vier weken nadat uitspraak is gedaan in deze zaak moet terugkeren naar Marokko, dat hij Nederland, het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland binnen vier weken moet verlaten en dat hij in het Schengen Informatie Systeem (SIS) wordt gesignaleerd. Tevens heeft verweerder bepaald dat eiser mag blijven werken en gebruik maken van gemeentelijke opvang en voorzieningen totdat er uitspraak is gedaan in deze zaak.

De rechtbank heeft het beroep op 24 juli 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam tolk]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Marokkaanse nationaliteit. Hij had in Oekraïne een tijdelijke verblijfsvergunning op het moment dat de Russische strijdkrachten op 24 februari 2022 begonnen met een grootschalige invasie van Oekraïne. Eiser is vanuit Oekraïne naar Nederland gekomen en heeft hier facultatieve tijdelijke bescherming verkregen op grond van de Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/3822 van 4 maart 2022 (Richtlijn Tijdelijke Bescherming; RTB). Ook heeft hij, om deze tijdelijke bescherming te kunnen krijgen, een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 1 juni 2023 buiten behandeling gesteld. Hiertegen is geen rechtsmiddel aangewend, zodat dit besluit in rechte vaststaat.

2. Verweerder heeft aanvankelijk bij besluit van 25 augustus 2023 bepaald dat de facultatieve tijdelijke bescherming met ingang van 4 september 2023 eindigt. Bij brief van 6 september 2023 heeft verweerder eiser geïnformeerd dat de gevolgen van beëindiging van de tijdelijke bescherming zijn bevroren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft bij uitspraak van 17 januari 2024 geoordeeld dat verweerder de facultatieve bescherming niet per 4 september 2023 heeft kunnen beëindigen, en heeft bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. Bij brief van 24 januari 2024 heeft verweerder vervolgens eiser gewezen op deze beëindiging van rechtswege op 4 maart 2024.

3. Deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, en de Afdeling hebben op 29 maart 2024 en op 25 april 2024 prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) over de beëindiging van deze tijdelijke bescherming. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder een bevriezingsmaatregel genomen, inhoudende dat personen van wie de tijdelijke bescherming was beëindigd langer gebruik mochten maken van de rechten die zij onder de RTB hadden.

4. Het Hof heeft bij arrest van 19 december 2024 de door de Afdeling en zittingsplaats Amsterdam gestelde vragen beantwoord. Het Hof heeft geoordeeld dat het Unierecht een lidstaat toestaat om de door hem verleende facultatieve tijdelijke bescherming op een eerder tijdstip in te trekken dan dat waarop de verplichte tijdelijke bescherming geen rechtsgevolgen meer heeft. De Afdeling heeft in haar uitspraken van 23 april 2025 uitgelegd hoe het arrest van het Hof dient te worden toegepast en heeft bevestigd dat de tijdelijke bescherming voor derdelanders op 4 maart 2024 is geëindigd. Bij brief van 3 juni 2025 aan de Tweede Kamer heeft verweerder meegedeeld dat hij besloten heeft om naar aanleiding van deze Afdelingsuitspraken de bevriezingsmaatregel per 4 september 2025 te beëindigen. Op 10 juli 2025 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, naar aanleiding van het arrest van 19 december 2024 einduitspraak gedaan.

Het terugkeerbesluit van 21 februari 2024

5. Nu verweerder het besluit van 21 februari 2024 heeft ingetrokken, heeft eiser geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van dit besluit. De rechtbank zal het beroep voor zover gericht tegen dit besluit daarom niet-ontvankelijk verklaren. Eiser heeft wel recht op een vergoeding van zijn proceskosten.

Vervangend terugkeerbesluit van 4 augustus 2025

6. Verweerder heeft op 4 augustus 2025 het terugkeerbesluit van 21 februari 2024 ingetrokken en een vervangend terugkeerbesluit genomen. Het beroep heeft op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb van rechtswege ook betrekking op dit vervangende besluit.

7. Verweerder heeft aan het (vervangende) terugkeerbesluit ten grondslag gelegd dat eiser geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland aangezien zijn recht op tijdelijke bescherming onder de RTB is op 4 maart 2024 geëindigd. Eiser heeft geen openstaande vreemdelingrechtelijke procedures die leiden tot rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en is evenmin in het bezit van een verblijfsvergunning. Volgens verweerder staan de artikelen 3 en 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) niet in de weg aan het uitvaardigen van een terugkeerbesluit. Ten slotte heeft verweerder geconcludeerd dat geen sprake is geweest van schending van de hoorplicht, nu eiser schriftelijk in de gelegenheid is gesteld om zijn standpunten naar voren te brengen.

Had eiser in persoon moeten worden gehoord?

8. Eiser betoogt dat verweerder hem ten onrechte niet heeft gehoord alvorens het terugkeerbesluit te nemen.

9. Volgens vaste rechtspraak van het Hof heeft de regel dat aan de adressant van een bezwarend besluit de gelegenheid moet worden gegeven om zijn opmerkingen kenbaar te maken voordat dit besluit wordt genomen, tot doel de bevoegde autoriteit in staat te stellen naar behoren rekening te houden met alle relevante elementen. Die regel beoogt met name, ter verzekering van de effectieve bescherming van de betrokken persoon, deze laatste in staat te stellen om een vergissing te corrigeren of persoonlijke omstandigheden aan te voeren die ervoor pleiten dat het besluit wordt genomen, niet wordt genomen of dat in een bepaalde zin wordt besloten. In deze zaak is eiser hiertoe in staat gesteld door zijn zienswijze te geven op het voornemen van verweerder een nieuw terugkeerbesluit te nemen.

10. Eiser stelt dat verweerder hem toch ook nog had moeten horen alvorens het terugkeerbesluit te nemen omdat eiser bij terugkeer naar Marokko vreest voor eerwraak en van hem niet verwacht kan worden dat hij dit hele verhaal opschrijft. Ter onderbouwing van zijn stelling dat hij te vrezen heeft voor eerwraak heeft eiser gesteld dat hij gemeenschap heeft gehad met zijn nicht, dat zijn oom om die reden wraak heeft gezworen en dat zijn vader en de autoriteiten hem niet kunnen beschermen.

11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hierin geen aanleiding hoeven zien om eiser te horen, aangezien eiser zijn stellingen in zijn zienswijze op geen enkele wijze heeft toegelicht met concrete informatie of onderbouwd met stukken. Dit terwijl hij in de zienswijze heeft gesteld dat hij mogelijk nog in het bezit is van Whatsapp-berichten waaruit van de dreigementen van zijn oom blijkt. Bovendien valt niet in te zien waarom van eiser niet mag worden verwacht dat hij zijn hele verhaal opschrijft. De zienswijze van eiser bevatte dus niet voldoende concrete aanknopingspunten op grond waarvan verweerder eiser ook nog had moeten horen.

Reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM?

12. In hetgeen eiser in zijn zienswijze en ter zitting heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen grond om aan te nemen dat eiser bij terugkeer naar Marokko een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat eiser in zijn vrees voor eerwraak kennelijk geen aanleiding heeft gezien om een asielaanvraag in te dienen.

Toetsing aan artikel 8 van het EVRM?

13. Voor zover eiser meent dat verweerder vanwege de door hem gestelde persoonlijke omstandigheden had moeten afzien van het nemen van een terugkeerbesluit, overweegt de rechtbank dat verweerder bij het uitvaardigen van een terugkeerbesluit niet hoeft te toetsen of de terugkeer in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Indien eiser meent in verband met het gestelde privéleven in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning dient hij dat te laten beoordelen in een procedure op basis van een daartoe ingediende aanvraag.

Conclusie

14. Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 4 augustus 2025 is ongegrond.

Proceskosten

15. Nu het vervangend besluit van 4 augustus 2025 is genomen nadat beroep was ingesteld tegen het terugkeerbesluit van 21 februari 2024 en niet in geschil is dat dit eerste terugkeerbesluit prematuur was genomen, namelijk op een moment dat eiser (achteraf bezien) nog rechtmatig verblijf had op grond van de RTB, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiser in verband met zijn beroep tegen dat besluit heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gericht tegen het op 21 februari 2024 vastgestelde terugkeerbesluit niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten die eiser in verband met zijn beroep tegen het terugkeerbesluit van 21 februari 2024 heeft gemaakt tot een bedrag van € 934,-.

- verklaart het beroep gericht tegen het op 4 augustus 2025 vastgestelde terugkeerbesluit ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. de Gans, rechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. de Gans

Griffier

  • mr. D.M. Abrahams

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand