RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14101
(gemachtigde: mr. L.S.T.H. Ruijters),
en
(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).
1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van de minister waarin eisers asielaanvraag is ingewilligd. Eiser is het niet eens met de vastgestelde geboortedatum. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de beslissing op de asielaanvraag.1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij eiser niet is gevolgd in de door hem gestelde geboortedatum en minderjarige leeftijd. De minister heeft het vermoeden van minderjarigheid niet op overtuigende wijze weggenomen en niet inzichtelijk gemotiveerd waarom doorslaggevend gewicht wordt toegekend aan de leeftijdsregistratie in Italië. De rechtbank vernietigt daarom het besluit voor zover daarin de geboortedatum van eiser is vastgesteld op [datum 1] 2001. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Op 9 januari 2023 heeft eiser een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 25 maart 2025 deze aanvraag ingewilligd. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit voor zover daarin zijn geboortedatum is vastgesteld op [datum 1] 2001. De minister heeft een verweerschrift ingediend. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, H. Shamoun als tolk (tolkennummer 13193) en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser heeft bij zijn asielaanvraag in Nederland gesteld dat hij is geboren op [datum 2] 2007 en dat hij de Soedanese nationaliteit heeft. 3.1. Eiser is op 9 januari 2023 geschouwd door de AVIM en op 12 januari 2023 door een hoormedewerker van de IND. De medewerker van de AVIM heeft geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is. De hoormedewerker van de IND heeft geconcludeerd dat eiser evident minderjarig is. Door deze tegenstrijdige conclusies is er twijfel ontstaan over de leeftijd van eiser en heeft de minister navraag gedaan bij de Italiaanse autoriteiten. 3.2. Op 20 januari 2023 heeft de minister de Italiaanse autoriteiten verzocht om Informatie. Uit Eurodac is namelijk gebleken dat eiser in augustus 2022 in Italië is geregistreerd. De Italiaanse autoriteiten hebben op 15 februari 2023 laten weten dat eisers vingerafdrukken op 26 augustus 2022 in Italië zijn afgenomen en dat hij toen is geregistreerd onder de naam [eiser], geboren op [datum 1] 2001. Dit is de primaire alias. Op 31 augustus 2022 heeft eiser onder de alias [naam], geboren op [datum 3] 2001, een uitzettingsbevel gekregen van de Italiaanse politie. Verder blijkt uit de informatie van de Italiaanse autoriteiten dat eiser geen internationale bescherming heeft aangevraagd, dat er geen leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden en dat verder geen informatie of documenten beschikbaar zijn.
De minister heeft vervolgens op 15 februari 2023 de geboortedatum van eiser gewijzigd naar [datum 1] 2001. Als aanleiding tot wijziging wordt vermeld dat uit informatie van Italië is gebleken dat betrokkene in Italië geregistreerd staat met geboortedatum [datum 1] 2001. 3.4. Op 6 maart 2023 heeft de minister bij de autoriteiten van Italië een overnameverzoek op grond van artikel 13, aanhef en eerste lid, van de Dublinverordening ingediend. De Italiaanse autoriteiten zijn op 7 mei 2023 (impliciet) akkoord gegaan met dit verzoek. Op 10 november 2023 heeft de minister aan eiser medegedeeld dat het niet mogelijk is gebleken eiser voor het verstrijken van de uiterste overdrachtsdatum over te dragen en dat de aanvraag daarom in de nationale asielprocedure zal worden behandeld.
In het bestreden besluit heeft de minister de asielaanvraag van eiser ingewilligd, waarbij is uitgegaan van de in Italië geregistreerde geboortedatum [datum 1] 2001.
Het standpunt van eiser
4. Eiser is het niet eens met de geregistreerde geboortedatum [datum 1] 2001 en de door de minister vastgestelde leeftijd. Hij voert daartoe allereerst aan dat de leeftijdsschouw van de AVIM niet inzichtelijk en concludent is zodat de minister deze schouw niet mocht betrekken bij zijn standpunt dat twijfel bestaat over zijn leeftijd. In het proces-verbaal ontbreekt een verbinding tussen de observaties en bevindingen en de conclusies die de AVIM daaruit trekt. Er wordt niet uitgelegd waarom de lichamelijke kenmerken en het gedrag van eiser typerend zijn voor een meerderjarige en waarom juist niet voor een minderjarige. Ook relateren de schouwers hun observaties niet aan hun tijdens de schouwopleiding opgedane kennis en inzicht over minder- en meerderjarigheid. Verder blijkt uit het dossier niet dat de minister voorafgaand aan de wijziging van eisers geboortedatum het door de Afdeling vereiste zorgvuldige onderzoek heeft gedaan. De minister mag niet zonder meer afgaan op de leeftijdsregistratie door een andere lidstaat. Daar komt bij dat eiser op 7 februari 2024 een aantal documenten met beëdigde vertaling naar de minister heeft gestuurd. Het zijn weliswaar kopieën maar de minister heeft deze documenten niet betrokken bij de vaststelling van eisers leeftijd. Tot slot heeft eiser erop gewezen dat de minister zijn identiteit geloofwaardig heeft geacht en dat de geboortedatum ook onderdeel is van de identiteit. Het bestreden besluit is innerlijk tegenstrijdig doordat de minister enerzijds zegt dat de identiteit geloofwaardig is maar anderzijds stelt dat de door eiser gestelde geboortedatum niet geloofwaardig is.
Het standpunt van de minister 5. In het verweerschrift heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat voldoende onderzoek is gedaan en dat terecht is uitgegaan van de in Italië geregistreerde geboortedatum. Eiser heeft geen plausibele uitleg gegeven waarom hij in Nederland een geboortedatum heeft opgegeven die afwijkt van de geboortedatum die in Italië is geregistreerd. Verder blijkt uit informatie van de Italiaanse autoriteiten dat eiser daar staat geregistreerd onder twee namen en twee geboortedata. Hier is geen afdoende verklaring voor gegeven. Op de verblijfsverklaring die eiser heeft ingebracht staat geen geboortedatum. Het tweede document is een kopie van de verklaring van de Diensten- en Veranderingscommissie van de Lokaliteit Tulus. In dit document staat wel dat eiser op [datum 2] 2007 is geboren maar er is geen plausibele verklaring gegeven waarom eiser geen origineel heeft kunnen overleggen. Bovendien heeft eiser verklaard nooit identificerende documenten te hebben gehad zodat onduidelijk is op basis van welke informatie deze verklaring is opgesteld. Ook valt niet in te zien waarom het document pas op 7 februari 2024 is ingebracht terwijl het is gedateerd op 5 januari 2023 en wordt niet gevolgd hoe de vader van eiser dit document heeft kunnen opsturen. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij een maand voordat hij in Italië aankwam, dus rond juli 2022, voor het laatst contact heeft gehad met zijn vader. Tot slot is ook onduidelijk wat de Diensten- en Veranderingscommissie is en wat voor werkzaamheden zij verrichtten. Het oordeel van de rechtbank6. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de minister in het bestreden besluit mocht uitgaan van de geboortedatum [datum 1] 2001, zodat moet worden aangenomen dat eiser meerderjarig was op het moment van de asielaanvraag. Eiser heeft geen beroepsgronden aangevoerd tegen de inwilliging van de asielaanvraag zodat de rechtbank dat niet zal beoordelen.
Heeft eiser belang bij een inhoudelijke beoordeling? 6.1. De rechtbank moet eerst ambtshalve beoordelen of eiser procesbelang heeft bij het door hem ingestelde beroep. Om procesbelang te kunnen aannemen moet beoordeeld worden of eiser met het beroep in een gunstigere positie kan komen. Eiser heeft de door hem gevraagde asielvergunning gekregen, zodat hij in zoverre niet in een gunstigere positie kan komen. De rechtbank is van oordeel dat eiser toch procesbelang heeft bij deze procedure omdat niet is uitgesloten dat hij, bijvoorbeeld in het kader van een eventuele nareisaanvraag, in een betere positie kan komen te verkeren als hij als minderjarige wordt aangemerkt. Daarnaast heeft eiser er belang bij dat zijn identiteit, waaronder zijn leeftijd, juist staat geregistreerd. De rechtbank zal het beroep daarom inhoudelijk beoordelen.
Mocht de minister de leeftijdsschouw van de AVIM betrekken bij zijn standpunt dat twijfel bestaat over de leeftijd van eiser? 6.2. De leeftijdsschouw is een bruikbaar middel voor de vaststelling of er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd van een vreemdeling. Om tot een zorgvuldige schouw te komen in een individuele zaak is het van belang dat de verslaglegging zorgvuldig gebeurt en dat alle observaties, vanaf de ontmoeting tot de afsluiting, in het verslag staan beschreven. Ook moeten de conclusies van de schouw in de verslaglegging worden verbonden aan de observaties tijdens het gehoor, bestaande uit de uiterlijke kenmerken, verklaringen en gedragingen van een vreemdeling.
De rechtbank is van oordeel dat de leeftijdsschouw van de AVIM in deze zaak niet inzichtelijk en concludent is. De minister mocht deze leeftijdsschouw daarom niet betrekken bij haar standpunt dat twijfel bestaat over de leeftijd die eiser heeft opgegeven. In het proces-verbaal ontbreekt een verbinding tussen de observaties en de bevindingen en de conclusie die de AVIM daaruit trekt. In het proces-verbaal van het gehoor door de AVIM worden in het kader van de leeftijdsschouw enkele lichamelijke kenmerken opgesomd. Er staat dat eiser wel opvallende kraaienpoten/rimpels om de ogen, terugwijkende haargrens, duidelijk zichtbare adamsappel en stoppels heeft. Eiser heeft geen duidelijk zichtbare groeven rond de mondhoeken en geen grijze haren. Ook wordt opgemerkt dat eiser redelijk lang is. Over het gedrag van eiser wordt geschreven dat hij rustig en meewerkend is, dat hij tijdens het gehoor een tissue helemaal kapot heeft geplukt (de medewerkers van de Kmar vermoeden door zenuwen), dat eiser niet snel en duidelijk antwoord kan geven op leeftijdsvragen en dat eiser ook na meerdere vragen en confrontaties met de in Italië opgegeven datum niet snel en duidelijk antwoord kan geven. De schouwers leggen in het proces-verbaal niet uit waarom de lichamelijke kenmerken en het gedrag van eiser typerend zijn voor een meerderjarige en waarom juist niet voor een minderjarige. Ook relateren de schouwers hun observaties niet aan hun tijdens de schouwopleiding opgedane kennis en inzichten over minder- en meerderjarigheid. Daarbij wijst de rechtbank er nog op dat het aan de schouwers van de AVIM is om duidelijk en inzichtelijk in het proces-verbaal neer te leggen hoe zij tot de conclusie van evidente meerderjarigheid zijn gekomen en dat het niet aan de gemachtigde van de minister is om uit te leggen hoe het proces-verbaal gelezen zou moeten worden. De beroepsgrond slaagt.
Het voorgaande neemt echter niet weg dat de minister met het oog op zorgvuldige besluitvorming nader onderzoek mocht doen naar de leeftijd van eiser. In dit geval heeft de minister informatie opgevraagd bij de Italiaanse autoriteiten. Uit informatie van de Italiaanse autoriteiten is gebleken dat eiser daar staat geregistreerd met de geboortedatum [datum 1] 2001.
Mocht de minister uitgaan van de in Italië geregistreerde geboortedatum? 6.5. De rechtbank stelt vast dat de minister in het bestreden besluit de identiteit van eiser geloofwaardig heeft geacht maar dat hij niet heeft gemotiveerd waarom niet wordt uitgegaan van de door eiser opgegeven geboortedatum [datum 2] 2007. De minister heeft niet gemotiveerd welke feiten en omstandigheden ertoe hebben geleid dat hij uitgaat van de in Italië geregistreerde geboortedatum [datum 1] 2001 en heeft de beoordeling van de leeftijd in het bestreden besluit niet in overeenstemming met het hiervoor genoemde beoordelingskader verricht. Dit betekent dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en dat het beroep alleen al om deze reden gegrond is. Daarbij wijst de rechtbank er nog op dat eisers leeftijd, zoals de gemachtigde van de minister tijdens de zitting ook heeft erkend, onderdeel uitmaakt van zijn identiteit. De rechtbank zal het bestreden besluit voor zover daarin de geboortedatum van eiser is vastgesteld op [datum 1] 2001 daarom vernietigen. De rechtbank zal vervolgens beoordelen of de minister met de motivering in het verweerschrift en de toelichting tijdens de zitting dit gebrek heeft hersteld en alsnog voldoende gemotiveerd het vermoeden van minderjarigheid heeft ontzenuwd zodat de rechtsgevolgen in stand kunnen blijven of dat de minister een nieuw besluit moet nemen.
Uit de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024 volgt dat de minister niet op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat. Dit betekent niet dat geen gewicht toekomt aan een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat bij de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling. De minister moet de leeftijd van een vreemdeling en de bewijswaarde van een leeftijdsregistratie beoordelen met toepassing van het nationale bestuursrechtelijke bewijsrecht en met inachtneming van wat daarover aanvullend in het Unierecht is bepaald. Het is daarbij aan de betrokken vreemdeling om zijn identiteit, waaronder zijn geboortedatum, aannemelijk te maken. Als de minister twijfels heeft over de minderjarigheid van de betrokken vreemdeling, dan geldt als vertrekpunt de presumptie van minderjarigheid. De minister moet dan uitgaan van het vermoeden dat de betrokken vreemdeling minderjarig is. Het is dan aan de minister om dat vermoeden te ontzenuwen. De minister zal steeds alle feiten en omstandigheden moeten meewegen bij het beoordelen van de leeftijd van een vreemdeling die stelt minderjarig te zijn. Daarbij moet de minister ook eventuele overgelegde bewijsmiddelen betrekken.
De verschillende geboortedatums die in Italië en in Nederland zijn geregistreerd leveren twijfel op over de leeftijd van eiser. Dit heeft tot gevolg dat de minister van het vermoeden van minderjarigheid moet uitgaan. Het is aan de minister om dit vermoeden te ontzenuwen. Naar het oordeel van de rechtbank is de minister daar in dit geval niet in geslaagd. De minister heeft navraag gedaan bij de Italiaanse autoriteiten. Hieruit is gebleken dat eiser in Italië is geregistreerd onder de naam [eiser], geboren op [datum 1] 2001 en dat hij onder de naam [naam], geboren op [datum 3] 2001 een uitzettingsbevel heeft gekregen van de Italiaanse politie. Uit de informatie van de Italiaanse autoriteiten blijkt dat deze registraties alleen zijn gebaseerd op de verklaringen van eiser. Dat betekent dat aan de registraties op zichzelf geen doorslaggevend gewicht mag worden toegekend. Eiser heeft tijdens het verhoor bij de AVIM en tijdens het aanmeldgehoor verklaard dat hij in Italië op advies van Soedanezen een oudere leeftijd heeft opgegeven omdat hij de opvang snel wilde verlaten en dat dit ook lukte. De minister vindt dit geen plausibele verklaring voor het verschil tussen de in Italië geregistreerde geboortedatum en de in Nederland opgegeven geboortedatum, maar heeft niet gemotiveerd waarom deze verklaring niet plausibel wordt geacht. De uitspraak van de Afdeling van 21 januari 2026 waar de minister in het verweerschrift naar heeft verwezen ziet op een andere situatie en kan dan ook niet dienen ter onderbouwing van het standpunt dat eisers verklaring niet plausibel is. In die zaak had de vreemdeling verklaard dat er geen gewicht toekomt aan de leeftijdsregistratie in Griekenland omdat zij bij het eerste contact met de Griekse autoriteiten in een ziekenhuis op Kos lag en er geen tolk aanwezig was. Het enkele feit dat eiser in Italië staat geregistreerd onder twee namen en geboortedata is geen voldoende motivering om de verklaring van eiser niet plausibel te achten. Eiser is hier tijdens de gehoren ook niet mee geconfronteerd. Aan eiser zijn geen vragen gesteld over hoe de registratie bij de Italiaanse politie is gegaan en waarom hij daar geregistreerd is met een andere naam en geboortedatum. De minister kan dan ook niet aan eiser tegenwerpen dat hij hier geen afdoende verklaring voor heeft gegeven. Ook met het standpunt tijdens de zitting dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over of hij al dan niet in het bezit is geweest van identiteitsdocumenten heeft de minister het vermoeden van minderjarigheid niet ontzenuwd. Eiser heeft bij de AVIM verklaard dat hij een paspoort heeft gehad maar dat hij die in Libië is kwijtgeraakt en heeft later bij de IND verklaard dat hij nooit identiteitsdocumenten heeft gehad, maar dit zegt niets over de leeftijd van eiser en of eiser minderjarig dan wel meerderjarig is.
Volgens de eerdere genoemde uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024 moet de minister ook eventuele overgelegde bewijsmiddelen betrekken. In dit verband heeft eiser de verklaring van de Diensten- en Veranderingscommissie van de Lokaliteit [stad] van 5 januari 2023 ingebracht. In deze verklaring staat dat eiser is geboren op [datum 2] 2007 in de stad [stad], in de deelstaat [deelstaat]. De minister heeft bij deze verklaring enkele kanttekeningen geplaatst. Zo heeft de minister gesteld dat eiser geen plausibele uitleg heeft gegeven waarom hij geen origineel heeft overgelegd en waarom hij het pas op 7 februari 2024 heeft ingebracht. Ook is onduidelijk op welke informatie deze verklaring is gebaseerd, wat Diensten- en Veranderingscommissie is en wat voor werkzaamheden zij verrichtten. Bovendien valt volgens de minister niet in te zien hoe eisers vader dit document heeft opgestuurd terwijl eiser heeft gezegd dat hij rond juli 2022, dus voordat de verklaring is afgegeven, voor het laatst contact heeft gehad met zijn vader. Het enkel plaatsen van kanttekeningen bij dit document is niet voldoende om het vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen. Eiser kan met dit document weliswaar zijn minderjarigheid niet aantonen maar het document ontzenuwt zijn minderjarigheid ook niet. Over het standpunt van de minister dat niet valt in te zien hoe eisers vader dit document heeft kunnen opsturen wijst de rechtbank erop dat eiser tijdens de zitting heeft verklaard dat hij met behulp van Stichting Nidos en het Rode Kruis weer in contact is gekomen met zijn vader.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij eiser niet is gevolgd in de door hem gestelde geboortedatum [datum 2] 2007 en minderjarige leeftijd. De minister heeft het vermoeden van minderjarigheid niet op overtuigende wijze weggenomen en niet inzichtelijk gemotiveerd waarom doorslaggevend gewicht wordt toegekend aan de leeftijdsregistratie in Italië. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het bestreden besluit in stand te laten.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht gebrekkig is gemotiveerd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover de minister daarin heeft vastgesteld dat eiser is geboren op [datum 1] 2001. Het bestreden besluit blijft voor het overige in stand. Dat betekent dat aan eiser nog steeds een asielvergunning is verleend. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. De minister zal een nieuw of aanvullend besluit moeten nemen over de geboortedatum van eiser en daarbij rekening moeten houden met wat de rechtbank in deze uitspraak heeft geoordeeld. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.
Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde rechtmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,00 en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.B.H. Hebbink, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H.S. Abbing, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.