ECLI:NL:RBDHA:2026:30820

ECLI:NL:RBDHA:2026:30820

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-10-2026
Datum publicatie 20-10-2026
Zaaknummer AWB 26-15296
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asiel. China. Geloofwaardigheid bekering tot het christendom en problemen met de Falun Gong-beweging. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/15296

V-nummer: [V-nummer] ,

en

(gemachtigde: mr. D.A.H. de Laat).

Procesverloop

Bij besluit van 15 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.

De toenmalige gemachtigde van eiser heeft namens eiser beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Eiser heeft op 31 augustus 2026 zonder tussenkomst van zijn gemachtigde stukken opgestuurd naar de rechtbank.

Verweerder heeft op 7 september 2026 een verweerschrift ingediend.

Op 9 september 2026 heeft de gemachtigde van eiser zich aan de zaak onttrokken. Hierop is het onder nummer NL25.52487 geregistreerde digitale dossier omgezet naar een papieren dossier en aan eiser verstrekt.

De rechtbank heeft het beroep tegelijk met zaak AWB 26/15354 van [naam], de echtgenote van eiser, op 16 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder. De heer [tolk] is opgetreden als tolk.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [datum] 1969 en heeft de Chinese nationaliteit. Hij heeft op 14 oktober 2023 in Nederland een asielaanvraag ingediend.

2. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is na bestudering van de bijbel christen geworden. Hij volgt daarbij geen specifieke kerk of stroming. Hij heeft in China geen directe problemen ondervonden vanwege zijn geloofsovertuiging. Hij heeft wel problemen gehad omdat hij contact heeft gehad met een volgeling van Falun Gong. Eiser is door de autoriteiten te verstaan gegeven dat hij niet mocht uitreizen naar Amerika. Toen eiser later een nieuw paspoort aanvroeg werd hem gemeld dat zijn oude paspoort ongeldig is verklaard en dat hij de behandeling van een zaak die tegen hem liep moest afwachten. Het is eiser desondanks gelukt om met het nieuwe paspoort het land te verlaten. Bij terugkeer naar China vreest eiser voor het openbaar nationaal veiligheidsbureau omdat hij volgens de wet wordt aangemerkt als een vijand van de communistische partij.

3. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig bevonden. Verweerder acht echter niet geloofwaardig dat eiser is bekeerd tot het christendom, dat hij problemen heeft door zijn contact met een aanhanger van de Falun Gong, en dat hij problemen heeft omdat hij wordt gezien als anticommunistisch. Ten aanzien van de drie ongeloofwaardig bevonden elementen heeft verweerder overwogen dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder heeft geoordeeld dat het geloofwaardig geachte element op zichzelf geen gegronde vrees voor vervolging oplevert. Het enkele feit dat eiser in het buitenland asiel heeft aangevraagd vormt op zichzelf evenmin een vervolgingsgrond. Omdat eiser naar het oordeel van verweerder geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer, is de aanvraag afgewezen als ongegrond.

4. Eiser heeft in beroep het volgende aangevoerd. Het gehoor bij de KMar, vlak na aankomst op Schiphol, is niet bedoeld als asielgehoor; aan wat daar gezegd is kan in redelijkheid geen grote betekenis worden toegekend. Ten aanzien van zijn bekering tot het christendom heeft eiser wel inzichtelijk en consistent verklaard; hij heeft wel degelijk inzicht gegeven in hoe zijn geloof in de loop van zijn leven is ontwikkeld en welke betekenis dit voor hem persoonlijk heeft. Het gegeven dat het geloof van eiser niet in een bepaald hokje past, betekent niet dat zijn verklaringen over zijn bekering onlogisch of ongeloofwaardig zijn. Ten slotte betekent het gegeven dat eiser legaal is kunnen uitreizen niet dat hij bij terugkeer naar China niet te vrezen heeft voor de problemen vanwege zijn contacten met een Falun Gong aanhanger.

5. In de nagekomen stukken hebben eiser en zijn echtgenote een verzoek gedaan om aanhouding in afwachting van de uitkomst van een lopende procedure tegen het COa betreffende aan hen opgelegde ordemaatregelen. Subsidiair verzoekt hij om uitsluiting van processtukken die zien op de aanmerking van eiser als overlastgevende asielzoeker in de COa opvang, dan wel, meer subsidiair, om uitsluiting van stukken die hier op zien van de bewijswaardering. Ter zitting heeft eiser nog andere stukken willen overleggen waarvan hij stelt dat zijn gemachtigde die niet aan het dossier heeft willen toevoegen, en die hij daarom zelf aan de rechtbank heeft toegezonden.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Verzoek om aanhouding

6. De procedures die betrekking hebben op de opvang bij het COa maken geen deel uit van het bestreden besluit waarover de rechtbank in deze procedure oordeelt. De uitkomst van die procedures is ook niet van belang voor de beoordeling van het onderliggende beroep van eiser waarin het gaat om het beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Er is daarom geen aanleiding om de behandeling van deze zaak aan te houden in afwachting van de uitkomst van de procedures over de opvang en de opgelegde ordemaatregelen.

Verzoek om uitsluiting van stukken

7. De rechtbank ziet geen reden om de brieven van verweerder van 25 maart 2026 en van 30 juli 2026 uit te sluiten van het onderzoek. Verweerder heeft daarin alleen aangedrongen op een spoedige behandeling van het beroep, omdat eiser is aangemerkt als een overlastgevende asielzoeker en daarom is opgenomen in de zogenaamde Top-X lijst. De aanmerking van eiser als overlastgevende asielzoeker is, zoals onder punt 5 uitgelegd, niet van belang voor de beoordeling van het onderliggende beroep, zodat er evenmin aanleiding bestaat om de inhoud van de brieven uit te sluiten van de bewijswaardering, zoals eiser heeft verzocht.

Ter zitting aangeboden stukken

8. Ten aanzien van de door eiser ter zitting aangeboden stukken heeft de rechtbank op de zitting zelf al geoordeeld dat deze niet aan het dossier zullen worden toegevoegd omdat het de rechtbank niet terstond duidelijk was wat voor soort documenten het betrof en welk belang ze hadden voor de procedure. De goede procesorde verzet zich in zo’n geval tegen de late indiening van stukken.

Eisers bekering tot het christendom

9. De rechtbank overweegt dat bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van een religieuze overtuiging de persoonlijke beleving van eiser het uitgangspunt vormt. Er is geen standaard antwoord te geven op de vraag hoe een bekering verloopt, wat een religieuze overtuiging inhoudt, en of een bekering geloofwaardig is. Als uitgangspunt geldt dat dit een individuele afweging is die onderdeel uitmaakt van de algemene geloofwaardigheidsbeoordeling. Verweerder beoordeelt hierbij niet of de vreemdeling zelf vindt dat hij de gestelde religieuze overtuiging aanhangt, maar of in het kader van de asielprocedure geloofwaardig is dat de door de vreemdeling gestelde religieuze overtuiging is gebaseerd op een diepgewortelde innerlijke overtuiging. Indien dit aannemelijk is gemaakt, wordt uitgegaan van een geloofwaardige religieuze overtuiging.

10. De rechtbank stelt vast dat eiser in beroep niet heeft onderbouwd waarom de specifieke tegenwerpingen van verweerder, die ten grondslag liggen aan het ongeloofwaardig achten van zijn verklaringen over zijn bekering, onjuist of ondeugdelijk gemotiveerd zijn. Eiser wijst er nogmaals op dat hij zich wel als christen identificeert, maar dat hij daar zijn heel persoonlijke invulling aan heeft gegeven. Hiermee herhaalt hij in essentie wat hij hierover gedurende de procedure al in zijn gehoren bij verweerder heeft verklaard en in zijn zienswijze naar voren heeft gebracht. Deze verklaringen heeft verweerder bij de besluitvorming betrokken en vormen geen gemotiveerde betwisting van het standpunt van verweerder op deze onderdelen in de besluitvorming. Dat eiser in beroep zijn verklaringen over zijn bekering herhaalt en op punten nader duidt of aanvult, doet daar niet aan af. Daarmee bestrijdt eiser niet de tegenwerpingen van verweerder dat hij op meerdere punten tegenstrijdige, vage, oppervlakkige en algemene verklaringen heeft afgelegd. De rechtbank is verder van oordeel dat eiser voldoende in de gelegenheid is gesteld om zijn asielverzoek te onderbouwen en te verklaren over zijn persoonlijke geloofsbeleving. Verweerder heeft voor het nader gehoor twee dagen uitgetrokken (op 10 en 11 juni 2024) omdat één dag niet volstond. Het verslag van het nader gehoor beslaat 53 pagina’s, waarvan een groot deel gaat over het geloof van eiser.

11. De rechtbank overweegt verder dat op grond van artikel 3.108d, vijfde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) bij de beoordeling van de inwilligbaarheid van de asielaanvraag, de door de vreemdeling tijdens de aanmeldfase afgelegde verklaringen omtrent zijn asielmotieven niet mogen worden betrokken. De rechtbank overweegt in dit verband dat in het bestreden besluit niet de verklaringen van eiser bij de Kmar als zodanig zijn tegengeworpen, maar het feit dat hij, nadat hij in de gelegenheid is gesteld om de tegenstrijdigheid tussen zijn initiële verklaringen en de verklaringen tijdens de gehoren bij verweerder, hierover geen verduidelijking heeft kunnen geven. Verweerder heeft zodoende terecht gesteld dat uit de aangehaalde uitspraak van de Afdeling blijkt dat verweerder een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling verricht, waarbij hij alle door de vreemdeling afgelegde verklaringen en overgelegde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang en in het licht van alle overige afgelegde omstandigheden moet bezien. Het bestreden besluit is op dit punt voldoende en correct gemotiveerd.

Problemen met Falun Gong en legale uitreis

12. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de door eiser gestelde problemen vanwege zijn contact met een Falung Gong aanhanger ongeloofwaardig zijn. In het bestreden besluit heeft verweerder dit met verschillende elementen gemotiveerd. Hij heeft in dat verband terecht overwogen dat eiser summier heeft verklaard over de aard en frequentie van zijn contacten met de Falun Gong aanhanger. Ook heeft verweerder terecht overwogen dat eiser onduidelijk heeft verklaard over het bezoek van de politie, en dat documenten waaruit blijkt dat er een zaak tegen eiser is aangespannen, ontbreken. Nu verweerder dit asielmotief terecht ongeloofwaardig heeft bevonden, heeft verweerder ook terecht overwogen dat het onwaarschijnlijk is dat eiser legaal heeft kunnen uitreizen als hij door de Chinese autoriteiten daadwerkelijk in verband wordt gebracht met Falun Gong. In het bestreden besluit is, anders dan eiser betoogt, niet gesteld dat eiser bij terugkeer niets te vrezen heeft omdat hij heeft kunnen uitreizen. Verweerder heeft die vrees in dit kader immers niet beoordeeld, nu het asielmotief niet geloofwaardig is geacht. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

13. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en eiser moet terugkeren naar China.

14. Omdat het beroep ongegrond is krijgt eiser geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 14 oktober 2026 door mr. S.S. van der Velde, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand