ECLI:NL:RBDHA:2026:3023

ECLI:NL:RBDHA:2026:3023

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-02-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer NL24.51186
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Mvv; Syrische nationaliteit; eisers zijn zonen van referent; jongvolwassenenbeleid; bijkomende elementen van afhankelijkheid; belangenwafweging; hoorplicht; ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser 1], v-nummer: [nummer 1], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.51186

[eiser 2] , v-nummer: [nummer 2], eiser

samen: eisers

(gemachtigde: mr. M. Stoetzer-van Esch),

en

(gemachtigde: mr. O. Sari).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvragen van [naam referent] (referent) ten behoeve van eisers voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvragen. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvragen voor een mvv in stand kan blijven. Eisers krijgen geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Referent heeft ten behoeve van eisers aanvragen voor een mvv ingediend voor verblijf als familie- of gezinslid. De minister heeft deze aanvragen met het besluit van 21 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 december 2024 op het bezwaar van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvragen gebleven.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 1 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Achtergrond van deze zaak

3. Referent is de vader van eisers en heeft voor zijn vrouw en vijf kinderen aanvragen voor een mvv ingediend. Het gezin komt uit Syrië en hebben allen de Syrische nationaliteit. Zij waren als gezin woonachtig in Riyadh, Saoedi-Arabië. Eisers zijn naar Istanbul, Turkije gegaan om te studeren en hebben daar enkele jaren verbleven. Zij zijn daarna teruggekeerd naar het gezin in Saoedi-Arabië. Vervolgens is het hele gezin in Istanbul gaan wonen. De minister heeft de aanvragen van referent voor zijn vrouw en hun (minderjarige) kinderen ingewilligd en de aanvragen van eisers afgewezen.

Het bestreden besluit

4. De minister stelt zich op het standpunt dat in het bestreden besluit correct is getoetst aan artikel 8 van het EVRM. Eisers vallen volgens de minister niet onder het jongvolwassenenbeleid. Ook is er volgens de minister geen sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Dit betekent dat er geen sprake is van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM.

Toetsingskader

De IND neemt familie- en gezinsleven aan als bedoeld in artikel 8 van het EVRM tussen ouders en hun meerderjarige kinderen, zonder dat sprake moet zijn van bijkomende elementen van afhankelijkheid, uitsluitend als het meerderjarige kind ook na het bereiken van de meerderjarige leeftijd feitelijk is blijven behoren tot het gezin van zijn ouder(s). Die situatie doet zich volgens de minister voor als het meerderjarige kind:

a. Jongvolwassen is;

b. met de ouder(s) in gezinsverband samenleeft;

c. niet in zijn eigen onderhoud voorziet; en

d. geen zelfstandig gezin heeft gevormd door het aangaan van een huwelijk of relatie.

Voor de beoordeling of de jongvolwassene met zijn ouder(s) in gezinsverband samenleeft, is het moment van binnenkomst van de ouder(s) of de jongvolwassene in Nederland leidend. De minister weegt een gedwongen scheiding ook anders dan een vrijwillige scheiding. Verder blijkt uit de overzichtsuitspraak van de Afdeling van 29 mei 2024 dat deze vier voorwaarden cumulatief zijn. Dat betekent dat als eisers niet voldoen aan één van deze voorwaarden, zij niet vallen onder het jongvolwassenenbeleid.Bij de beoordeling of sprake is van gezinsleven op grond van het jongvolwassenenbeleid moet de minister rekening houden met alle relevante omstandigheden. Die omstandigheden betreffen naast de omstandigheden die de minister betrekt bij de beoordeling van de vier cumulatieve vereisten, ook alle overige omstandigheden die van belang zijn in het licht van de vraag of een kind na het bereiken van de meerderjarige leeftijd feitelijk is blijven behoren tot het gezin van zijn ouders. De vaststelling van familie- of gezinsleven betreft immers een feitenkwestie.

In andere gevallen wordt familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM tussen ouders en hun meerderjarige kinderen alleen aangenomen als sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen het meerderjarige kind en zijn of haar ouder(s). Deze elementen kunnen zijn: samenwoning, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid en de gezondheid van betrokkenen.

Vallen eisers onder het jongvolwassenenbeleid?

5. Eisers betogen dat de minister ten onrechte heeft geconcludeerd dat zij niet onder het jongvolwassenenbeleid vallen. Hiertoe voeren zij aan dat de leeftijdsgrens van ongeveer 25 jaar niet hard is en dat hun leeftijd op het peilmoment op zichzelf onvoldoende is om hen van toepassing van het beleid uit te sluiten. Volgens eisers hebben zij, behoudens een tijdelijke studieperiode in Turkije, altijd in gezinsverband met referent samengeleefd, nooit in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en zijn zij steeds financieel en praktisch afhankelijk gebleven van referent. Ook voeren zij aan dat zij in Turkije en Saoedi-Arabië niet mochten werken en dat zij om medische redenen beperkt zelfredzaam waren. De minister had volgens eisers alle elementen van het jongvolwassenenbeleid in onderlinge samenhang moeten beoordelen.

De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eisers op het peilmoment (datum aanvraag) 27 en 26 jaar oud waren. Het jongvolwassenenbeleid ziet op meerderjarige kinderen van 18 tot ongeveer 25 jaar. Hoewel deze leeftijdsgrens niet absoluut is, geldt dat met het toenemen van de leeftijd in beginsel meer zelfstandigheid mag worden verwacht en dat het aan eisers is om aannemelijk te maken dat zij ondanks hun hogere leeftijd feitelijk nog tot het gezin van referent behoren. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij ondanks hun hogere leeftijd nog feitelijk tot het gezin behoren.

i. Contra-indicaties ten aanzien van het vereiste dat eisers met ouders in gezinsverband samenleven

De minister heeft terecht overwogen dat eisers stappen naar zelfstandigheid hebben gezet voor wat betreft de samenwoning in gezinsverband en heeft dit als contra-indicatie voor toepassing van het jongvolwassenenbeleid mogen zien. De minister heeft in dat verband veel gewicht kunnen toekennen aan het gegeven dat eisers vanaf ongeveer hun 18e dan wel 19e levensjaar gedurende meerdere jaren, als gevolg van een vrijwillige en zelfstandige keuze, in Turkije hebben gewoond, zonder hun ouders, in een eigen appartement, waarbij zij gezamenlijk het huishouden voerden. Dat deze periode verband hield met studie, maakt dit niet anders. Ter zitting heeft de minister toegelicht dat eisers niet zijn teruggekeerd naar Saoedi-Arabië omdat zij niet zonder hun familie konden functioneren of omdat sprake was van een afhankelijkheidsrelatie, maar omdat de financiële middelen ontbraken om de studie voort te zetten en omdat referent een operatie had ondergaan. Er was dus sprake van een keuze om terug te keren naar het gezin om financiële en praktische redenen, en niet omdat eisers niet zelfstandig verder konden leven zonder het gezin. De minister heeft daarom in het gegeven dat eisers op enig moment wel weer in gezinsverband met met hun ouders zijn gaan samenleven geen aanleiding hoeven zien om het jarenlange, zelfstandige verblijf in Turkije niet langer als contra-indicatie te beschouwen.

ii. Contra-indicaties die verband houden met het vereiste dat eisers niet in hun eigen onderhoud voorzien

De minister heeft terecht overwogen dat eisers stappen naar zelfstandigheid hebben gezet voor wat betreft het voorzien in eigen onderhoud en heeft dit als contra-indicatie voor toepassing van het jongvolwassenenbeleid mogen zien. De minister werpt eisers in dat kader terecht tegen dat zij tijdens hun verblijf in Turkije hebben geprobeerd werk te vinden en dat dit bovendien een sterke indicatie vormt dat eisers voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van werkgelegenheid en niet van hun ouders. Dat [eiser 1] vrijwillig als vertaler werkzaamheden heeft verricht en [eiser 2] heeft gezocht naar werk in de IT- en ontwerpsector, toont aan dat eisers zich oriënteerden op deelname aan het arbeidsproces en stappen hebben gezet richting zelfstandigheid. Dat eisers hebben gezocht naar werk, ook al is dat niet gelukt, mocht de minister betrekken bij de beoordeling van hun mate van zelfstandigheid. Ten aanzien van de verder niet onderbouwde stelling van eisers dat zij niet zouden mogen werken in Turkije heeft de minister terecht overwogen dat Syriërs met tijdelijk bescherming een aanvraag kunnen doen voor een werkvergunning en daarbij ook verwezen naar openbare bronnen. Ten aanzien van de stelling dat eisers vanwege gezondheidsklachten niet zouden kunnen werken heeft de minister terecht overwogen dat zij in Saoedi-Arabië wel degelijk hebben gewerkt en dat [eiser 1] ook vertaalwerkzaamheden heeft gedaan in Turkije zodat het niet aannemelijk is dat zij niet in staat zouden zij om te werken.

iii. Conclusie

Zoals hierboven is overwogen moet de minister bij de beoordeling of sprake is van gezinsleven op grond van het jongvolwassenenbeleid rekening houden met alle relevante omstandigheden. In onderhavige geval heeft de minister onder meer bij de beoordeling betrokken dat eisers op de peildatum 26 en 27 jaar oud waren, lang zelfstandig hebben gewoond, hebben gewerkt en op zoek zijn naar werk. De minister heeft op grond van met name die omstandigheden terecht geoordeeld dat geen sprake is van gezinsleven op grond van het jongvolwassenbeleid. De minister heeft in de omstandigheid dat eisers lang samen hebben gewoond met hun ouders, en dat ook op de peildatum deden, en het gegeven dat zij niet daadwerkelijk in hun eigen onderhoud voorzien en niet financieel onafhankelijk zijn, geen aanleiding hoeven zien om tot een ander oordeel te komen. De grond slaagt niet.

Is tussen eisers en referent sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid

6. Nu eisers niet aan het jongvolwassenenbeleid voldoen, kan alleen familie- of gezinsleven in het kader van artikel 8 van het EVRM worden aangenomen tussen eisers en referent indien sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. De minister heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat daarvan geen sprake is.

Het is vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat pas kan worden gesproken van een door artikel 8 van het EVRM beschermd gezinsleven tussen ouders en hun meerderjarige kinderen en meerderjarige broers en zussen, als sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Uit de rechtspraak volgt ook dat de vraag of sprake is van beschermd gezinsleven van feitelijke aard is en afhankelijk is van het daadwerkelijk bestaan van hechte, persoonlijke banden. Hierbij kan onder meer relevant zijn: de eventuele samenwoning, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, de gezondheid van de betrokkenen en de banden met het land van herkomst. De minister heeft ruimte bij de weging van die elementen en de uitkomst van die beoordeling toetst de bestuursrechter enigszins terughoudend.

Eisers betogen dat er tussen hen en referent sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid en dat daarom gezinsleven bestaat in de zin van artikel 8 van het EVRM. Hiertoe voeren zij aan dat alle relevante factoren aanwezig zijn, waaronder samenwoning, financiële afhankelijkheid, medische en praktische afhankelijkheid en gebrek aan banden met het land van herkomst. Daartoe verwijzen zij naar het feit dat zij, afgezien van hun studietijd, steeds met hun ouders hebben samengeleefd en dat samenwoning niet doorslaggevend hoeft te zijn om afhankelijkheid aan te nemen. Eisers voeren verder aan dat zij door referent volledig financieel worden onderhouden en dat de minister ten onrechte stelt dat deze financiële ondersteuning niet aannemelijk is gemaakt. Zij verwijzen naar de overgelegde huurovereenkomst, betalingsoverschrijvingen en naar de medische documenten waaruit blijkt dat zij psychische problemen hebben en dat [eiser 2] gehoorproblemen heeft die hem beperken. Daarnaast voeren eisers aan dat zij geen reële banden hebben met Syrië, Saoedi-Arabië of Turkije en dat zij daar niet kunnen wonen of werken. Zij hebben nooit in Syrië gewoond, hebben geen garantsteller in Saoedi-Arabië en in Turkije mogen zij niet werken. Eisers voeren aanvullend aan dat zij ernstig lijden onder het gescheiden leven van hun familie. Referent heeft verklaard dat zijn zonen zelfs hebben geprobeerd om Turkije illegaal te verlaten. Daarbij zijn zij aangehouden en hebben zij vastgezeten. Als gevolg hiervan hebben zij van de Turkse autoriteiten een meldplicht opgelegd gekregen. Beide zonen zijn depressief. [eiser 1] had zijn been gebroken, maar kon niet naar het ziekenhuis. Verder voert referent aan dat hij vanwege zijn financiële situatie steun heeft gekregen van zijn broer om geld te kunnen sturen naar [eiser 1] en [eiser 2], en dat hij dit geld later zal moeten terugbetalen. Referent is gepensioneerd, maar wil graag werken. Hij heeft op dit moment werk via het uitzendbureau, met behoud van uitkering. Daarnaast zijn de in Nederland verblijvende kinderen van referent bereid om een bijdrage te leveren in het onderhoud van eisers als zij naar Nederland zouden mogen komen. Eisers hebben altijd goed gepresteerd op school en verwachten dat zij in Nederland slechts een korte periode nodig hebben voordat zij kunnen gaan werken en een bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse maatschappij.

De rechtbank is van oordeel dat de minister alle relevante feiten en omstandigheden kenbaar bij de beoordeling van de vraag of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid heeft betrokken en zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat daarvan tussen eisers en referent geen sprake is. De minister heeft daarbij in de eerste plaats betekenis mogen toekennen aan het feit dat eisers gedurende meerdere jaren zelfstandig in Turkije hebben gewoond, waar zij studeerden, zelfstandig woonden en een eigen huishouden voerden. Gelet op de aanzienlijke periode van zelfstandigheid in Turkije heeft de minister terecht minder belang gehecht aan de (latere) samenwoning tussen referent en zijn meerderjarige zonen. Daarbij heeft de minister bovendien betekenis mogen hechten aan het gegeven dat de terugkeer van eisers naar Saoedi-Arabië niet eruit voortkwam dat zij zich zonder referent niet staande konden houden, maar uit financiële omstandigheden binnen het gezin. Voor zover eisers hebben gewezen op hun huidige situatie in Turkije, waaronder de poging om het land illegaal te verlaten, de aanhouding en de opgelegde meldplicht, heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat deze omstandigheden zien op hun algemene verblijfspositie en sociaaleconomische situatie en niet op de aard van de relatie met referent. Deze omstandigheden leiden daarom niet tot het aannemen van bijkomende elementen van afhankelijkheid in de zin van artikel 8 van het EVRM.

De rechtbank volgt verder het standpunt van de minister dat de gestelde financiële afhankelijkheid onvoldoende aannemelijk is gemaakt. Wat betreft de financiële ondersteuning heeft de minister erkend dat eisers geld ontvingen van referent en andere familieleden, maar hij heeft terecht gewezen op onduidelijkheden en tegenstrijdigheden in de overgelegde betalingsbewijzen. Deze stukken maken niet inzichtelijk dat eisers volledig en structureel door referent werden onderhouden. Zoals de minister op zitting heeft toegelicht, kan financiële ondersteuning bovendien ook op afstand plaatsvinden. Het aanbod van de in Nederland verblijvende kinderen van referent om bij te dragen aan het onderhoud van eisers heeft, zoals de minister terecht heeft overwogen, geen betekenis voor de beoordeling van de afhankelijkheid tussen eisers en referent. Ten aanzien van de gestelde medische en emotionele afhankelijkheid heeft de minister zich eveneens terecht op het standpunt gesteld dat hiervan niet is gebleken. De overgelegde medische stukken tonen niet aan dat de psychische klachten van eisers of de gehoorproblemen van [eiser 2] zodanig zijn dat zij daardoor voor hun dagelijks functioneren afhankelijk zijn van referent. Daarbij heeft de minister mogen betrekken dat [eiser 1] geen lopende behandeling heeft en geen medicatie gebruikt en dat eerdere medische behandelingen onvoldoende zijn onderbouwd. Dat eisers lijden onder de scheiding van hun familie en behoefte hebben aan hereniging, acht de rechtbank begrijpelijk, maar dit overstijgt niet de gebruikelijke emotionele band tussen ouders en hun meerderjarige kinderen. Zoals de minister terecht heeft overwogen, kan emotionele en financiële steun ook op afstand worden geboden. De rechtbank volgt daarnaast het standpunt van de minister dat eisers sterke banden met Turkije hebben. Zij hebben daar jarenlang gewoond, spreken de taal en hebben aldaar een dagelijks leven opgebouwd. Dat eisers stellen dat zij in Turkije niet mogen werken of daar geen duurzame toekomst hebben, ziet op hun algemene leefsituatie en niet op een afhankelijkheidsrelatie met referent. Ook het ontbreken van banden met Syrië of Saoedi-Arabië maakt niet dat sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid

De minister heeft zich, mede gelet op het voorgaande, terecht en voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eisers en referent geen sprake is. De minister heeft dan ook terecht geconcludeerd dat niet gebleken is van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. De beroepsgrond slaagt niet.

Belangenafweging

7. Eisers betogen dat de minister een onjuiste belangenafweging heeft gemaakt onder artikel 8 van het EVRM. Hiertoe voeren zij aan dat de minister onvoldoende gewicht heeft toegekend aan het beschermenswaardige gezinsleven tussen hen en het gezin in Nederland. Daarbij is onvoldoende rekening gehouden met de objectieve belemmeringen om het gezinsleven elders uit te oefenen en het ontbreken van sterke banden met Syrië, Saoedi-Arabië en Turkije. Het belang van hun jongere broertje [naam broertje] om met hen herenigd te worden had zwaar moeten meewegen. Eisers voeren aan dat de minister slechts het economische belang van de Nederlandse staat heeft betrokken. Dit belang achten zij onvoldoende om de afwijzing te rechtvaardigen. Zij wijzen op de inspanningen van referent om te werken, zijn vrijwilligerswerk en het vernieuwen van zijn rijbewijs. Daarnaast benadrukken eisers nogmaals dat zij in Nederland snel maatschappelijk zouden kunnen bijdragen, gelet op hun schoolprestaties en op de bereidheid van familie in Nederland om financieel bij te dragen aan hun onderhoud.

Op 27 maart 2024 heeft de Afdeling drie uitspraken gedaan inzake gezinshereniging op grond van artikel 8 van het EVRM. In deze uitspraken heeft de Afdeling geoordeeld dat uit de rechtspraak van het EHRM volgt dat sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM tussen meerderjarige vreemdelingen buiten het kerngezin als er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. De minister mag bij een beroep op artikel 8 van het EVRM volstaan met de vaststelling dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen een vreemdeling en een referent bestaan, als hij daarbij alle relevante individuele aspecten heeft betrokken. De minister hoeft vervolgens niet de belangen van de Nederlandse Staat af te wegen tegen de belangen van de betrokken vreemdeling. Zoals de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld, heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat tussen eisers en referent geen beschermenswaardig familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM bestaat. In die beoordeling heeft de minister alle individuele feiten en omstandigheden van eisers en referent betrokken. De minister heeft dus mogen volstaan met de vaststelling dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eisers en referent en eisers bestaan en heeft geen belangenafweging hoeven maken in het kader van artikel 8 van het EVRM.

De minister heeft wel aangenomen dat sprake is van familie- of gezinsleven tussen eisers en hun minderjarige broertje en heeft daarom een belangenweging gemaakt. Anders dan eisers stellen heeft de minister het beschermenswaardige gezinsleven tussen eisers en [naam broertje] wel degelijk in het voordeel van eisers meegewogen. Anders dan eisers stellen heeft de minister bovendien niet enkel het economisch belang van de Nederlandse staat, maar ook de aard- en intensiteit van het gezinsleven tussen eisers en [naam broertje], het bestaan van objectieve belemmeringen, de binding met het land van herkomst dan wel een derde land, de binding met Nederland en het belang van [naam broertje] in het kader van de belangenweging afgewogen. De rechtbank is van oordeel dat de minister de belangen op juiste wijze heeft afgewogen. Eisers hebben ook niet gesteld of onderbouwd in welk opzicht de minister deze weging verkeerd heeft gedaan of anders had moeten doen. De grond slaagt niet.

Heeft de minister de hoorplicht geschonden?

8. Eisers betogen dat de minister de hoorplicht heeft geschonden. Hiertoe voeren zij aan dat referent uitdrukkelijk heeft verzocht om te worden gehoord in bezwaar.

Dit betoog van eisers slaagt niet. De minister mag van horen afzien als het bezwaar kennelijk ongegrond is. Deze bepaling mag de minister enkel toepassen indien er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hiervan in onderhavige zaak sprake was. Daar komt bij dat, naar de minister terecht opmerkt, in de bezwaargronden geen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht en dat eisers uitgebreid zijn gehoord en niet is gebleken van omstandigheden die het noodzakelijk maakten om referent te horen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het geval van referent mogen afzien van het horen in bezwaar.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Habibi, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W. Loof

Griffier

  • mr. N. Habibi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?