ECLI:NL:RBDHA:2026:30475

ECLI:NL:RBDHA:2026:30475

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 16-10-2026
Zaaknummer NL26.55618
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

grensdetentie, overlap screening en grensprocedure, werkwijze grensprocedure

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.55618

(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),

en

(gemachtigde: mr. E.P.C van der Weijden).

Procesverloop

1. Bij besluit van 20 september 2026 (het bestreden besluit) is aan eiser met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel (grensdetentie) opgelegd.

2. Verweerder heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

3. De rechtbank heeft het beroep op 29 september 2026 op zitting behandeld. Op verzoek van eiser heeft deze behandeling gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van het beroep van [naam 1], NL26.55625. Eiser is verschenen, bijgestaan door [naam 2], als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen S. Hovhannisjan. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Toetsingskader

4. Verweerder kan de vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een asielaanvraag te willen indienen en die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden, zolang er nog geen definitieve beslissing is genomen, verplichten zich op te houden in een ruimte of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in het kader van een procedure om een beslissing te nemen over de toegang, of in het kader van de toepassing van de screeningsprocedure. Deze maatregel wordt opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang en wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.

Overlap screening en asielgrensprocedure

5. Eiser voert aan dat de screeningsprocedure nog niet was geëindigd toen de grensdetentie aanving. Volgens eiser is dit onverenigbaar met het Unierecht. In dit kader beroept eiser zich op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 15 september 2026.

De rechtbank constateert dat in de vrijheidsontnemende maatregel een kruisje is gezet bij vrijheidsontneming ten aanzien van de screeningsprocedure en bij vrijheidsontneming ten aanzien van de asielgrensprocedure. Deze omstandigheden kunnen echter niet naast elkaar bestaan. Uit artikel 1, aanhef en onder a, van de Screeningsverordening volgt immers dat verzoekers die aan de buitengrens om internationale bescherming verzoeken, worden gescreend voordat zij naar een passende procedure worden doorverwezen. Hierin ziet de rechtbank echter geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten. Artikel 6, derde lid, van de Vw 2000 voorziet namelijk zowel in een grondslag voor grensdetentie tijdens de screening als tijdens de asielgrensprocedure. Bovendien heeft verweerder ter zitting toegelicht dat het kruisje bij vrijheidsontneming ten aanzien van de screeningsprocedure ten onrechte is aangevinkt. De beroepsgrond slaagt niet.

Werkwijze niet in overeenstemming met het Unierecht

6. Eiser voert verder aan dat de huidige werkwijze van verweerder, waarbij iedere

asielaanvraag die aan de grens wordt ingediend in de asielgrensprocedure wordt behandeld, niet in overeenstemming is met het Europese Asiel- en migratiepact (hierna: het Pact). De bedoeling van het Pact is om door middel van de screening onder andere te beoordelen of sprake is van een kansarme of een niet kansarme asielaanvraag. Op basis van deze screening moet vervolgens worden vastgesteld of de asielgrensprocedure wordt toegepast.

Niet in geschil is dat eiser aan de buitengrens een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend terwijl hij niet aan de toegangsvoorwaarden voldeed zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid en onder c, van de Vw. Daarmee is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw. De rechtbank overweegt dat verweerder voorafgaand aan het opleggen van de maatregel geen beoordeling hoefde te maken of de asielaanvraag van eiser zich leent voor behandeling in de asielgrensprocedure en dat de bewaringsrechter zich in beginsel niet inhoudelijk kan uitlaten over de vraag of een asielverzoek in de asielgrensprocedure kan worden behandeld. Verweerder dient de gelegenheid te krijgen om onderzoek daarnaar te doen en een redelijke termijn daarvoor te krijgen. De werkwijze van verweerder waarbij asielaanvragen die aan de grens worden gedaan en waarbij de vreemdeling niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden uit de Schengengrenscode in beginsel in de asielgrensprocedure worden behandeld en de grensdetentie wordt opgeheven wanneer de aanvraag niet verder kan worden behandeld in de asielgrensprocedure, is in overeenstemming met de Procedureverordening. De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding voor een ander oordeel. De beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toets

7. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding

afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van mr. E.F. Derksen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Abdoelkadir

Griffier

  • mr. E.F. Derksen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand