ECLI:NL:RBDHA:2026:3064

ECLI:NL:RBDHA:2026:3064

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer NL26.5934
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Bewaring. Vervolgberoep. Voortvarend handelen. Zicht op uitzetting. Lichter middel. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.5934

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 5 november 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 10 februari 2026.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1989 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring en de voortduring daarvan al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring en het voortduren daarvan tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraken ten grondslag heeft gelegen rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, ter beoordeling of sinds 20 januari 2026 het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is.

4. Eiser voert aan dat verweerder niet voortvarend handelt waardoor het zicht op uitzetting ontbreekt. Eiser relateert dat eveneens aan de duur van de bewaring van drie maanden. Verweerder heeft alleen telefonisch een vertrekgesprek met eiser gevoerd. In dat gesprek is geen positieve terugkoppeling gekomen, zijn eiser geen constructieve vragen gesteld noch is verweerder met een oplossing voor eiser gekomen. Bovendien is eiser gebleken dat het IOM geen contacten meer heeft met de Marokkaanse autoriteiten en heeft verweerder enkel formeel gerappelleerd bij die autoriteiten.

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser naar Marokko en dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt, niet in algemene zin, en ook niet in eisers specifieke geval. Voor eiser is op 14 november 2025 een LP-aanvraag gedaan bij de Marokkaanse autoriteiten. Er zijn geen aanknopingspunten dat Marokko in het algemeen weigert LP’s te verstrekken en dat heeft eiser ook niet concreet gemaakt of onderbouwd. De rechtbank is daarbij van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan eisers uitzetting. Eisers beroepsgrond over de gang van zaken bij het vertrekgesprek van 6 januari 2026 maakt dat niet anders. Uit het verslag valt op te maken dat eiser is geïnformeerd over de stand van zaken. Dat daarbij nog geen positieve terugkoppeling kon worden gegeven, is niet te wijten aan verweerder. Bovendien is te lezen dat eiser, ondanks dat hij aangeeft mee te willen werken aan zijn vertrek naar Marokko, daartoe zelf geen enkele actie heeft ondernomen. Daarnaast rappelleert verweerder regelmatig, voor het laatst op 29 januari 2026. Het LP-traject duurt op dit moment nog niet zo lang dat daaruit moet worden afgeleid dat geen LP voor eiser zal worden afgegeven. Daar zijn op dit moment ook geen indicaties voor. De beroepsgronden slagen niet.

6. De rechtbank heeft ook ambtshalve de overige aspecten die de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel betreffen beoordeeld en concludeert dat de bewaring in de te toetsen periode niet onrechtmatig is geweest.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 17 februari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?