ECLI:NL:RBDHA:2026:3089

ECLI:NL:RBDHA:2026:3089

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 17-02-2026
Zaaknummer NL26.6512
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Vervolgberoep vreemdelingenbewaring – voortduren op grondslag 59a Vw – termijn voor verweerder om maatregel om te zetten – beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.6512

(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),

en

(gemachtigde: mr. H. Toonders).

Procesverloop

Verweerder heeft op 16 januari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

Eiser heeft hierop gereageerd.

Verweerder heeft desgevraagd op 10 februari 2026 een reactie op de beroepsgronden ingediend.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 11 februari 2026.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1986. Zijn nationaliteit is onbekend.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 29 januari 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 28 januari 2026, rechtmatig was. Daarom staat nu ter beoordeling of sinds 28 januari 2026 het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is.

4. Eiser voert aan dat de twee weken waarin de Franse autoriteiten konden reageren op het verzoek om heroverweging van 27 januari 2026 (praktisch) voorbij zijn. Eiser vraagt zich gelet daarop af of sprake is van een claimakkoord met Frankrijk. Zonder claimakkoord is voortzetting van de maatregel op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw niet mogelijk.

5. Bij brief van 10 februari 2026 heeft verweerder meegedeeld dat de Franse autoriteiten tot en met 10 februari 2026 kunnen reageren op het verzoek om heroverweging en dat nog geen reactie is ontvangen. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien een reactie van de Franse autoriteiten uitblijft, de Eurodactreffer nog steeds maakt dat sprake is van een concreet aanknopingspunt dat de Dublinverordening op eiser van toepassing. Daarnaast heeft verweerder aangevoerd dat aan hem de tijd, in beginsel 48 uur, zou moeten worden gegund om zich te beraden over de te nemen vervolgstappen en de gevolgen voor de vrijheidsontneming van eiser.

6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de maatregel tot aan het sluiten van het onderzoek kunnen voortduren op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw. Bij het sluiten van het onderzoek door de rechtbank was weliswaar niet gebleken van een tijdig tot stand gekomen claimakkoord, maar het voortduren van de bewaring op grondslag van artikel 59a van de Vw moet vooralsnog rechtmatig worden geacht. Verweerder stelt zich namelijk terecht op het standpunt dat volgens vaste rechtspraak aan hem een termijn toekomt van maximaal 48 uur om zo nodig te besluiten tot een nieuwe maatregel op een andere grondslag. Deze termijn was nog niet verstreken op het moment van het sluiten van het onderzoek.

7. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig was.

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 17 februari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.F.I. Sinack

Griffier

  • mr. W. van Loon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?