uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser],
geboren op [geboortedag] 1987, van Senegalese nationaliteit, eiser
(gemachtigde: mr. A.W. IJland),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. R. Radema).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de kennelijke ongegrondverklaring van zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Eiser heeft op 15 november 2024 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 7 juli 2025 kennelijk ongegrond verklaard. Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit met onmiddellijke vertrektermijn en een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser, J. van der Hulst als tolk in de Franse taal en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen te reageren op de artikelen die eiser op 1 mei 2026 heeft overgelegd.
Verweerder heeft vervolgens op (eveneens) 12 mei 2026 een aanvullend verweerschrift ingediend. Eiser heeft hier op 6 augustus 2026 op gereageerd.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Asielrelaas
4. Eiser heeft het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiser heeft verklaard dat hij lid is van de MFDC. Hij heeft verhalen verteld over de Casamance (een deel van Senegal dat onafhankelijk wil worden) aan jongeren. Ook heeft eiser verklaard dat hij is mishandeld in opdracht van de regering vanwege deze werkzaamheden.
Bestreden besluit
5. Volgens verweerder bevat het asielrelaas van eiser de volgende relevante elementen:
Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser en zijn lidmaatschap van de MFDC geloofwaardig geacht. De mishandeling van eiser door Les Nervis is door verweerder ongeloofwaardig geacht, omdat eiser dit niet heeft onderbouwd met documenten en zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.
Verzoek om een nieuwe zitting
6. In de dupliek van 6 augustus 2026 heeft eiser verzocht om een nieuwe zitting omdat aanvullend onderzoek door de rechtbank verricht dient te worden. De grondslag daarvoor is dat de rechtbank volgens eiser een uitputtend en geactualiseerd onderzoek dient te verrichten van de feitelijke en juridische elementen van de asielaanvraag van eiser.
De rechtbank is van oordeel dat een aanvullend onderzoek ter zitting achterwege kan blijven. Op de zitting van 12 mei 2026 zijn alle relevante elementen van de asielaanvraag van eiser uitvoerig besproken. Daarnaast hebben beide partijen de mogelijkheid gehad om schriftelijk nogmaals hun standpunt kenbaar te maken.
Veilig land van herkomst
7. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat Senegal niet langer aan te merken is als veilig land van herkomst. Als gevolg daarvan is de afwijzingsgrond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en sub b van de Vw komen te vervallen. Dit betekent dat ook het inreisverbod is komen te vervallen en eiser een terugkeerbesluit opgelegd krijgt met een vertrektermijn van vier weken.
Dit betekent dat het beroep gegrond is. In het kader van finale geschilbeslechting zal de rechtbank hierna ook de overige beroepsgronden bespreken.
Mishandeling door Les Nervis
8. Eiser voert aan dat hij voldoende gedetailleerd heeft verklaard over de mishandeling door Les Nervis. Door de duisternis kon eiser niet goed zien hoe zijn belagers eruitzagen omdat ze niet goed zichtbaar waren. Verder heeft eiser voldoende gedetailleerd verklaard over de gebeurtenissen. Eiser heeft meermaals verklaard dat de belagers tegen hem hebben gezegd dat hij moest stoppen met zijn activiteiten voor de MFDC. Eiser heeft voldoende gedaan om aannemelijk te maken dat het Les Nervis betrof die hem mishandelden en verweerder past de verkeerde maatstaf toe door van eiser te verwachten dat hij persoonlijk zou moeten maken waarom juist deze gebeurtenis aan hen wordt gekoppeld.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de mishandeling van eiser door Les Nervis terecht ongeloofwaardig heeft geacht. Zo heeft eiser over het incident verklaard dat het plaatsvond in de schemering, daarna dat het plaatsvond in de duisternis, en tot slot dat er lampen aanwezig waren die in zijn gezicht schenen. Deze verklaringen stroken niet met elkaar. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat eiser vaag en summier heeft verklaard over de aanval. Dat eiser overtuigd is dat het aanvallers van Les Nervis betreft is onvoldoende. De rechtbank volgt daarom het standpunt van verweerder dat deze stelling van eiser slechts is gebaseerd op aannames.
Artikel 3 van het EVRM
9. Eiser voert aan dat hij in beroep artikelen heeft overgelegd die onderbouwen dat hij bij terugkeer een risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM. Uit de artikelen blijkt namelijk dat naast de militaire tak van de MFDC ook de intellectuele tak wordt vervolgd.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser bij terugkeer naar Senegal geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 van het EVRM. Voorop staat hierbij dat eiser op de zitting heeft verklaard dat hij geen leider of woordvoerder is van de MFDC. Eiser heeft daarnaast niet aannemelijk gemaakt dat hij als onderdeel van de partij specifiek risico loopt. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten. Hij heeft legaal het land kunnen verlaten met zijn eigen paspoort. Verder heeft eiser ook niks aangevoerd waaruit blijkt dat hij een reëel risico loopt bij terugkeer.
Conclusie en gevolgen
10. Op grond van hetgeen overwogen in rechtsoverwegingen 7. en 7.1. is het beroep gegrond. De rechtbank laat uit het oogpunt van finale geschilbeslechting de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand, omdat verweerder het motiveringsgebrek in beroep heeft hersteld.
11. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 2.335,- vanwege de door een derde verleende beroepsmatige rechtsbijstand. (1 punt voor het beroepschrift, 0,5 punt voor repliek/dupliek en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, rechter, in aanwezigheid van mr.B. Kingma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze
partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend
binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de
behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de
indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.