ECLI:NL:RBDHA:2026:30168

ECLI:NL:RBDHA:2026:30168

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-10-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer 09/250534-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Veroordeling voor art. 6 WVW, aanmerkelijke schuld aan veroorzaken verkeersongeval tijdens dienst als politieagent. Taakstraf voor de duur van 80 uren opgelegd, geen OBM.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/250534-25

Datum uitspraak: 13 oktober 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 29 september 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. I.G.M. Oostrom en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. C.W. Noorduyn naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 juni 2025 te Alphen aan den Rijn, althans in Nederland als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (auto), daarmede rijdende over de weg, de Willem de Zwijgerlaan zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, als volgt te handelen;verdachte heeft:- onvoldoende aandacht gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of- zijn voertuig over de doorgetrokken streep gereden en tot stilstand gebracht op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, waardoor de doorgang voor het tegemoetkomend werd geblokkeerd en/of belemmerd ten gevolge waarvan hij met zijn motorvoertuig in botsing is gekomen met een motorrijder, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaarlichamelijk letsel, te weten een (open) beenbreuk, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij op of omstreeks 11 juni 2025 te Alphen aan den Rijn als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Willem de Zwijgerlaan,- onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of- zijn voertuig over de doorgetrokken streep heeft gereden en tot stilstand heeft gebracht op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, waardoor de doorgang voor het tegemoetkomend werd geblokkeerd en/of belemmerd, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde bepleit. De verdediging stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van (aanmerkelijke) onvoorzichtigheid of roekeloosheid. Daarnaast is volgens de raadsvrouw geen sprake geweest van gevaarzetting in de zin van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994). Subsidiair heeft de raadsvrouw ontslag van alle rechtsvervolging bepleit voor het subsidiair tenlastegelegde.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in bijlage I opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

Inleiding

Op 11 juni 2025 heeft op de Willem de Zwijgerlaan in Alphen aan den Rijn een aanrijding plaatsgevonden tussen een politiebus en een motor. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

De verdachte was de bestuurder van de politiebus en stond stil achter een aantal auto’s en een stadsbus in een file die was ontstaan doordat de Koningin Julianabrug was geopend. De motor stond aan de andere kant van de brug als eerste voertuig opgesteld voor de slagboom op de rijbaan voor zijn rijrichting. De weg heeft twee rijstroken, één in elke rijrichting, en deze zijn gescheiden door een dubbele doorgetrokken streep. Komende vanuit de rijrichting van de motor, ligt aan de rechterzijde een fietspad dat van de rijbaan is afgescheiden door een verhoging. Aan de linkerzijde, gezien vanuit de rijrichting van de motor, stond de file van auto’s en de stadsbus in tegenovergestelde rijrichting.

Nadat de slagbomen omhoog waren gegaan, trok de motorrijder op. De verdachte heeft vanuit de rij voertuigen waarin hij stilstond, zijn politiebus naar links gestuurd en is op de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer terecht gekomen. De motorrijder kon niet voldoende remmen om tot stilstand te komen voor de politiebus en ook kon hij de politiebus niet meer ontwijken waardoor de motor in botsing is gekomen met het politievoertuig. De motor is tegen de linker zijkant van de politiebus aangereden en over de verhoogde afscheiding met het fietspad naast de weg tegen de geluidswal tot stilstand gekomen. De bestuurder is ten val gekomen en heeft daarbij een onderbeen gebroken.

Schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeersweg 1994

De rechtbank stelt voorop dat bij de vraag of sprake is van schuld aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994, het aankomt op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarbij geldt dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Van schuld in de zin van dit artikel is pas sprake in het geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. De rechtbank stelt het volgende vast.

Vaststaat dat de verdachte op 11 juni 2025 met een politievoertuig op de Willem de Zwijgerlaan te Alphen aan den Rijn een stuurbeweging heeft gemaakt, daarbij over de dubbele ononderbroken markering is gereden en de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer nagenoeg volledig heeft geblokkeerd. Daarmee heeft de verdachte evident in strijd gehandeld met het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV).

De verdachte stelt dat hij als politiemedewerker gebruik heeft gemaakt van de vrijstelling van het naleven van het RVV. Hij heeft verklaard dat hij meende op te moeten treden tegen de motorrijder die naar zijn inschatting te hard reed en hij wilde deze tot stoppen dwingen om hem aan te spreken op zijn rijgedrag, met woorden of met handgebaren.

Aan politieagenten is in de Beschikking houdende vrijstelling van de bepalingen van het RVV vrijstelling verleend van de bepalingen van het RVV. Indien gebruik wordt gemaakt van deze vrijstelling, dient de veiligheid van het verkeer zoveel mogelijk te worden gewaarborgd. Van de vrijstelling mag alleen gebruik worden gemaakt voor zover dit voor de uitvoering van de opgedragen taken noodzakelijk is en de in de Brancherichtlijn Politie opgenomen voorschriften worden nageleefd.

Noch van de noodzaak tot optreden, noch van het voldoende waarborgen van de verkeersveiligheid is gebleken. Uit het forensisch onderzoek in deze zaak is niet gebleken dat het slachtoffer te hard zou hebben gereden, nog daargelaten of een verkeersovertreding noopt tot onmiddellijk ingrijpen.

Zo ingrijpen al noodzakelijk zou zijn geweest, dan is de verkeersveiligheid allerminst voldoende gewaarborgd geweest bij het overschrijden van de dubbele doorgetrokken markering door de verdachte. De verdachte had immers beperkt zicht, doordat een aantal auto’s en een stadsbus vóór de verdachte in de file stonden en het een smalle weg met een kromming erin betreft. De verdachte kon de rijbaan niet overzien.

De rechtbank stelt daarnaast vast dat de verdachte zich er geen rekenschap van heeft gegeven of bestuurders op de rijbaan voor tegemoetkomend verkeer, het verkeer dat weer op gang aan het komen was nadat de slagbomen waren geopend, tijdig zijn positie op de voor hen bestemde rijbaan zouden kunnen zien. Ook hun zicht werd immers gehinderd door de stilstaande auto’s en de stadsbus en de kromming van de weg. In zoverre heeft hij onvoldoende aandacht gehad voor het verkeer en de verkeerssituatie.

Het handelen van de verdachte was des te risicovoller omdat er sprake was van een verhoogde afscheiding tussen de weg en het fietspad. De motorrijder had daardoor geen kans om uit te wijken zonder in aanraking te komen met de rijbaanscheiding of het opgestelde verkeer in de tegenovergestelde rijrichting.

De rechtbank is van oordeel dat met de gedragingen die de verdachte verrichte in de gegeven omstandigheden, hij aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet.

Zijn handelen heeft tot gevolg gehad dat de motor met de politiebus in botsing is gekomen en de bestuurder van de motor daaraan langdurig en ernstig letsel aan een been heeft overgehouden.

De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst en de overige omstandigheden van het geval – zoals hiervoor overwogen – als aanmerkelijk onvoorzichtig in de zin van artikel 6 WVW 1994 dienen te worden aangemerkt en dat het aan de schuld van de verdachte te wijten is dat het ongeval heeft plaatsgevonden.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot het primair ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij op 11 juni 2025 te Alphen aan den Rijn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (auto), daarmede rijdende over de weg, de Willem de Zwijgerlaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig als volgt te handelen;

verdachte heeft:- onvoldoende aandacht gehad voor het verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse en- zijn voertuig over de doorgetrokken streep gereden en tot stilstand gebracht op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer, waardoor de doorgang voor het tegemoetkomend werd geblokkeerd,ten gevolge waarvan hij met zijn motorvoertuig in botsing is gekomen met een motor, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een beenbreuk, werd toegebracht.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de strafbeschikking wordt vernietigd en dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis en dat een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (hierna: OBM) wordt opgelegd voor zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om, indien het tot een strafoplegging komt, te volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft als bestuurder van een politiebus een verkeersongeval veroorzaakt. Met zijn handelen heeft de verdachte zich onvoorzichtig en gevaarzettend gedragen in het verkeer, waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Juist van een politieagent mag worden verwacht dat hij zich extra bedachtzaam en niet op onnodig risicovolle wijze tussen de overige verkeersdeelnemers begeeft. Dat de verdachte dat in de onderhavige situatie heeft nagelaten, rekent de rechtbank hem aan. Eveneens in het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat hij er gedurende het strafproces weinig blijk van heeft gegeven zich ervan bewust te zijn dat hij een slechte beslissing heeft genomen die niet te rechtvaardigen is door een vermeende snelheidsovertreding.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 22 september 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld. De rechtbank weegt het strafblad van de verdachte daarom niet in het voordeel of in het nadeel van de verdachte mee bij de strafoplegging.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft ter terechtzitting met de verdachte gesproken over zijn persoonlijke omstandigheden. De verdachte is sinds 25 jaar werkzaam bij de politie. Zijn rijbewijs is noodzakelijk voor de uitoefening van zijn werk.

De op te leggen straf

De rechtbank is van oordeel dat met het opleggen van een OBM – in voorwaardelijke of in onvoorwaardelijke zin – geen strafdoel meer wordt gediend. Daarom zal zij aan de verdachte, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, geen OBM opleggen.

De rechtbank acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke taakstraf van 80 uren passend en geboden, te vervangen door 40 dagen hechtenis wanneer die taakstraf niet of niet naar behoren wordt verricht. Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding.

7. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 9, 22 c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;

- 6 en 175 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8. De beslissing

De rechtbank:

vernietigt de strafbeschikking d.d. 4 februari 2026;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, primair:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf voor de tijd van 80 (TACHTIG) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 40 (VEERTIG) DAGEN.

Dit vonnis is gewezen door

mr. drs. H.M. Braam, voorzitter,

mr. B.J. van de Griend, rechter,

mr. W.E. Povel, rechter,

in tegenwoordigheid van mrs. J.E. Stevers en B.J. Stil, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. drs. H.M. Braam
  • mr. B.J. van de Griend
  • mr. W.E. Povel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand