ECLI:NL:RBDHA:2026:3040

ECLI:NL:RBDHA:2026:3040

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-02-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer NL25.58170
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Beroep asiel gegrond. Verweerder werpt eiseres tegen dat zij naar Oeganda kan als veilig derde land. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiseres een band heeft met Oeganda vanwege de relatie met haar echtgenoot die daar verblijft. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiseres toegang zal hebben tot Oeganda.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.58170

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. C. Chen),

en

(gemachtigde: mr. A.R. Menschaart en mr. R. Radema).

1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Verweerder werpt eiseres tegen dat zij naar Oeganda kan als veilig derde land. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiseres een band heeft met Oeganda vanwege de relatie met haar echtgenoot die daar verblijft. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eiseres toegang zal hebben tot Oeganda. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 16 februari 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 20 november 2025 in de verlengde procedure niet-onvankelijk verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 3 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres, [tolk] als tolk en de gemachtigden van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres legt het volgende aan haar asielaanvraag ten grondslag. Eiseres heeft de Eritrese nationaliteit en is geboren op [datum] 1986. Eiseres was vanaf juli 2005 in militaire dienst. Eiseres heeft eerst civiele dienstplicht vervuld. In december 2020 hoorde eiseres dat zij zal moeten vechten en een wapen zal moeten dragen. Dit wilde eiseres niet. Uit ervaring weet eiseres dat de militaire dienstplicht in Eritrea geen einde heeft. Eiseres is gedeserteerd en ondergedoken. Op 9 februari 2021 heeft ze Eritrea illegaal verlaten. Bij terugkeer vreest eiseres in de gevangenis te belanden.

Het bestreden besluit

4. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw. Verweerder beschouwt Oeganda als veilig derde land voor eiseres. Volgens verweerder heeft eiseres een band met Oeganda omdat haar echtgenoot in Oeganda woont. Daarnaast is het aannemelijk dat eiseres wordt toegelaten tot Oeganda. Op grond van artikel 27 van de Oegandese Refugees Act 2006 kan de echtgenoot van eiseres een verzoek om gezinshereniging doen. Eiseres heeft onvoldoende individuele omstandigheden aangevoerd waaruit zou blijken dat Oeganda voor haar geen veilig derde land is. Hierdoor is het voor verweerder redelijk om van eiseres te verwachten dat zij naar Oeganda vertrekt. Verweerder legt eiseres een terugkeerbesluit op met een vertrektermijn van vier weken.

Heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat sprake is van een band met Oeganda?

5. Eiseres voert aan dat zij geen band heeft met Oeganda. Verweerder neemt de band aan op basis van haar huwelijk met haar echtgenoot. Hij heeft meerdere keren een verzoek bij de Oegandese autoriteiten ingediend om te worden herenigd met eiseres maar daar heeft hij nooit iets op gehoord. Hierdoor is het huwelijk duurzaam ontwricht. Eiseres en haar echtgenoot hebben daarom besloten om van elkaar te scheiden. Eiseres heeft een echtscheidingsverzoek overgelegd dat zij en haar ex-echtgenoot op 28 januari 2026 gezamenlijk hebben ingediend bij de rechtbank Amsterdam. Dit houdt in dat zowel eiseres als haar echtgenoot instemmen met de echtscheiding. Naar verwachting zal de echtscheiding over 4 tot 6 weken worden uitgesproken. Hiermee staat vast dat de exclusieve, duurzame relatie tussen eiseres en haar echtgenoot is beëindigd. Eiseres heeft daardoor geen band meer met Oeganda op basis waarvan verweerder kan verwachten dat het redelijk is dat zij naar Oeganda vertrekt. Ook heeft verweerder bij zijn standpunt onvoldoende betrokken dat eiseres nooit in Oeganda is geweest en inmiddels al bijna drie jaar in Nederland verblijft en hier ook werk heeft gevonden. Gelet daarop is het niet redelijk dat verweerder verwacht dat zij naar Oeganda vertrekt.

Verweerder handhaaft zijn standpunt over Oeganda als veilig derde land. Volgens verweerder maken de echtscheidingsstukken onvoldoende aannemelijk dat de band tussen eiseres en haar echtgenoot duurzaam is verbroken. Verweerder stelt dat, mede gelet op het tijdstip van het indienen van het echtscheidingsverzoek, er een vermoeden bestaat dat sprake is van een schijnscheiding. De procedure van eiseres loopt al sinds 2023 en op geen enkel moment hiervoor heeft eiseres aangegeven dat zij van plan is om te scheiden of dat het huwelijk duurzaam ontwricht zou zijn. Bovendien is het een complexe echtscheiding waardoor deze naar verwachting van verweerder niet binnen 4 tot 6 weken uitgesproken zal worden. Daarnaast stelt verweerder dat het verblijf van eiseres in Nederland onvoldoende is om de band met Oeganda niet tegen te kunnen werpen, omdat haar verblijfsrecht in Nederland enkel procedureel is geweest.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft dat sprake is van een band tussen eiseres en Oeganda. De rechtbank betrekt het volgende wettelijk kader bij dit oordeel.

Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw kan verweerder een vreemdeling die om asiel verzoekt een veilig derde land tegenwerpen. Verweerder beoordeelt op grond van artikel 3.37e van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV) of een land aangemerkt kan worden als veilig derde land. Deze bevoegdheid is gebaseerd op artikel 38 van de Procedurerichtlijn en geïmplementeerd in artikel 3.106a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). Uit leden twee en drie van dit artikel volgt de zogeheten ‘redelijkheidstoets’. Deze toets houdt in dat verweerder dient de beoordelen of het, gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, voor de vreemdeling redelijk zou zijn om terug te gaan naar het veilige derde land. Hierbij dienen de aard, de duur en omstandigheden van eerder verblijf in het derde land betrokken te worden.

Verweerder heeft beleid gemaakt voor de toepassing van de redelijkheidstoets. In paragraaf C2/6.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) staat dat verweerder onderzoekt of de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat deze naar dit land gaat. In de volgende gevallen wordt in ieder geval aangenomen dat de vreemdeling een band heeft met een derde land:

• de echtgenoot of partner van de vreemdeling heeft de nationaliteit van dat land;

• in dat land is eerstelijns of directe familie woonachtig van de vreemdeling, waarmee nog contact is; of

• de vreemdeling heeft eerder in dat land verbleven.

Verweerder baseert zich in deze zaak op de beleidsregel uit paragraaf C2/6.3 van de Vc te weten dat eiseres directe familie heeft die woonachtig is in Oeganda. Ter zitting heeft verweerder bevestigd dat de relatie van eiseres met haar echtgenoot die in Oeganda verblijft de omstandigheid is op grond waarvan hij de band met Oeganda aanneemt. Dat eiseres op dit moment nog getrouwd is, heeft eiseres niet betwist en in die zin staat ook vast dat zij nu directe familie in Oeganda heeft. Ook is er sprake van contact geweest tussen de twee in het kader van deze procedure. Daarmee is in beginsel aan de voorwaarden van het hiervoor genoemde beleid voldaan. Gelet op voorgaand juridisch kader kan verweerder daarmee echter niet volstaan en moet hij alle relevante omstandigheden betrekken.

In dit verband heeft eiseres aangegeven dat haar huwelijk duurzaam is ontwricht. Over het huwelijk haalt de rechtbank de volgende informatie uit het dossier. Eiseres heeft in de gehoren bij verweerder verklaard dat zij in september 2021 in Soedan met haar echtgenoot is getrouwd maar dat zij in mei 2022 uit dat land is vertrokken. Haar echtgenoot is daarna nog een tijdje in Soedan gebleven, maar is daarna naar Oeganda gegaan. De rechtbank stelt op grond daarvan vast dat eiseres na ongeveer 8 maanden getrouwd te zijn al ruim 3,5 jaar fysiek is gescheiden van haar echtgenoot. Waaruit hun contact bestond in die periode blijkt niet duidelijk uit het dossier. Wel blijkt uit het overgelegde echtscheidingsverzoek en de toelichting van de betrokken advocaat dat eiseres en haar echtgenoot nu een scheidingsprocedure in gang hebben gezet. Dit acht de rechtbank relevante omstandigheden die verweerder moet betrekken bij zijn standpunt dat het redelijk is om van eiseres te verwachten om naar Oeganda te gaan. Verweerder is hier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende op ingegaan. De rechtbank ziet in het licht van deze omstandigheden en zonder nadere informatie onvoldoende aanwijzingen voor een schijnconstructie. Het enkele feit dat de echtscheiding een paar dagen voor de zitting is aangevraagd, is hiervoor in ieder geval onvoldoende. Ook de lengte van de echtscheidingsprocedure, wat daar ook van zij, acht de rechtbank onvoldoende om te kunnen zeggen dat het onder de genoemde omstandigheden redelijk is om te verwachten dat eiseres naar Oeganda gaat met haar beschermingsvraag. Dat eiseres totdat de scheidingsprocedure is afgerond technisch gezien nog altijd directe familie in Oeganda heeft, is weliswaar relevant voor de toepassing van het beleid van verweerder maar dit geeft nog altijd geen rekenschap van de genoemde omstandigheden. De rechtbank vindt daarom het standpunt van verweerder onvoldoende gemotiveerd.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd welk gewicht toekomt aan de banden van eiseres met Nederland. Verweerder is met zijn standpunt over procedureel rechtmatig verblijf ingegaan op de verblijfsstatus van eiseres in Nederland. Eiseres heeft echter ook gesteld in Nederland te hebben gewerkt en dat onderbouwd met arbeidsovereenkomsten. De rechtbank acht dit ook relevant voor de redelijkheidstoets. Verweerders standpunt dat het mooi is dat eiseres werkt maar dat het voor haar nog altijd redelijk is om naar Oeganda te gaan acht de rechtbank onvoldoende concreet en bovendien niet in samenhang beoordeeld met de andere relevante omstandigheden. De beroepsgrond slaagt.

Heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiseres toegang heeft tot Oeganda?

7. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiseres toegang kan krijgen tot Oeganda omdat uit artikel 27 van de Oegandese Refugees Act 2006 volgt dat vluchtelingen in Oeganda gezinshereniging kunnen aanvragen. Eiseres heeft betwist dat zij dergelijke toegang heeft en verwezen naar landeninformatie.

De rechtbank overweegt dat uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat het aan verweerder is om bij het tegenwerpen van een veilig derde land aannemelijk te maken dat de vreemdeling wordt toegelaten tot dat land. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de enkele verwijzing naar artikel 27 van de Oegandese Refugees Act 2006 niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres toegang zal hebben tot Oeganda. Dit wetsartikel ziet op de mogelijkheid van gezinshereniging van vluchtelingen in Oeganda. Dit is dus een aanvraag die niet door eiseres zelf kan worden gedaan, maar eventueel door haar echtgenoot in Oeganda. Gelet op wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen over de relatie van eiseres met haar echtgenoot is het de rechtbank onvoldoende duidelijk of van de echtgenoot van eiseres een dergelijk verzoek mag worden verwacht en of dat aan eiseres kan worden tegengeworpen. Maar ook los daarvan is de enkele verwijzing naar een wetsartikel onvoldoende om aannemelijk te maken dat eiseres, als een verzoek wordt gedaan, ook daadwerkelijk toegang kan krijgen tot Oeganda op grond van die bepaling. Verweerder kan niet volstaan met alleen de theoretische mogelijkheid van toegang.

8. De rechtbank stelt op basis van wat is overwogen onder 6.4, 6.5 en 7.1 motiveringsgebreken vast.

9. Het beroep is gelet op de geconstateerde motiveringsgebreken gegrond. In het kader van finale geschilbeslechting geeft de rechtbank aan verweerder mee dat hij op grond van artikel 3.37e van het Voorschrift Vreemdelingen verweerder bij zijn beoordeling of een land als veilig derde land aangemerkt kan worden zich dient te baseren op een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie uit andere lidstaten, het Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties. Ook dient verweerder op basis van dit artikel de situatie in derde landen die zijn aangemerkt als veilig derde land regelmatig opnieuw te beoordelen. De rechtbank geeft dit mee aangezien verweerder in zijn besluitvorming enkel verwijst naar het Informatiebericht 2020/20 Beoordeling veilig derde land – Uganda, dat inmiddels vier jaar oud is en waarin geen verwijzingen naar de hiervoor genoemde landeninformatie zijn opgenomen.

Conclusie en gevolgen

10. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel zoals neergelegd in artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat het bestreden besluit geen stand kan houden. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.

Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 20 november 2025;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.V.A. Corstens, rechter, in aanwezigheid van mr. J.W. Robijn, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.V.A. Corstens

Griffier

  • mr. J.W. Robijn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?