ECLI:NL:RBDHA:2026:3079

ECLI:NL:RBDHA:2026:3079

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer NL26.4829 (maatregel van bewaring)
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beroep bewaring art. 59 Vw en beroep inreisverbod, beiden ongegrond. Inreisverbod niet strijdig met art. 8 EVRM, bewaringsmaatregel voldoende kenbaar gemotiveerd en niet in strijd met arrest Adrar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL26.4829 (maatregel van bewaring)

NL26.5082 (inreisverbod)

(gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul),

en

(gemachtigde: mr. J. Kaikai).

Procesverloop

Bij besluit van 27 januari 2026 heeft de minister aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. De minister heeft op diezelfde dag aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Het beroep tegen de maatregel van bewaring moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft de beroepen op 3 februari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen R. Dahman. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser heeft de Algerijnse nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] .

Over het inreisverbod

2. Eiser voert aan dat hij een Nederlandse vriendin heeft die zwanger is van hem. Volgens eiser is het inreisverbod daarom in strijd met artikel 8 van het EVRM.

De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve stukken en hij heeft niet toegelicht waarom door deze gestelde omstandigheden een onevenredige of met artikel 8 van het EVRM strijdige situatie ontstaat. De minister heeft daarom niet van het opleggen van het inreisverbod af hoeven te zien.

Over de maatregel van bewaring

3. Eiser betoogt dat de minister in de maatregel onvoldoende kenbaar heeft gemotiveerd waarom niet kon worden volstaan met een lichter middel dan de maatregel van bewaring. Eiser heeft verklaard dat hij bij zijn zwangere vriendin in Amsterdam woont en dat hij een tante heeft in Utrecht. Die omstandigheden heeft de minister onvoldoende meegewogen. Het motiveringsgebrek maakt de bewaring vanaf aanvang onrechtmatig, aldus eiser.

De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet slaagt. De minister heeft in de maatregel overwogen dat eiser heeft verklaard een Nederlandse vriendin te hebben, maar dat hij het adres niet weet en dat is gebleken dat zijn vriendin woont in een begeleid wooncomplex. Daarmee heeft de minister al voldoende kenbaar gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in afwachting van zijn vertrek bij zijn vriendin kan verblijven. Dat dit een toelichting betreft op de lichte grond dat eiser geen vaste woon- of verblijfplaats heeft maakt dat niet anders. De minister kon daar in dit geval mee volstaan, omdat eiser geen omstandigheden naar voren heeft gebracht op grond waarvan de minister in het kader van een lichter middel tot een uitgebreidere of andere motivering had moeten komen. Dat de tante van eiser niet in de maatregel is genoemd leidt evenmin tot een ander oordeel. Eiser heeft slechts verklaard dat hij een tante heeft in Utrecht, maar hij heeft verder geen indicaties gegeven dat dit van belang zou kunnen zijn voor het eventueel opleggen van een lichter middel. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister kon volstaan met de in de maatregel gegeven motivering.

6. Eiser betoogt ook dat de minister in strijd met het arrest Adrar ten onrechte geen motivering in de maatregel heeft opgenomen over eisers recht op een familie- en gezinsleven. Ook in dat verband wijst eiser – zo begrijpt de rechtbank – op zijn zwangere vriendin.

De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond evenmin slaagt. De minister heeft in de maatregel overwogen dat deze omstandigheid niet leidt tot een ander oordeel, omdat eiser een daartoe strekkende aanvraag kan indienen als hij langdurig verblijf beoogt en dat in de nu voorliggende procedure niet kan worden vooruitgelopen op de vraag of eiser op dat moment aan alle voorwaarden zal voldoen. Hoewel de minister niet expliciet heeft gemotiveerd waarom eiser ondanks de door hem aangevoerde omstandigheden kan worden uitgezet, is de rechtbank is van oordeel dat de minister kon volstaan met deze motivering. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat eiser niet nader met stukken heeft onderbouwd of anderszins aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een beschermingswaardig gezins- of familieleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Het enkel noemen van zijn vriendin is in dat verband onvoldoende. Er is daarom geen sprake van een motiveringsgebrek. Dat de minister het arrest Adrar niet specifiek heeft benoemd maakt dat niet anders.

7. Ook met inachtneming van de ambtshalve toets waartoe de rechtbank is gehouden, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat opleggen of voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.

Over de beroepen

8. De beroepen zijn ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, rechter, in aanwezigheid van

D.P. van Middelkoop, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak voor zover die de maatregel van bewaring gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.Tegen deze uitspraak voor zover die over het inreisverbod gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. V.F.J. Bernt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?