ECLI:NL:RBDHA:2026:30833

ECLI:NL:RBDHA:2026:30833

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-10-2026
Datum publicatie 20-10-2026
Zaaknummer AWB 26 15354
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asiel. China. Geloofwaardigheid problemen als Hui-moslim. Verwestering. Positie van terugkeerders. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/15354

V-nummer: [V-nummer]

en

(gemachtigde: mr. D.A.H. de Laat).

Procesverloop

Bij besluit van 15 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.

De toenmalige gemachtigde van eiseres heeft namens eiseres beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Eiseres heeft op 31 augustus 2026 zonder tussenkomst van haar gemachtigde stukken opgestuurd naar de rechtbank.

Verweerder heeft op 7 september 2026 een verweerschrift ingediend.

Op 9 september 2026 heeft de gemachtigde van eiseres zich aan de zaak onttrokken. Hierop is het onder nummer NL25.52488 geregistreerde digitale dossier omgezet naar een papieren dossier en aan eiseres verstrekt.

De rechtbank heeft het beroep tegelijk met zaak AWB 26/15296 van [naam], de echtgenoot van eiseres, op 16 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van verweerder. De heer [tolk] is opgetreden als tolk.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [datum] 1964 en heeft de Chinese nationaliteit. Zij heeft op 14 oktober 2023 in Nederland een asielaanvraag ingediend.

2. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Zij heeft ruzie gehad met haar buurvrouw omdat ze Hui moslim is. Eiseres is vervolgens zestien dagen gedetineerd geweest, naar zij meent op grond van haar etniciteit of geloofsovertuiging. Bij terugkeer naar China vreest eiseres voor haar buurvrouw en voor de Chinese autoriteiten, die haar mogelijk opnieuw zullen detineren als ze zien dat ze het land heeft verlaten om elders asiel aan te vragen.

3. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig bevonden. Verweerder heeft ook geloofwaardig gevonden dat eiseres zestien dagen gedetineerd is geweest als gevolg van een burenruzie, maar acht niet geloofwaardig dat de reden hiervoor is gelegen in de Hui etniciteit van eiseres. Dit laatste heeft eiseres niet met documenten onderbouwd en ze heeft hierover ook niet samenhangend en aannemelijk verklaard. Verweerder heeft geoordeeld dat de geloofwaardig geachte elementen geen gegronde vrees voor vervolging opleveren. Het enkele feit dat eiseres in het buitenland asiel heeft aangevraagd vormt op zichzelf evenmin een vervolgingsgrond. Er is geen reden om aan te nemen dat ze in de negatieve belangstelling staat van de Chinese autoriteiten. Omdat eiseres naar het oordeel van verweerder ook geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer, is de aanvraag afgewezen als ongegrond.

4. Eiseres heeft in beroep het volgende aangevoerd. Naar aanleiding van de door eiseres ingediende zienswijze heeft verweerder in het bestreden besluit een deel van de motivering van de geloofwaardigheidsbeoordeling laten vallen. Zonder nadere motivering stelt verweerder zich vervolgens op het standpunt dat het wel aannemelijk is dat eiseres is gearresteerd naar aanleiding van een burenruzie, maar niet dat zij in werkelijkheid is vastgezet vanwege haar etniciteit /geloofsovertuiging. De gebeurtenissen die eiseres heeft beschreven sluiten aan bij de informatie uit het Algemeen Ambtsbericht China, waarin beschreven staat dat mensen zonder vorm van proces gedurende maanden gedetineerd kunnen worden. Het bestreden besluit is volgens eiseres op dit punt onvoldoende gemotiveerd. Daarnaast voert eiseres aan dat zij geïntegreerd is in de Nederlandse samenleving en gewend is geraakt aan individuele vrijheid. Zij is zo zeer verwesterd geraakt dat zij niet meer kan terugkeren naar China. Ter zitting heeft eiseres nog aangevoerd dat zij vreest te worden aangehouden door de politie omdat de Chinese autoriteiten in de computer kunnen zien dat zij naar het buitenland is uitgeweken. Ook heeft ze bij terugkeer naar China geen werk en geen huis meer, en kan zij niet meer voorzien in haar levensonderhoud.

5. In de nagekomen stukken hebben eiseres en haar echtgenoot een verzoek gedaan om aanhouding in afwachting van de uitkomst van een lopende procedure tegen het COa betreffende de aan hen opgelegde ordemaatregelen. Subsidiair verzoekt zij om uitsluiting van processtukken die zien op de aanmerking van haar echtgenoot als overlastgevende asielzoeker in de COa opvang, dan wel, meer subsidiair, om uitsluiting van stukken die hier op zien van de bewijswaardering. Ter zitting heeft eiseres nog andere stukken willen overleggen waarvan zij stelt dat haar gemachtigde die niet aan het dossier heeft willen toevoegen, en die zij daarom zelf aan de rechtbank heeft toegezonden.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Verzoek om aanhouding

6. De procedures die betrekking hebben op de opvang bij het COa maken geen deel uit van het bestreden besluit waarover de rechtbank in deze procedure oordeelt. De uitkomst van die procedures is ook niet van belang voor de beoordeling van het onderliggende beroep van eiseres waarin het gaat om het beroep tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Er is daarom geen aanleiding om de behandeling van deze zaak aan te houden in afwachting van de uitkomst van de procedures over de opvang en de opgelegde ordemaatregelen.

Verzoek om uitsluiting van stukken

7. De rechtbank ziet geen reden om de brieven van verweerder van 25 maart 2026 en van 30 juli 2026 uit te sluiten van het onderzoek. Verweerder heeft daarin alleen aangedrongen op een spoedige behandeling van het beroep, omdat de echtgenoot van eiseres is aangemerkt als een overlastgevende asielzoeker en daarom is opgenomen in de zogenaamde Top-X lijst. De aanmerking van de echtgenoot van eiseres als overlastgevende asielzoeker is, zoals onder punt 5 uitgelegd, niet van belang voor de beoordeling van het onderliggende beroep, zodat er evenmin aanleiding bestaat om de inhoud van de brieven uit te sluiten van de bewijswaardering, zoals eiseres heeft verzocht.

Ter zitting aangeboden stukken

8. Ten aanzien van de door eiseres ter zitting aangeboden stukken heeft de rechtbank op de zitting al geoordeeld dat deze niet aan het dossier zullen worden toegevoegd omdat het de rechtbank niet terstond duidelijk was wat voor soort documenten het betrof en welk belang ze hadden voor de procedure. De goede procesorde verzet zich in zo’n geval tegen de late indiening van stukken.

Geloofwaardigheidsbeoordeling

9. Tussen partijen is niet in geschil dat verweerder in het bestreden besluit onder punt 3 is teruggekomen op het deel in het voornemen waar eiseres is tegengeworpen dat zij de algemene vragen over problemen vanwege haar etniciteit en geloofsovertuiging ontkennend heeft beantwoord. Verweerder heeft zijn oordeel dat het asielrelaas van eiseres op dit punt geen samenhangend en aannemelijk geheel vormt in het voornemen echter niet alleen gebaseerd op deze verklaringen, maar ook op het ontbreken van een nadere onderbouwing van de verklaringen van eiseres dat zij gedetineerd is geweest vanwege haar etniciteit of haar geloofsovertuiging. Tegen dit tweede argument van verweerder heeft eiseres geen inhoudelijke gronden gericht. Bovendien heeft verweerder terecht gewezen op het Algemeen Ambtsbericht China uit 2022, waaruit blijkt dat Hui-moslims uit Xinjiang verhoogd risico lopen en daarom als risicoprofiel worden aangemerkt. Nu eiseres uit Xi’an komt, is dit niet op haar van toepassing. Ook blijkt verder niet dat Hui-moslims meer gevaar lopen om te worden gedetineerd. Nu eiseres ook verder geen onderbouwing heeft gegeven voor haar stelling dat haar afkomst of religie een rol heeft gespeeld bij haar detentie, is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit op dit punt voldoende is gemotiveerd.

Verwestering

10. In het arrest van het EU Hof van Justitie van 11 juni 2024 in de zaak C-646/21 is geoordeeld dat vrouwen onder bepaalde omstandigheden kunnen worden geacht te behoren tot ‘een bepaalde sociale groep’ die voor verlening van de vluchtelingenstatus in aanmerking kunnen komen. Deze ‘sociale groep’ heeft als gemeenschappelijk kenmerk dat zij vrouwen zijn die zich tijdens hun verblijf in een lidstaat daadwerkelijk zijn gaan vereenzelvigen met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen vrouwen en mannen. Eiseres heeft ter onderbouwing van de beroepsgrond ter zitting verklaard dat zij heel veel van Nederland houdt, dat Nederlanders beleefd en aardig zijn, en dat het daarom moeilijk voor haar zal zijn om terug te keren naar China. De rechtbank overweegt dat de beroepsgrond met deze verklaringen feitelijk niet is onderbouwd en daarom niet kan slagen.

Gevaar bij terugkeer

11. Verweerder heeft in het voornemen zorgvuldig overwogen waarom hij niet aannemelijk acht dat eiseres een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar China. Hij heeft hierbij naar het oordeel van de rechtbank terecht overwogen dat er geen aanwijzingen zijn dat eiseres in de negatieve belangstelling staat van de Chinese autoriteiten, dat zij legaal is uitgereisd, en dat uit openbare informatie blijkt dat afgewezen asielzoekers geen specifiek doelwit zijn voor de Chinese autoriteiten. Eiseres heeft hier in eerste instantie geen gronden tegen gericht. Haar verklaringen ter zitting zijn niet nader onderbouwd. De rechtbank ziet in deze verklaringen geen aanleiding om te oordelen dat het bestreden besluit op dit onvoldoende is gemotiveerd. Ook de verklaring van eiseres dat ze bij terugkeer naar China geen werk en geen woning heeft kan niet leiden tot een ander oordeel omdat dit eerst ter zitting is aangevoerd en niet is onderbouwd hoe hier uit zou volgen dat eiseres een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar China.

Conclusie en gevolgen

12. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en eiseres moet terugkeren naar China.

13. Omdat het beroep ongegrond is krijgt eiseres geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 14 oktober 2026 door mr. S.S. van der Velde, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.S. van der Velde

Griffier

  • mr. A.S. Hamans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand