ECLI:NL:RBDHA:2026:3037

ECLI:NL:RBDHA:2026:3037

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-02-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer NL25.46568
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Inreisverbod, Tolk, medische gesteldheid, geen advocaat bij verhoor, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.46568

(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier),

en

1. Deze uitspraak gaat over het inreisverbod dat de minister aan eiser heeft opgelegd. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de oplegging van het inreisverbod.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister aan eiser een inreisverbod heeft mogen opleggen. Het besluit waarin dit inreisverbod aan eiser is opgelegd is niet onzorgvuldig voorbereid en ook niet onevenredig of onredelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 27 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Bij bericht van 1 december 2024 heeft eisers gemachtigde aangegeven dat eiser inmiddels is uitgezet naar Groot-Brittannië en dat eiser noch gemachtigde ter zitting zullen verschijnen. De minister heeft per bericht van diezelfde datum aangegeven toestemming te geven voor een uitspraak zonder zitting.

De rechtbank heeft het onderzoek daarom gesloten en doet zonder zitting uitspraak.

Overwegingen

De feiten

3. Eiser verblijft al geruime tijd, naar eigen zeggen sinds 1994/1995, in Nederland en heeft hier geen verblijfsrecht. Hij heeft wel een verblijfsrecht in Groot-Brittannië. Aan eiser is op 13 mei 2024 een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser heeft vanaf 17 januari 2025 uitstel van vertrek gekregen wegens medische redenen omdat hij gedwongen werd opgenomen in de [naam kliniek] in [plaats 1]. Deze behandeling zou duren tot 17 juli 2025. Eiser is op 7 juli uit de [naam kliniek] ontslagen. Eiser is op 26 augustus 2025 in [plaats 2] aangehouden door de politie. Op 27 augustus 2025 is eiser gehoord door een medewerker van de vreemdelingenpolitie met betrekking tot het opleggen van het onderhavige inreisverbod. Vervolgens heeft de minister aan eiser het bestreden inreisverbod opgelegd. Bij besluit van 8 september 2025 heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Op 11 oktober 2025 heeft een vertrekgesprek plaatsgevonden.

Het bestreden besluit

4. Het bestreden besluit berust op de volgende gronden:

1. Eiser is Nederland niet op voorgeschreven wijze binnengekomen;

2. Eiser heeft zich in strijd met de wet gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen onttrokken; en,

3. Eiser heeft eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en heeft daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg gegeven.

De minister legt aan het inreisverbod het volgende ten grondslag. Eiser heeft in het gehoor met de vreemdelingenpolitie aangegeven sinds 1995 illegaal in Nederland te zijn en dat hij sindsdien Nederland niet meer heeft verlaten terwijl hij had moeten terugkeren naar Groot-Brittannië. Eiser heeft verder op 13 mei 2024 een terugkeerbesluit gekregen. De minister heeft bij het opleggen van het inreisverbod naar eigen zeggen rekening gehouden met eisers medische en psychische gesteldheid. Na de gedwongen opname is eiser op 7 juli 2025 uitgeschreven uit de [naam kliniek]. Uit het ontslag uit de [naam kliniek] volgt volgens de minister dat er geen redenen aanwezig waren om de op 14 februari 2025 verstrekte zorgmelding te verlengen. Daarom kan volgens de minister niet langer sprake zijn van uitstel van vertrek als bedoeld in artikel 64 van de Vw 2000. De minister concludeert daarom dat aan eiser een inreisverbod kan worden opgelegd.

Heeft de minister aan eiser een inreisverbod mogen opleggen?

5. Eiser voert aan dat de minister van het opleggen van het inreisverbod had moeten afzien, omdat eiser kwetsbaar is en psychotisch kan raken. Eiser is van Somalische afkomst en verblijft al sinds 1994 in Nederland. Het verhoor is volgens eiser ten onrechte in het Engels afgenomen, hetgeen een taal is die eiser naar eigen zeggen onvoldoende machtig is. Eiser is een kwetsbaar persoon waardoor de minister eiser had moeten laten bijstaan door een advocaat. Dat eiser zelf heeft aangegeven dat niet te willen doet daaraan volgens zijn gemachtigde niet af. Eiser zal zijn rechten niet hebben begrepen en de rechtsmiddelenclausule zal hij volgens de gemachtigde ook niet hebben begrepen. Nu aan eiser uitstel van vertrek was verleend, hij een zorgmachtiging voor 6 maanden heeft gehad en hij in een kliniek in [plaats 1] opgenomen is geweest, is het opleggen van een inreisverbod volgens eiser te belastend en onredelijk.

6. Op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 vaardigt de minister een inreisverbod uit tegen de vreemdeling die niet uit eigen beweging binnen de daarvoor geldende termijn Nederland heeft verlaten, in welk geval het inreisverbod slechts door middel van een zelfstandige beschikking wordt uitgevaardigd dan wel een beschikking die mede strekt tot wijziging van het reeds gegeven terugkeerbesluit. De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verkort de duur van het inreisverbod, of laat een inreisverbod achterwege, als de vreemdeling bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd en onderbouwd.

Het betoog van eiser slaagt niet. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat geen sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding van het bestreden besluit. De minister wijst er terecht op dat eiser een Brits staatsburger is en dat hij er daarom op grond van paragraaf C1/2.11 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) van mocht uitgaan dat eiser de Engelse taal machtig is. De minister wijst er ook terecht op dat het proces-verbaal van het gehoor geen aanwijzing bevat dat eiser de Engelse Taal niet machtig was en de medewerker van de vreemdelingenpolitie niet heeft kunnen verstaan. De minister heeft er tevens op mogen wijzen dat uit de met eiser gevoerde vertrekgesprekken blijkt dat de communicatie in het Engels met eiser goed verliep. De minister heeft een verslag van een van de vertrekgesprekken als voorbeeld bijgevoegd. Tot slot blijk uit het proces-verbaal van gehoor dat een en ander duidelijk aan eiser is uitgelegd en dat er tussendoor controlevragen zijn gesteld. Eiser heeft niet aangegeven zaken niet begrepen te hebben.

De minister stelt zich met betrekking tot de medische en psychische gesteldheid van eiser terecht op het standpunt dat bij de beoordeling en de oplegging van het inreisverbod voldoende rekening is gehouden met de persoonlijke situatie van eiser. Eiser heeft niet duidelijk gemaakt waar zijn kwetsbaarheid precies uit bestaat en op welke manier dit van invloed zou kunnen zijn geweest op het gehoor. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij verstandelijk beperkt is en in psychoses kan raken.

De minister erkent in dit kader dat eiser gedwongen is opgenomen in de [naam kliniek] in [plaats 1], maar wijst terecht op de omstandigheid dat hij inmiddels is ontslagen uit de kliniek en dat de behandeling is afgerond. Bij het ontslag uit de kliniek is geconcludeerd dat er geen redenen aanwezig waren om de op 14 februari 2025 verstrekte zorgmelding te verlengen. De minister wijst verder terecht op de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 30 september 2025 waarin is aangegeven dat eiser ondanks zijn medische problematiek uitzetbaar is, omdat in Groot-Brittannië gelijkwaardige medische voorzieningen zijn als in Nederland en dat eiser daarvan als Brits staatsburger ook gebruik kan maken. Eiser heeft deze omstandigheid ook niet betwist.

De minister stelt zich verder terecht op het standpunt dat van hem niet kon worden verlangd op eigen initiatief een advocaat voor eiser in te schakelen, omdat eiser zelf heeft aangegeven van een advocaat af te willen zien en niet is gebleken dat eiser niet in staat was zijn wil te bepalen. Nu de rechtbank ook niet is gebleken van onzorgvuldigheden in het gehoor en een rechtsbijstandverlener niet noodzakelijkerwijze aanwezig moet zijn, treft deze grond geen doel.

De rechtbank ziet tot slot geen grond voor het oordeel dat het terugkeerbesluit te belastend of onredelijk is. Dit betoog heeft eiser namelijk in het geheel niet onderbouwd.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat de minister aan hem een inreisverbod heeft mogen opleggen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.H.W. Bodt

Griffier

  • mr. R.C. Lubbers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?