RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.55953
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),
en
Procesverloop
In het besluit van 16 september 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2002 en de Somalische nationaliteit te hebben. Zij heeft op 13 augustus 2026 asiel aangevraagd in Nederland.
2. Uit het Eurodac-systeem is gebleken dat eiseres eerder al asiel heeft aangevraagd in Spanje. Verweerder heeft de autoriteiten van Spanje hiervan kennisgegeven. Zij hebben de ontvangst daarvan bevestigd. Vervolgens heeft verweerder in het bestreden besluit de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 zoals die luidt met ingang van 12 juni 2026. Reden daarvoor is dat Spanje verantwoordelijk is op grond van artikel 36, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening (EU) 2024/1351 (Asiel- en migratiebeheerverordening, hierna: AMBV).
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij voert aan dat zij in de fase voorafgaand aan het bestreden besluit geen toegang heeft gehad tot adequate rechtshulp doordat haar advocaat op een laat moment toegang heeft gekregen tot het dossier. Ook is in de kennisgeving richting de Spaanse autoriteiten ten onrechte niet vermeld dat zij zwanger was. Het kindje van eiseres is na acht maanden zwangerschap stilgeboren. Hierdoor is eiseres bijzonder kwetsbaar en kan zij niet worden overgedragen aan Spanje. Verder zijn er in Spanje voor asielzoekers moeilijkheden bij het verkrijgen van toegang tot het gezondheidszorgsysteem. Hierbij verwijst eiseres naar het ‘Country report Spain’ van AIDA van april 2026, de pagina’s 122 en 123. Verweerder heeft niet goed gemotiveerd waarom hij geen gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om de asielaanvraag van eiseres ondanks de verantwoordelijkheid van Spanje in behandeling te nemen (artikel 35 van de AMBV).
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. In artikel 43, eerste lid, van de AMBV is de draagwijdte van dit beroep bepaald. Hieruit volgt dat de rechtbank niet kan ingaan op wat eiseres aanvoert over de zorgvuldigheid van de procedure voorafgaand aan het bestreden besluit, en over de inhoud van de kennisgeving richting de Spaanse autoriteiten. Ook kan de rechtbank niet ingaan op wat eiseres aanvoert over de discretionaire bevoegdheid van verweerder.
5. Wel moet worden ingegaan op de stelling van eiseres dat zij niet kan worden overgedragen aan Spanje omdat zij bijzonder kwetsbaar is en omdat er moeilijkheden zijn bij het verkrijgen van toegang tot het gezondheidszorgsysteem in Spanje voor asielzoekers. Hierbij moet de rechtbank beoordelen of overdracht van eiseres aan Spanje in strijd zou zijn met het verbod op onmenselijke behandeling van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit verbod komt in het geding als buiten de wil en verdere keuzes van de betrokken vreemdeling om overdracht een zeer verregaande materiële deprivatie meebrengt waartegenover de autoriteiten onverschillig staan. Dit volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218, in de zaak Jawo.
6. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij bijzonder kwetsbaar is. Niet is gebleken dat eiseres momenteel medische of psychische behandeling nodig heeft. Hoewel het doormaken van een stilgeboorte een ingrijpende gebeurtenis is, volgt daaruit als zodanig niet dat eiseres bij overdracht aan Spanje terechtkomt in een situatie zoals bedoeld in het Jawo-arrest. Daarnaast mag verweerder ten aanzien van Spanje uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit brengt mee dat ervan uit moet worden gegaan dat eiseres na overdracht aan Spanje toegang heeft tot de noodzakelijke zorg. Uit het door eiseres aangehaalde AIDA-rapport volgt niet dat van dit uitgangspunt moet worden afgeweken. Uit dit rapport volgt namelijk weliswaar dat asielzoekers in Spanje soms moeilijkheden ondervinden bij het verkrijgen van zorg, maar ook dat het recht op zorg wettelijk verankerd is, dat zorg voor asielzoekers kosteloos is, en dat er de afgelopen jaren verbeteringen zijn doorgevoerd in het zorgsysteem.
7. Uit wat hiervoor is overwogen, volgt verder dat niet is gebleken dat overdracht van eiseres aan Spanje zal leiden tot een ernstige en onomkeerbare achteruitgang van haar gezondheid zoals bedoeld in het arrest van het HvJEU van 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127, in de zaak CK.
8. De conclusie is dat het beroep kennelijk ongegrond moet worden verklaard. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 12 oktober 2026 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.