ECLI:NL:RBDHA:2026:30256

ECLI:NL:RBDHA:2026:30256

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 14-10-2026
Zaaknummer NL26.49283
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag niet in stand blijft. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten aanzien van Italië niet heeft mogen uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser),

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.49283 (beroep) NL26.49284 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. B. de Haan)

en

(gemachtigde: mr. E.M. den Hollander).

1. Deze uitspraak gaat over het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag niet in stand blijft. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten aanzien van Italië niet heeft mogen uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 15 juli 2026 een asielaanvraag ingediend. Eiser stelt de Guinese nationaliteit te hebben en geboren te zijn op [datum] 2004. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 19 augustus 2026 de aanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk is.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Gelijktijdig met het instellen van het beroep heeft eiser ook verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, met als doel dat hij niet kan worden overgedragen tot op het beroep is beslist.

De rechtbank heeft het beroep op 11 september 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder hebben hieraan deelgenomen. Eiser was niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het besluit

3. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die stonden in de Dublinverordening. Vanaf 12 juni 2026 geldt niet meer de Dublinverordening, maar de Asiel- en Migratiebeheerverordening (AMBV). In deze zaak dateren de aanvraag en het bestreden besluit van na 12 juni 2026. Verweerder heeft dit besluit dus ook genomen met toepassing van de AMBV. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit daarom op grond van artikel 43, eerste lid, van de AMBV.

Op grond van de AMBV neemt Nederland een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Uit Eurodac [de rechtbank begrijpt: OVA INDiGO] is verweerder gebleken dat eiser eerder asiel heeft aangevraagd in Italië. Daarom heeft Nederland bij Italië op 24 juli 2026 een kennisgeving inzake terugname gedaan. Italië heeft de kennisgeving op 6 augustus 2026 bevestigd.

Heeft verweerder de feitelijke status van de Italiaanse procedure goed vastgesteld?

4. Eiser voert aan dat uit de dossierstukken niet eenduidig volgt wat er precies met eisers asielverzoek in Italië is gebeurd. Het screeningsformulier van 15 juli 2026 vermeldt dat eiser internationale bescherming heeft gekregen, terwijl OVA - INDiGO vermeldt dat eiser geen verblijfsvergunning heeft gekregen. Indien eiser in Italië internationale bescherming heeft verkregen, had verweerder de ontvankelijkheid moeten beoordelen aan de hand van artikel 38, eerste lid, aanhef en onder c, van de Procedureverordening.

Verweerder heeft op de zitting het standpunt ingenomen dat deze grond niet onder de reikwijdte van artikel 43, eerste lid, van de AMBV valt en hier dus geen rechtsmiddel tegen open staat. Eiser heeft op de zitting gereageerd dat het niet goed vaststellen van een procedure een kwestie van zorgvuldigheid betreft en daarom alsnog moet worden getoetst.

De rechtbank overweegt dat uit artikel 43, eerste lid, van de AMBV volgt dat het beroep alleen kan gaan over de in dat artikel genoemde aspecten. Het al dan niet correct vaststellen door verweerder van de feitelijke status van de Italiaanse procedure, valt daar niet onder. De rechtbank ziet vanwege de beperking in dit artikel ook geen ruimte om dit punt alsnog te beoordelen via het zorgvuldigheidsbeginsel. De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft verweerder uit mogen gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië?

5. Eiser voert aan dat verweerder niet mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië. Verweerder heeft sinds eind 2022 geen overdrachten aan Italië meer geëffectueerd, nadat Italië deze eenzijdig heeft opgeschort. Eiser stelt dat verweerder er onterecht van uitgaat dat de situatie inmiddels wezenlijk veranderd is. De verwijzingen van verweerder naar een niet nader toegelicht gesprek tussen bewindslieden, een Kamerbrief en algemene uitlatingen van de Italiaanse minister over de opvang zijn te vaag. De door verweerder aangehaalde rapporten zien vooral op de algemene opvangsituatie en geven geen antwoord op de vraag of Italië de praktijk van het niet accepteren van overdrachten inmiddels daadwerkelijk heeft beëindigd. Verweerder had moeten onderzoeken of eiser na overdracht daadwerkelijk toegang zou krijgen tot de procedure, opvang en noodzakelijke voorzieningen.

Op de zitting zijn de uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats

’s-Hertogenbosch van 4 september 2026 en deze rechtbank en zittingsplaats van 10 september 2026 besproken met partijen. In deze uitspraken is geoordeeld dat verweerder ten aanzien van Italië niet mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Verweerder heeft in reactie op de uitspraak van zittingsplaats ’s-Hertogenbosch toegelicht dat de door verweerder ingebrachte stukken ter onderbouwing dat ten aanzien van Italië weer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, onvoldoende in samenhang zijn bezien. Ook wordt er volgens verweerder in die uitspraak onterecht van uitgegaan dat de 12 door Italië geweigerde overdrachten in de recente periode, het gevolg zijn van een gebrek aan opvangcapaciteit. Deze aanname mist volgens verweerder grondslag, nu het onduidelijk is waarom Italië deze overdrachten geweigerd heeft.

De rechtbank overweegt dat zij in de toelichting van verweerder op de uitspraak van zittingsplaats ’s-Hertogenbosch geen reden ziet om af te wijken van hetgeen is overwogen in de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats. Verweerder heeft dus niet mogen uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond omdat verweerder het bestreden besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet zorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt en verweerder een nieuw besluit moet nemen op zijn asielaanvraag. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.

Het beroep is gegrond, dus krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor deelname aan zitting, waarbij 1 punt een waarde heeft van € 934,-).

Nu op het beroep is beslist, bestaat geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe daarom af. Verzoeker krijgt wel een vergoeding van zijn proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 934,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift, waarbij 1 punt een waarde heeft van € 934,-)

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 19 augustus 2026;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Ramondt, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Schelhaas, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak kan, voorzover het de hoofdzaak betreft, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.J. Schelhaas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand