ECLI:NL:RBDHA:2026:3024

ECLI:NL:RBDHA:2026:3024

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-02-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer NL25.16661
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

BZ, 8:54, PKV, afgewezen.

Uitspraak

[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. J-A. Nijland),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn.

De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De minister heeft de rechtbank op 24 september 2025 laten weten dat hij geen aanleiding ziet om tot vergoeding van de proceskosten over te gaan.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Overwegingen

2. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de proceskosten veroordelen in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen.

3. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb alleen sprake is als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig heeft herzien dat daarmee eigenlijk wordt erkend dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. Van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb is geen sprake indien het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit neemt op andere gronden dan door de indiener aangevoerd of vanwege gewijzigde omstandigheden.

4. De minister heeft het besluit tot de verlenging van de overdrachtstermijn niet ingetrokken. De intrekking van het beroep is het gevolg van de intrekking van het overdrachtsbesluit van 2 april 2025. Dit zegt echter niets over de rechtmatigheid van de verlenging van de overdrachtstermijn. Het zijn namelijk twee verschillende besluiten. Van tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a van de Awb is dan ook geen sprake. Er is daarom niet voldaan aan de voorwaarden voor vergoeding van gemaakte proceskosten. Het verzoek wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E. Brokke, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.A. van Hoof

Griffier

  • mr. F.E. Brokke

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?