RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[rechtzoekende], rechtzoekende
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL23.26537
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. C.C. Smit),
en
de minister van Asiel en Migratie .
Procesverloop
Met een besluit van 24 augustus 2023 heeft de minister bepaald dat rechtzoekende vanaf 4 september 2023 niet (langer) recht heeft op tijdelijke bescherming op grond van de RTB. Op 1 september 2023 heeft rechtzoekende tegen het besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Dit beroep is op 22 september 2026 ingetrokken.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Omdat rechtzoekende het beroep heeft ingetrokken, is er geen sprake meer van een met deze procedure verbonden (bodem)zaak. Gelet hierop komt de voorzieningenrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling.
Conclusie
2. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.B. van Gijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Hol, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.