ECLI:NL:RBDHA:2026:30754

ECLI:NL:RBDHA:2026:30754

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-10-2026
Datum publicatie 19-10-2026
Zaaknummer NL25.28678
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Einduitspraak na tussenuitspraak. 8 EVRM. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en de gezinsleden in Nederland. Beroep gegrond.

Uitspraak

[eiseres 1], eiseres 1

geboren op [geboortedag 1] 1943,

en

[eiseres 2], eiseres 2

geboren op [geboortedag 2] 1999,

beiden van Palestijnse nationaliteit,

hierna gezamenlijk: eiseressen

(gemachtigde: mr. I.J.M. Oomen),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigden: mr. M.L.A. Berkelmans en mr. M. Hambarsumian).

Inleiding

1. Met de primaire besluiten van 9 juli 2024 heeft verweerder de aanvragen van eiseressen om een mvv afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 juni 2025 is verweerder bij de afwijzing van de aanvragen gebleven.

De rechtbank heeft het beroep van eiseressen op 21 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseressen, [referente] (referente), de echtgenoot van referent, [minderjarige] (de dochter van referent), H. Abdullah als tolk in de Engelse taal en de gemachtigden van verweerder.

In de tussenuitspraak van 30 juli 2026 heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 21 augustus 2026, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, de geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen.

Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak een aanvullend besluit genomen op 20 augustus 2026.

Eiseressen hebben op 24 augustus 2026 een schriftelijke zienswijze gegeven op het aanvullend besluit.

De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen. Een uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde.

De tussenuitspraak

3. Voor de weergave van de besluitvorming en het procesverloop verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak van 30 juli 2026. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Verweerder heeft namelijk nagelaten de familie- en gezinsrelaties met de echtgenoot van referente en [minderjarige] te beoordelen. Ook de band tussen eiseres 1 en eiseres 2 dient te worden beoordeeld, nu eiseres 2 een verblijfsvergunning voor het doel studie heeft gekregen in Nederland. Verder heeft de rechtbank een aantal persoonlijke omstandigheden van eiseres 1 opgemerkt waar door verweerder rekening mee dient te worden gehouden bij de beoordeling.

Het aanvullend besluit

4. Voorafgaand aan het aanvullend besluit heeft verweerder een hoorzitting gehouden. In het aanvullend besluit heeft verweerder de band tussen eiseres 1 en referente, eiseres 2, de echtgenoot van referente en de minderjarige [minderjarige] beoordeeld. Verweerder neemt in geen van de gevallen familie- of gezinsleven aan tussen eiseres 1 en de gezinsleden. In het geval van referente, eiseres 2 en de echtgenoot van referente is dat omdat er volgens verweerder geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Ook tussen eiseres 1 en [minderjarige] neemt verweerder geen familie- of gezinsleven aan, omdat geen sprake is van hechte persoonlijke banden tussen eiseres 1 en [minderjarige].

Het eindoordeel van de rechtbank

Toetsingskader

5. De rechtbank overweegt dat uit de rechtspraak van het EHRM volgt dat bij relaties tussen meerderjarige familieleden voor het aannemen van beschermenswaardig familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM sprake moet zijn van ‘more than the normal emotional ties’ (een meer dan gebruikelijke emotionele band). Om te bepalen of hiervan sprake is, kijkt het EHRM naar ‘additional elements of dependancy’ (bijkomende elementen van afhankelijkheid). Het al dan niet bestaan van een dergelijk familie- of gezinsleven is in essentie een kwestie van feitelijke aard en afhankelijk van het daadwerkelijk bestaan van hechte persoonlijke banden. Elementen die hierbij relevant kunnen zijn, zijn eventuele samenwoning, de mate van financiële en emotionele afhankelijkheid, de gezondheid van betrokkenen en de banden met het land van herkomst.

6. De Afdeling heeft in de uitspraak van 18 juli 2025 overwogen dat uit haar uitspraak van 27 maart 2024 en het arrest Martinez Alvarado van het EHRM volgt dat voor het aannemen van bijkomende elementen van afhankelijkheid niet is vereist dat een vreemdeling exclusief afhankelijk is van een referent en zonder een referent niet zelfstandig kan functioneren.

7. De rechtbank toetst de vraag of sprake is van een meer dan gebruikelijke emotionele band – evenals het EHRM – vol. De rechtbank verwijst daarvoor naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 20 november 2025 en maakt deze overwegingen de hare.

8. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bestreden besluit (en het aanvullend besluit) in grote mate uitgaat van exclusieve afhankelijkheid tussen eiseres 1 en de familieleden in Nederland. Zo stelt verweerder over de (medische) zorg meermaals dat niet is gebleken dat eiseres 1 exclusief van (één van) de familieleden afhankelijk is voor die zorg. Dit is naar oordeel van de rechtbank, gezien het bovenstaande juridische kader, een te streng en onjuist criterium. Volgens de uitspraak van de Afdeling van 4 april 2019 is voor de beantwoording van de vraag of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid bovendien niet vereist dat eiseres 1 volledig en exclusief van zorg afhankelijk is van referente (of haar gezinsleden).

Bijkomende elementen van afhankelijkheid

9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres 1 en de gezinsleden in Nederland. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank stelt vast dat eiseres 1 door referent financieel wordt ondersteund. Door verweerder wordt ook niet betwijfeld dat eiseres 1 financieel afhankelijk is van referente. Deze financiële steun is een factor die bijdraagt aan de band tussen eiseres 1 en referente. Dat, zoals verweerder stelt, de financiële ondersteuning mogelijk ook op afstand zou kunnen plaatsvinden, doet daar niet aan af.

De rechtbank stelt verder vast dat eiseres 1 sinds 2005 met het gezin heeft samengewoond. Referente is in 2018 naar Nederland gekomen. Eiseres 1 is in 2024 samen met haar kleindochters en de echtgenoot van referente uit Gaza naar Egypte gevlucht. Deze langdurige samenwoning is naar het oordeel van de rechtbank een belangrijke factor die bijdraagt aan de band tussen eiseres 1 en de andere gezinsleden.

Eiseres 1 is verder op hoge leeftijd en heeft lichamelijke klachten. Verder blijkt uit een psychiatrisch rapport van 4 augustus 2026 dat zij lijdt aan een ernstige depressie, PTSS en separatieangst nadat zij is blootgesteld aan ernstige oorlogssituaties, acute ontheemding, het verlies van haar vaderland en gedwongen scheiding van haar familie. Zij heeft een hevige angst om volledig verlaten te worden en alleen te sterven. Daarnaast raakt zij in hevige emotionele paniek wanneer zij alleen is. In het rapport staat verder dat psychologische hulp beperkt blijft zolang zij niet wordt herenigd met haar familie. Hereniging met haar familie is een cruciale voorwaarde voor de behandeling van haar trauma, aldus de psychiater.

Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres 1, als 83-jarige vrouw, gedurende de dag afhankelijk is van zorg van derden. Verweerder stelt zich echter per gezinslid op het standpunt dat niet is gebleken dat eiseres 1 van dat specifieke gezinslid afhankelijk is. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Door de kwetsbare gezondheid van eiseres 1, haar trauma en haar psychiatrische problemen heeft zij in het bijzonder behoefte aan persoonlijke en voortdurende zorg door haar naaste familie. Het gaat dus niet alleen om toegang tot medische zorg, maar ook om de aanwezigheid en steun van familie. Dat zij deze steun nodig heeft, wordt ook bevestigd door de verklaringen en de overgelegde vliegtickets. Daaruit blijkt namelijk dat de gezinsleden elkaar aflossen in de zorg voor eiseres 1 in Caïro.

De mate van emotionele afhankelijkheid blijkt uit het feit dat eiseres 1 en haar familieleden sinds 2005 samenwonen en voor elkaar zorgen. Toen de moeder in 2009 vertrok, bleef eiseres 1 bij de rest van het gezin. Later mocht een deel van de familie op grond van gezinshereniging naar Nederland komen, en eiseres 2 bleef bij eiseres 1 wonen om voor haar te zorgen. Ook nu wisselen de gezinsleden elkaar nog steeds af in de zorg voor eiseres 1, al kost dat de familie veel omdat zij allemaal werken of een opleiding volgen. Hun langdurige verbondenheid, mede gelet op de kwetsbaarheid van eiseres 1 door haar hoge leeftijd, oorlogstrauma, zorgbehoevendheid en psychiatrische problemen, wijst op een emotionele afhankelijkheid die verder gaat dan de gebruikelijke banden tussen eiseres 1 en haar familieleden.

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat tussen eiseres 1 en referente, de echtgenoot van referente, eiseres 2 en [minderjarige] sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Dat betekent dat sprake is van beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM tussen eiseres 1 en deze gezinsleden. Verweerder moet daarom een belangenafweging maken.

Verweerder heeft erkend dat de banden van eiseres 1 met Caïro beperkt zijn, maar heeft daaraan toch meer gewicht toegekend dan aan haar banden met Nederland. Daarbij heeft verweerder vooral gewezen op haar sociale omgeving in Caïro en op het feit dat zij in “Little Gaza” woont en af en toe bezoek krijgt. Verweerder heeft daarbij echter onvoldoende betekenis toegekend aan het psychiatrisch rapport, waarin staat dat eiseres 1 zich juist terugtrekt uit sociaal contact. Dat bezoek kan daarom niet worden gezien als een zelfstandige en betekenisvolle sociale band. Ook heeft verweerder onvoldoende gewicht toegekend aan de rol van de familie van eiseres 1 in Caïro. Daar is steeds een familielid bij haar aanwezig. Dat wijst niet op een eigen, zelfstandig netwerk of bestaan in Caïro, maar juist op het tegendeel. Haar aanwezigheid daar wordt gedragen door de voortdurende nabijheid en zorg van haar familie. Daarnaast heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom haar banden met Nederland zwaarder zouden wegen in negatieve zin. Eiseres 1 kent hier misschien niemand, maar haar familie is wel in Nederland aanwezig en met hen heeft zij een sterke emotionele band.

Ten aanzien van eiseres 2

10. Nu eiseres 2 inmiddels een verblijfsrecht in Nederland heeft, heeft zij naar het oordeel van de rechtbank geen procesbelang meer bij de behandeling van haar beroep. De rechtbank verklaart het beroep voor zover dat ziet op eiseres 2 daarom niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep ten aanzien van eiseres 1 is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van 6 weken.

Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseressen vergoeden en krijgen eiseressen ook een vergoeding van hun proceskosten.

Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.335,- omdat de gemachtigde van eiseressen een beroepschrift heeft ingediend (1 punt), aan de zitting heeft deelgenomen (1 punt) en een schriftelijke zienswijze op het aanvullend besluit heeft ingediend (0,5 punt). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep voor zover dat ziet op eiseres 2 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep voor zover dat ziet op eiseres 1 gegrond;

- vernietigt het besluit van 10 juni 2025;

- draagt verweerder op binnen 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan eiseressen moet vergoeden;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan eiseressen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak El Idrissi, rechter, in aanwezigheid van mr.M.A.H. Gonera, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand