ECLI:NL:RBDHA:2026:30790

ECLI:NL:RBDHA:2026:30790

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-10-2026
Datum publicatie 19-10-2026
Zaaknummer NL26.60168
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Vervolgberoep grensdetentie, artikel 6 derde lid, maximale duur, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.60168

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),

en

Procesverloop

Met het besluit van 19 augustus 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld. Eiser heeft ook verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft het vooronderzoek op 15 oktober 2026 gesloten en bepaald dat de zaak niet op zitting wordt behandeld.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 21 september 2026 (in de zaak NL26.53823) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 21 september 2026.

3. Eiser voert aan dat hij als asielzoeker niet in vreemdelingenbewaring hoort te zitten. De vreemdelingenbewaring duurt nu acht weken voort en dient geen redelijk doel. Eiser kan niet terugkeren naar Georgië en kan in Servië enkel kort als toerist verblijven. Nu de asielgrensprocedure nog loopt en er nog geen definitief besluit is genomen moet de vreemdelingenbewaring worden opgeheven.

4. Op grond van artikel 5.5, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Vereist is dat aan de grens een verzoek om internationale bescherming is ingediend en dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor toegang als vastgelegd in artikel 6, eerste lid, onder a tot en met e, van de Schengengrenscode. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken. De rechtbank stelt vast dat de voorwaarden voor toepassing van de bevoegdheid tot het opleggen van de onderhavige vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw reeds zijn betrokken in de uitspraak van 28 augustus 2026.

5. Eiser is op 19 augustus 2026 in grensdetentie geplaatst en heeft op diezelfde datum een asielaanvraag ingediend. Op grond van vaste rechtspraak mag een vrijheidsontnemende maatregel op voornoemde grondslag maximaal dertien weken voortduren, gerekend vanaf de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel. In het geval van eiser zou dat tot 18 november 2026 zijn, waarmee de maximale duur nog niet is overschreden. Verder blijkt uit de voortgangsrapportage van 9 oktober 2026 dat verweerder een besluit heeft genomen op eisers asielaanvraag op 29 augustus 2026 en dat eiser op 3 september 2026 beroep heeft ingesteld tegen dit besluit. Er zijn vooralsnog geen aanknopingspunten dat verweerder de vrijheidsontnemende maatregel te lang laat voortduren.

6. Ook overigens is niet gebleken dat het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel van eiser vanaf enig moment onrechtmatig heeft voortgeduurd.

7. Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 19 oktober 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaargemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.H. Bel

Griffier

  • mr. A.S.J.I. Hendrickx

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand