RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.17366
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. I. Petkovski)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
In het besluit van 7 februari 2024 heeft verweerder bepaald dat verzoeker na 4 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG (Richtlijn Tijdelijke Bescherming), en dat hij binnen vier weken na die datum moet terugkeren naar zijn land van herkomst.
Verzoeker heeft op 20 april 2024 tegen dit besluit beroep ingesteld. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Met het besluit van 28 juli 2025 heeft verweerder een vervangend terugkeerbesluit genomen. Het verzoek om een voorlopige verzoening heeft van rechtswege mede betrekking op dit vervangende besluit.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van 13 februari 2026, zaaknummer NL24.17365, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 16 februari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.