ECLI:NL:RBDHA:2026:30744

ECLI:NL:RBDHA:2026:30744

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-10-2026
Datum publicatie 19-10-2026
Zaaknummer NL26.43464 en NL26.43465
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

AMbV. Eiser is MOB en heeft geen contact meer met gemachtigde. Geen procesbelang, beroep NO.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser],

de minister van Asiel en Migratie, hierna: de minister,

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL26.43464 (beroep)

NL26.43465 (voorlopige voorziening)

V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

geboren op [geboortedag] 1999, van Guinese nationaliteit, eiser en verzoeker, hierna: eiser,

(gemachtigde: mr. E. Stap),

en

(gemachtigde: mr. M. Ruijzendaal).

Procesverloop

1. Bij besluit van 24 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De minister heeft op het beroep en het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 13 oktober 2026 op zitting behandeld. Eiser is niet verschenen, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister hebben zich afgemeld voor de zitting.

Overwegingen

2. Eiser heeft op 16 mei 2026 voor de tweede keer asiel in Nederland aangevraagd. Eiser heeft eerder ook asiel in Frankrijk en België aangevraagd.

De minister heeft op 22 september 2026 aangegeven dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat hij geen contact meer heeft met eiser.

Als een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming (hierna: MOB) vertrekt dan moet er volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling in beginsel vanuit worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. De bestuursrechter zal echter voorzichtig moeten omgaan met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. Zolang de gemachtigde contact heeft met de vreemdeling, mag er volgens de Afdeling van worden uitgegaan dat de vreemdeling belang heeft bij zijn procedure om een verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen.

De gemachtigde van eiser heeft op 29 september 2026 laten weten geen contact meer te hebben met eiser. Eiser is ook niet op zitting verschenen. Er zijn verder ook geen aanknopingspunten om aan te nemen dat eiser desondanks nog prijs stelt op bescherming in Nederland. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep wegens het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag.

Conclusie en gevolgen

3. Omdat eiser geen procesbelang heeft, zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

Omdat het beroep van eiser niet-ontvankelijk is, is een voorlopige voorziening niet meer nodig. De voorzieningenrechter zal het verzoek om een voorlopige voorziening dan ook afwijzen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer NL26.43464:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer NL26.43465

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Jansen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Hollander, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.A. Hollander

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand