RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.16817
V-nummer: [v-nummer]
geboren op [geboortedag] 1978, van Syrische nationaliteit,
(gemachtigde: mr. H. Yousef),
en
(gemachtigde: mr. S. Sinniah).
Procesverloop
Eiser heeft op 8 december 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Met het bestreden besluit van 20 maart 2026 heeft de minister eisers aanvraag afgewezen.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, onder b, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Voordat de rechtbank aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep kan toekomen, moet zij beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn beroep.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling moet de bestuursrechter een beroep slechts inhoudelijk beoordelen als de indiener procesbelang heeft. Daarbij gaat het erom of het doel dat eiser voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor hem feitelijk van betekenis is. Procesbelang is er niet als ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen.
De minister heeft per brief van 21 september 2026 aan de rechtbank laten weten dat eiser met behulp van de IOM zelfstandig is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, Syrië. De gemachtigde van eiser heeft op diezelfde dag bevestigd dat eiser inderdaad naar Syrië is teruggekeerd.
Nu blijkt dat eiser is teruggekeerd naar Syrië en hij met de vertrekverklaring van de IOM heeft verklaard dat zijn openstaande verblijfsrechtelijke procedures worden beëindigd, is de rechtbank van oordeel dat eiser geen belang meer heeft bij de behandeling van zijn beroep. Het beroep ziet immers op de vraag of de minister terecht tot de conclusie is gekomen dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft of een risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Syrië. Nu eiser zelfstandig is teruggekeerd naar Syrië, is ieder belang bij de behandeling van zijn beroep daarmee komen te vervallen.
Conclusie en gevolgen
2. Het beroep is niet ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
3. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Schaberg, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Hol, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.