ECLI:NL:RBDHA:2026:30457

ECLI:NL:RBDHA:2026:30457

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-10-2026
Datum publicatie 16-10-2026
Zaaknummer NL26.37761 en NL26.37762
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Dublin Duitsland. AMbV. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Artikel 17 van de Dublinverordening. Beroep ongegrond

Uitspraak

[eiser],

(geboren op [geboortedag] 2001, van Guinese nationaliteit, eiser/verzoeker, hierna eiser

(gemachtigde: mr. E. Stap),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 30 juni 2026 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 8 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde waren niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Waar gaat deze zaak over?

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die regelgeving stond in de Dublinverordening.Vanaf 12 juni 2026 geldt niet meer de Dublinverordening maar de Asiel- en migratiebeheerverordening (AMbV). In deze zaak dateert de aanvraag van vóór 12 juni 2026. Uit een oogpunt van rechtszekerheid en rechtsbescherming beoordeelt de rechtbank het bestreden besluit – conform het voorlopig oordeel van de Afdeling in de verwijzingsuitspraak van 7 oktober 2026 – niet op grond van artikel 43, eerste lid, van de AMbV, maar nog op grond van artikel 27, eerste lid, van de Dublinverordening. De minister neemt een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

5. In dit geval heeft Nederland op 12 mei 2026 aan Duitsland verzocht om eiser terug te nemen. Duitsland is hiermee op 18 mei 2026 akkoord gegaan. De minister heeft in het bestreden besluit de asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Het beroep

Interstatelijk vertrouwensbeginsel en opvangfaciliteiten in Duitsland

6. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister zijn aanvraag wel in behandeling had moeten nemen. Eiser is van mening dat Duitsland zich jegens hem niet aan de internationale verplichtingen houdt en dat niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. In de opvang in Duitsland waren de omstandigheden volgens eiser niet in overeenstemming met de daaraan gestelde vereisten. Ook stelt eiser geen toegang te hebben gehad tot zorg. Eiser voert aan dat hij niet heeft kunnen klagen bij de autoriteiten in Duitsland, omdat hem zou zijn medegedeeld dat hij direct zou worden teruggestuurd naar het land van herkomst als hij een klacht zou indienen. Tot slot verwijst eiser naar het AIDA-rapport over Duitsland, update 2024. Uit dit rapport blijkt onder meer dat Dublinterugkeerders naar Duitsland, zoals eiser, problemen ondervinden bij hun terugkeer.

7. De rechtbank overweegt als volgt. De minister mag er in het algemeen op vertrouwen dat de lidstaten die partij zijn bij de Asiel- en migratiebeheerverordening, waaronder ook Duitsland, hun internationale verplichtingen nakomen. Dit betekent dat de minister mag uitgaan van het vermoeden dat de behandeling van eiser na overdracht aan Duitsland in overeenstemming is met de bepalingen uit het EVRM, het Handvest en het Vluchtelingenverdrag. Van dit uitgangspunt wordt slechts afgeweken als eiser aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem dusdanige tekortkomingen vertonen dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een behandeling strijdig met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest. Van een schending van de voormelde bepalingen zal, in geval eiser aannemelijk maakt dat er sprake is van tekortkomingen in het Duitse asiel- en opvangsysteem, pas sprake zijn als die tekortkomingen structureel zijn en een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken.

Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hier niet in geslaagd. De Afdeling heeft geoordeeld dat ten aanzien van Duitsland van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. In deze uitspraak heeft de Afdeling over het AIDA rapport 2022 (update april 2023) geoordeeld dat daaruit geen ernstige en structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen in Duitsland volgen. Eiser verwijst naar het AIDA rapport 2024 (update 2025). Dit rapport schetst geen wezenlijk ander beeld over de opvangvoorzieningen dan uit het AIDA rapport 2022 (update 2023) blijkt en waarover de Afdeling heeft geoordeeld dat daaruit geen ernstige structurele tekortkomingen volgen.

De door eiser gestelde omstandigheden die hij in Duitsland heeft meegemaakt heeft hij verder niet met stukken onderbouwd. De aangevoerde omstandigheden maken daarom niet dat de asielprocedure of het opvangsysteem in Duitsland een fundamentele systeemfout bevat die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereikt. Er is daarom geen reden voor het oordeel dat ten aanzien van Duitsland niet langer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Daar komt bij dat Duitsland het overnameverzoek heeft geaccepteerd en hierbij garandeert dat de asielaanvraag van eiser in behandeling wordt genomen overeenkomstig de internationale verplichtingen. Als eiser in Duitsland wordt geconfronteerd met tekortkomingen bij de behandeling van zijn asielaanvraag of problemen ervaart ten aanzien van zijn opvang, ligt het op zijn weg hierover bij de Duitse autoriteiten te klagen. Eiser heeft gesteld, maar niet aannemelijk gemaakt dat klagen bij de Duitse autoriteiten niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is. Ook de gestelde medische problematiek heeft eiser op geen enkele manier onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.

Artikel 17 van de Dublinverordening

8. Volgens eiser valt niet in te zien waarom de minister geen toepassing aan het bepaalde van artikel 17 van de Dublinverordening heeft kunnen geven. De minister heeft gezien alle feiten en omstandigheden geen dan wel onvoldoende rekening gehouden met de persoonlijke belangen van eiser. Volgens eiser is sprake van bijzondere individuele omstandigheden die aanleiding zouden moeten geven voor Nederland om de asielaanvraag onverplicht in behandeling te nemen. De psychische druk bij eiser is zodanig hoog dat van overdracht naar Duitsland zou moeten worden afgezien. Ondanks de toezegging van Duitsland om onderhavige asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen, heeft eiser er geen vertrouwen in dat onderhavige aanvraag serieus zal worden behandeld door de Duitse autoriteiten. De eerdere asielaanvraag is namelijk afgewezen.

Op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening kan de minister elke asielaanvraag inhoudelijk behandelen, ongeacht of de minister hiervoor verantwoordelijk is op grond van de in de Dublinverordening neergelegde criteria. De minister had voor 12 juni 2026 in paragraaf C2/5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 beleid opgenomen voor de toepassing van deze bevoegdheid. De minister maakte onder andere gebruik van deze bevoegdheid als bijzondere, individuele omstandigheden met zich meebrengen dat de overdracht van de vreemdeling aan de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt.

De minister heeft zich op zitting op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een dergelijke situatie. Eiser had volgens de minister bij de Duitse autoriteiten kunnen klagen als hij het niet eens was met de wijze waarop hij werd behandeld. Hij heeft dit echter niet gedaan en heeft ook niet onderbouwd dat hij dit wel heeft willen doen. Ook zijn geen andere individuele omstandigheden aangevoerd of onderbouwd die maken dat terugkeer naar Duitsland van onevenredige hardheid zou getuigen. De rechtbank is van oordeel dat de minister daarmee terecht geen aanleiding heeft gezien om de asielaanvraag van eiser aan zich te trekken. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de buiten behandelingstelling van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

10. Omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist, is er geen aanleiding meer tot het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak NL26.37761:

- verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter, in de zaak NL26.37762:

- wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Smayel, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van

mr. M.A.H. Gonera, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand