[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. E. Gorsselink),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op de asielaanvraag van 15 oktober 2023.
De minister heeft op 30 september 2025 een besluit genomen op de asielaanvraag van eiser.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
Beoordeling door de rechtbank
Heeft eiser nog belang bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen?
2. De minister heeft op 30 september 2025 een inhoudelijk besluit op de aanvraag van eiser genomen. De rechtbank is niet gebleken dat eiser nog belang heeft bij een beoordeling van zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen. Het beroep is daarom, voor zover het zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk.
Kan eiser worden ontvangen in zijn (van rechtswege) ontstane beroep tegen het inhoudelijke besluit?
3. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op het alsnog genomen inhoudelijke besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. Dat staat in artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. In dit geval is aan eiser een asielvergunning verleend. De rechtbank heeft eiser op 16 oktober 2025 gevraagd om aan te geven of hij het eens is met het inhoudelijke besluit. Hier heeft eiser niet op gereageerd. Op 14 november 2025 heeft de rechtbank een algemeen rappelbericht gestuurd aan eiser. Ook hier heeft eiser niet op gereageerd. Eiser heeft dus niet laten weten het niet eens te zijn met het besluit van 30 september 2025. Daarom is geen beroep van rechtswege ontstaan, als bedoeld in artikel 6:20, derde lid, van de Awb, waarop de rechtbank nog moet beslissen.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt een vergoeding voor zijn proceskosten omdat de minister niet op tijd heeft beslist. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,00 omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen ging over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de minister tot betaling van €467,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E. Brokke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.