ECLI:NL:RBDHA:2026:30262

ECLI:NL:RBDHA:2026:30262

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-10-2026
Datum publicatie 14-10-2026
Zaaknummer NL26.58883
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

bewaring, eerste beroep, Egyptische, 59, eerste lid, aanhef en onder a Vw, verkeerde datum rechtsmiddelenclausule, kennelijke verschrijving, geen rechtmatig verblijf door uiten asielwens, onrechtmatig gebruik handboeien, belangenafweging, 6:22 Awb, gronden deels bestreden, geen lichter middel, voldoende voortvarend, zicht op uitzetting, beroep ongegrond, wel PKV.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.58883

geboren op [geboortedatum] ,

van Egyptische nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. H.J. Janse),

en

(gemachtigde: mr. L. Ploeger).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van bewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van bewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. De minister heeft eiser op 3 oktober 2026 op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw in bewaring gesteld en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 9 oktober 2026 op zitting behandeld. Eiser heeft door het overleggen van een afstandsverklaring afgezien van het recht om op de zitting te worden gehoord. Zijn gemachtigde is op de rechtbank verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. De minister kan, als het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in bewaring stellen. De minister stelt een vreemdeling slechts in bewaring voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. De bewaring blijft achterwege of wordt beëindigd indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de bewaring. De vreemdeling kan in bewaring worden gesteld omdat het belang van de openbare orde of nationale veiligheid dat vordert, indien a) een onderduikrisico bestaat, of b) de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, indien ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

De aan eiser opgelegde maatregel van bewaring

4. De minister heeft aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de maatregel nodig is, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en hij de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen of een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;

c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;j. een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend die niet-ontvankelijk is verklaard of is afgewezen als kennelijk ongegrond;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;q. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Voortraject

5. Eiser voert aan dat in het asielbesluit van 24 september 2026 een verkeerde datum is opgenomen bij de rechtsmiddelenclausule en dat de staandehouding en ophouding hierdoor onjuist zijn gekwalificeerd.

De minister heeft ter zitting toegelicht dat de in het asielbesluit genoemde termijn van één week voor het indienen van een beroepschrift juist is, maar dat de genoemde datum van 14 september 2026, waarop uiterlijk beroep zou kunnen worden ingediend, onjuist is. De rechtbank acht dit onzorgvuldig, maar oordeelt dat de datum 14 september 2026 een kennelijk verschrijving betreft, omdat 14 september 2026 immers vóór de datum van het asielbesluit ligt. In het asielbesluit is daarnaast uitdrukkelijk vermeld dat eiser binnen één week in beroep kan gaan bij de rechter. Blijkens de M105 en M105-A is eiser op 3 oktober 2026 staandegehouden en opgehouden en dus nadat de termijn voor het indienen van beroep al was verstreken. Gelet hierop ziet de rechtbank geen reden voor het oordeel dat de staandehouding en ophouding onrechtmatig hebben plaatsgevonden.

6. Eiser betoogt dat hij op 3 oktober 2026 in Ter Apel was voor het indienen van een asielaanvraag. Het uiten van een asielwens is al voldoende om als asielaanvraag aan te merken en daarom was er sprake van rechtmatig verblijf. In plaats daarvan is eiser naar een locatie voor gehoor gebracht, in bewaring gesteld en is ten onrechte aan hem tegengeworpen dat hij onrechtmatig verblijf heeft.

Uit het pv van gehoor (M110) blijkt, zoals eiser stelt, dat hij een asielwens heeft geuit. De minister heeft ter zitting toegelicht dat de rechtsmiddelentermijn van het eerdere asielbesluit van 24 september 2026 (zie r.o. 5 en 5.1.) was verstreken en dat eiser daarom een nieuwe asielaanvraag moest indienen. Tijdens het gehoor is aan eiser medegedeeld dat hij ondanks zijn asielaanvraag toch in bewaring zal worden gesteld. Gelet hierop heeft eiser afgezien van het indienen van een asielaanvraag. De rechtbank stelt vast dat er ten tijde van de staandehouding en ophouding en op het moment van inbewaringstelling geen sprake was van rechtmatig verblijf.

7. De beroepsgrond van eiser ten aanzien van het onrechtmatig gebruik van handboeien slaagt. De rechtbank overweegt dat handboeien alleen tijdens de overbrenging en ophouding van een vreemdeling mogen worden gebruikt, indien de feiten of omstandigheden dit redelijkerwijs vereisen met het oog op gevaar voor ontvluchting, dan wel met het oog op gevaar voor de veiligheid. Uit het pv van bevindingen van 8 oktober 2026 blijkt het volgende:

“(…)

Tijdens het transport van de betrokkene is gebruik gemaakt van de transportboeien omdat betrokkene:

Dit om dat mij verbalisant bekend was dat er door betrokkene meerdere malen fysieke agressie is geweest op het COA. Ook heeft betrokkene de huisregels van het COA overschreden waaronder verwijtbaar brandgevaar. Betrokkene is meerdere malen MOB geweest. Zelfs bij het opnieuw melden is er sprake geweest van geweld tegen een beroepsbeoefenaar.

Met bovenstaande in ogenschouw nemende, dat betrokkene bekend is met het gebruik maken van geweld waardoor er mogelijk een gevaar zetting kan ontstaan voor verbalisanten, omstanders of betrokkene zelf.

Het politievoertuig waar ik samen met mijn collega in reed is niet ingericht voor transport. Dit betekent dat het voertuig waar wij betrokkene in vervoerden geen aparte compartimenten bezit waar betrokkene alleen in zit afgescheiden van mij en mijn collega.

Ook was zo’n voertuig niet beschikbaar. Nog was hier speciaal transport voor aangevraagd. Dit met de beperkte tijd en het verzoek door de DT&V voor een onmiddellijke staande houding van de betrokkene.

Daarom zijn handboeien aangelegd om eventuele gevaar zetting en vluchtgevaar van betrokkene te voorkomen.”

De rechtbank stelt vast dat de in het pv genoemde fysieke agressie niet nader is toegelicht en dat uit het pv ook niet kan worden opgemaakt dat kort vóór en/of tijdens het transport sprake is geweest van fysieke agressie, ontvluchtingsgevaar of gevaar voor de veiligheid van de ambtenaar of derden. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat het pv geen aanknopingspunten bevat voor de conclusie dat conform artikel 22 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren gebruik is gemaakt van handboeien. Dit betekent dat sprake is van een gebrek in het voortraject.

Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat een gebrek in het voortraject de bewaring echter pas onrechtmatig maakt als de daarmee gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. De te maken belangenafweging valt in dit geval in het voordeel van de minister uit. De rechtbank wijst in dat verband op wat hierna wordt overwogen over de gronden van de maatregel en het daaruit voortvloeiende onderduikrisico en het lichter middel. Daarbij is verder van belang dat het gebruik van de handboeien van korte duur is geweest en dat eiser niet heeft aangegeven op welke wijze hij in zijn belangen is geschaad. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om het geconstateerde gebrek te passeren op grond van artikel 6:22 van de Awb. De rechtbank zal de minister wel veroordelen in de proceskosten.

Grondslag

8. De rechtbank stelt vast dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft. Eiser heeft meerdere asielaanvragen ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid. Ook heeft eiser geen gevolg gegeven aan het aan hem opgelegde terugkeerbesluit en inreisverbod. Eiser valt daarom onder de in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw genoemde categorie vreemdelingen. De maatregel is op de juiste grondslag opgelegd.

Gronden

9. De minister heeft op de zitting grond s laten vallen. Deze grond hoeft daarom niet meer te worden besproken.

De rechtbank stelt vast dat eiser de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden a, q en r niet heeft betwist. De rechtbank ziet ook ambtshalve toetsend geen aanleiding voor het oordeel dat deze gronden ten onrechte aan eiser zijn tegengeworpen. Deze gronden zijn al voldoende om de maatregel te kunnen dragen. Daarmee is er voldoende reden om aan te nemen dat er een onderduikrisico bestaat. De rechtbank laat de beoordeling van de rechtmatigheid van de gronden c, j en p daarom onbesproken.

Lichter middel

10. Gelet op de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd, is de minister terecht ervan uitgegaan dat eiser niet uit eigen beweging gevolg zal geven aan de op hem rustende vertrekplicht. Een lichter middel volstond derhalve niet om de uitzetting van eiser te verzekeren. Daarnaast is de rechtbank niet gebleken van persoonlijke belangen van eiser die de bewaring voor hem onevenredig bezwarend maken en waarin de minister aanleiding had moeten zien eiser een lichter middel dan bewaring op te leggen. De rechtbank stelt vast dat de minister heeft aangegeven dat er bij eventuele medische klachten een medische dienst aanwezig is in het detentiecentrum. Ook is aangegeven dat de medische zorgverlening binnen de detentie- en uitzetcentra in Nederland gelijkwaardig is aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij.

Voortvarendheid

11. Naar het oordeel van de rechtbank werkt de minister voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser. Zo heeft de minister op 1 oktober 2026 het lp-traject opgestart en op 6 oktober 2026 de lp-aanvraag verzonden naar de Egyptische autoriteiten.

Zicht op uitzetting

12. De inbewaringstelling is in strijd met artikel 59 van de Vw en het Unierecht indien zicht op uitzetting ontbreekt. Voor dat oordeel ziet de rechtbank geen aanleiding. De rechtbank stelt hierbij voorop dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Egypte in het algemeen niet ontbreekt. Ook zijn er geen aanknopingspunten dat Egypte geen lp binnen een redelijke termijn aan eiser zou kunnen verstrekken.

Conclusie en gevolgen

13. De rechtbank ziet ook ambtshalve geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel onrechtmatig is.

14. De rechtbank stelt vast dat eiser in totaal niet langer dan zes maanden in bewaring zit.

15. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

16. Gelet op hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 7.1. is er aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,-. De rechtbank rekent 1 punt voor de kennisgeving en 1 punt voor het verschijnen ter zitting.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand