ECLI:NL:RBDHA:2026:30764

ECLI:NL:RBDHA:2026:30764

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-10-2026
Datum publicatie 19-10-2026
Zaaknummer C/09/711931 / KG ZA 26-950
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Kort geding. Vorderingen gericht op verkrijgen informatie van Veilig Thuis afgewezen. Vordering onvoldoende onderbouwd en bestuursrechtelijke route sluit weg naar civiele voorzieningenrechter af. Gevorderde schadevergoeding ook afgewezen. Niet in hoge mate aannemelijk dat bodemrechter gedaagde tot betaling zal veroordelen.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/711931 / KG ZA 26-950

Vonnis in kort geding van 1 oktober 2026

in de zaak van

1. [eiser 1] te [woonplaats] ,

2. [eiser 2] te [woonplaats]

eisers,

advocaat: mr. S. van der Eijk,

tegen:

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST EN VEILIG THUIS, handelend onder de naam GGD Haaglanden, te Den Haag,

gedaagde, hierna: Veilig Thuis,

in persoon verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met daarbij en daarna overgelegde producties 1 tot en met 9;

- de door Veilig Thuis overgelegde conclusie van antwoord, met twee producties;

- de door eisers overgelegde spreekaantekeningen, tevens houdende wijzigingen van de eis.

Op 17 september 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.

Veilig Thuis heeft zich ter zitting verzet tegen de eiswijziging, althans tegen de in de gewijzigde eis opgenomen meer subsidiaire vordering. Volgens Veilig Thuis is deze te laat ingediend. Aan dit bezwaar gaat de voorzieningenrechter voorbij. Tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet, kan een vordering nog ter zitting worden gewijzigd. Gebleken is dat Veilig Thuis zich in voldoende mate kon verweren tegen de gewijzigde eis, zodat er geen aanleiding is deze buiten beschouwing te laten.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

Eisers zijn vader en zoon en wonen samen met hun echtgenote/moeder en dochter/zus in [woonplaats] . Eisers worden hierna aangeduid als respectievelijk de vader (eiser 1) en de zoon (eiser 2).

De zoon heeft een relatie gekregen met de buurvrouw van het gezin (hierna: de buurvrouw). De buurvrouw heeft samen met haar (ex)echtgenoot drie kinderen. De zoon en de buurvrouw zijn op enig moment gaan samenwonen in een huurwoning. Eind oktober 2025 is de relatie tussen de zoon en de buurvrouw verbroken en is de samenleving ook beëindigd.

Door zowel de relatie van de zoon met de buurvrouw als de verbreking van die relatie zijn er spanningen ontstaan tussen de familie van eisers enerzijds en de familie van de buurvrouw anderzijds. Er is sprake geweest van diverse (gewelds)incidenten.

Rond het gezin van eisers is op 15 mei 2025 melding gedaan van (dreigend) huiselijk geweld en is vervolgens door Veilig Thuis onderzoek gedaan.

Veilig Thuis heeft onderzoek gedaan naar de buurvrouw en haar gezin. Dat onderzoek is gestart in juni 2025. In dat onderzoek is de zoon aangemerkt als direct betrokkene en de vader is gehoord als betrokkene. Er heeft op verschillende momenten (telefonisch) contact plaatsgevonden tussen de vader, die toen was gedetineerd, en de zoon en Veilig Thuis.

Op 1 november 2025 is een ontploffing veroorzaakt bij de tabakswinkel die door de zoon wordt geëxploiteerd. Naar aanleiding van dit incident heeft de Burgemeester van Den Haag op grond van artikel 174, eerste en derde lid, Gemeentewet juncto artikel 2:79, eerste lid APV besloten om – kort gezegd – het pand waar de winkel is gevestigd tot 1 februari 2026 te sluiten. Dit is bij brief van 14 november 2025 aan de zoon medegedeeld.

Op 3 november 2025 heeft de buurvrouw onder begeleiding van de politie haar spullen uit de huurwoning waar zij met de zoon woonde opgehaald. Hierover staat in voormelde brief van 14 november 2025 van de burgemeester aan de zoon dat het “rommelig en provocerend, zowel vanuit de buurvrouw als vanuit u” verliep.

Bij vonnis van deze rechtbank van 13 juli 2026 is de zoon veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, voor:

het medeplegen van een poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen. De zoon heeft een derde geronseld om op 4 november 2025 bij de woning van de ouders van de buurvrouw een vuurwerkbom tot ontploffing te brengen. Deze poging is niet geslaagd omdat de persoon die de bom tot ontploffing zou brengen werd betrapt voor hij het explosief kon aansteken;

mishandeling van de buurvrouw op twee verschillende momenten op 30 oktober.

De zoon heeft geen hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.

De huurovereenkomst van de woning waar de zoon met de buurvrouw woonde is beëindigd. Bij oplevering van de woning aan de verhuurder op 15 december 2025 heeft de verhuurder geconstateerd dat er de woning tijdens de huurperiode aanzienlijke schade heeft opgelopen. De verhuurder heeft bij e-mail van 16 december 2026 aan de zoon bericht dat zij de schade op de zoon verhaalt. In een e-mail van 8 januari 2026 heeft de verhuurder aan de zoon bericht dat de totale herstelkosten € 6.806,78 exclusief btw bedragen.

Naar aanleiding van een verzoek om dossierinzage namens eisers heeft hun advocaat op 23 december 2025, 30 december 2025 en 14 januari 2026 informatie van Veilig Thuis ontvangen. Aanvullend daarop heeft de advocaat ook op 7 juli 2026 en tijdens een daarna gevoerd gesprek nog uitleg gekregen van Veilig Thuis.

3. Het geschil

Eisers. vorderen, zakelijk weergegeven:

primair: Veilig Thuis op straffe van een dwangsom te gebieden alle informatie waarover zij beschikt in het kader van het conflict tussen de familie van eisers en de familie van de buurvrouw, over de periode van 1 september 2025 tot aan 1 december 2025, te openbaren, althans in elk geval beschikbaar te stellen aan eisers en hun advocaat, bij voorkeur per e-mail en zonder dat er delen van de tekst zijn weggelakt of weggelaten;

subsidiair: Veilig Thuis op straffe van een dwangsom te gebieden een deugdelijk overzicht aan eisers te verstrekken, althans beschikbaar te stellen, met daarin een weergave van alle contacten die er zijn geweest tussen Veilig Thuis en de Politie in de periode van 30 oktober 2025 tot en met 3 november, bij voorkeur per e-mail en zonder dat er delen van de tekst zijn weggelakt of weggelaten;

meer subsidiair: Veilig Thuis op straffe van een dwangsom te veroordelen een formeel besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te nemen op de meermaals door eisers bij Veilig Thuis ingediende informatieverzoeken;

primair en (meer) subsidiair: Veilig Thuis te veroordelen om aan eisers te voldoen een bedrag van € 8.236,20 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 januari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening;

alles met veroordeling van Veilig Thuis in de kosten van de procedure.

Daartoe voeren eisers – samengevat – het volgende aan. Veilig Thuis heeft de lastige casus rondom de relatie tussen de zoon en de buurvrouw wel op zich genomen, maar heeft niet adequaat en zorgvuldig gehandeld, waardoor eisers schade hebben geleden. In de stukken van de strafzaak is het standpunt ingenomen dat niet duidelijk is dat het conflict met de familie van de buurvrouw verband houdt met de aanslag op de tabakswinkel. Eisers vinden dat onbegrijpelijk omdat Veilig Thuis wist dat de familie van de buurvrouw bedreigingen had geuit. Veilig Thuis had daarover daadkrachtiger en stelliger moeten communiceren naar de recherche en het openbaar ministerie. Eisers willen weten wat Veilig Thuis in de periode dat dit speelde precies heeft gedaan, om te onderzoeken wie er steken heeft laten vallen waardoor niet tijdig veiligheids- en/of beschermingsmaatregelen zijn getroffen.

Ook over wat er is gebeurd op 3 november 2025, toen de buurvrouw haar spullen zou ophalen uit de huurwoning, willen eisers meer weten. Een medewerker van Veilig Thuis heeft in een overleg op 14 september 2026 uitgelegd dat Veilig Thuis heeft aangedrongen op de komst van een verhuisbedrijf. Dat is niet gebeurd en eisers willen informatie ontvangen waardoor zij tegenover degenen die in deze casus nalatig zijn geweest een vuist kunnen maken.

Ter onderbouwing van de geldvordering stellen eisers dat er schade is aangericht in de huurwoning toen de buurvrouw op 3 november 2025 haar spullen kwam ophalen. De buurvrouw had familieleden meegenomen, die de woning en tal van meubels hebben beschadigd. Het was bij uitstek aan Veilig Thuis om dat te voorkomen.

Veilig Thuis voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Verstrekken informatie en besluiten daarover (primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vordering)

Hoewel dit in de dagvaarding niet is toegelicht, is het de voorzieningenrechter uit de conclusie van antwoord van Veilig Thuis en de toelichting van eisers ter zitting duidelijk geworden dat eisers al eerder om dossierinzage hebben gevraagd en dat zij naar aanleiding daarvan ook inzage in / afschrift van hun eigen dossier hebben gehad. In de door Veilig Thuis aan eisers verstrekte stukken zijn delen zwartgelakt. Dit betreft volgens Veilig Thuis persoonsgegevens van derden en die informatie is zwartgelakt in verband met de privacy van die derden. Het procesdossier bevat slechts een deel van de door Veilig Thuis aan eisers verstrekte informatie, overgelegd door Veilig Thuis als productie 2 bij haar conclusie van antwoord. Eisers hebben niet toegelicht over welke informatie zij nu beschikken, wat zij nog missen en op welke grond zij recht hebben op inzage of afgifte daarvan. Hun vordering moet daarom worden afgewezen.

De voorzieningenrechter wijst er daarbij op dat als het gaat om door Veilig Thuis verwerkte gegevens van eisers, er een bestuursrechtelijke procedure is om daarin inzage te krijgen en op te komen tegen beslissingen daarover. Tussen partijen is in geschil of Veilig Thuis een (formeel) besluit – waartegen bezwaar en beroep mogelijk is – heeft genomen naar aanleiding van de informatieverzoeken van eisers. De voorzieningenrechter laat dit verder in het midden. Als Veilig Thuis niet (tijdig) een besluit heeft genomen over informatieverzoeken van eisers, voorziet de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een regeling daarvoor. Tegen het niet tijdig beslissen op een verzoek staat beroep open bij de bestuursrechter (vgl. artikel 6:2 Awb en artikel 6:12 Awb) en hangende deze beroepsprocedure kan – als er sprake is van een spoedeisend belang – ook bij de bestuursrechter een voorlopige voorziening worden gevraagd (vgl. artikel 8:81 Awb). Deze bestuursrechtelijke route, waarvan uitgangspunt is dat deze voldoende rechtsbescherming biedt, sluit de weg naar de civiele voorzieningenrechter af. Gelet hierop wordt ook de meer subsidiaire vordering afgewezen.

De gevorderde schadevergoeding

Deze vordering heeft betrekking op de vergoeding van schade aangebracht in de huurwoning waar de zoon en de buurvrouw hebben samengewoond. Deze vordering is niet toewijsbaar. Een geldvordering wordt in kort geding alleen toegewezen als in hoge mate aannemelijk is dat de bodemrechter de gedaagde partij tot betaling zal veroordelen en de uitkomst van de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Dat is hier niet het geval. Dat Veilig Thuis de gestelde schade (mede) heeft veroorzaakt en daarvoor aansprakelijk is jegens eisers is niet voldoende onderbouwd en er is ook geen spoedeisend belang bij de vordering naar voren gekomen.

Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter hierbij dat niet is gesteld of gebleken dat Veilig Thuis schade in de huurwoning heeft aangericht. Zij hadden volgens eisers moeten voorkomen dat familieleden van de buurvrouw spullen vernielden en wijzen erop dat volgens Veilig Thuis het beter was als er een verhuisbedrijf zou komen om de spullen van de buurvrouw op te halen. Eisers verwijten Veilig Thuis kennelijk dat dit niet is gebeurd. Dat Veilig Thuis onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld is daarmee echter volstrekt onvoldoende onderbouwd. Verder kan op grond van alleen het e-mailbericht van de verhuurder niet aangenomen worden dat alle bij de afrekening genoemde kosten zijn veroorzaakt door familieleden van de buurvrouw bij haar verhuizing en het is ook niet duidelijk door wie die rekening is voldaan.

Slotsom en proceskosten

Eisers zijn in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Veilig Thuis – die zonder advocaat procedeert – worden begroot op € 3.083 aan griffierecht, plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vorderingen van eisers af;

veroordeelt eisers. in de proceskosten van Veilig Thuis van € 3.083, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als eisers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten eisers de kosten van betekening betalen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.

idt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand