ECLI:NL:RBDHA:2026:30918

ECLI:NL:RBDHA:2026:30918

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-10-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer NL26.59332
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

bewaring, vervolgberoep, zicht op uitzetting, voortvarend handelen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.59332

(gemachtigde: mr. E. El Assrouti),

en

Procesverloop

Met het besluit van 20 juli 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. Bij uitspraak van 31 juli 2026 heeft de rechtbank het beroep van eiser tegen dat besluit ongegrond verklaard. Op 21 augustus 2026 is deze uitspraak door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en op 12 oktober 2026 het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Inleiding

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al meerdere keren heeft getoetst. Uit de uitspraak van 8 september 2026 (in de zaak NL26.49897) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek (op 3 september 2026) die aan die uitspraak ten grondslag ligt rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 3 september 2026. De in deze uitspraak te toetsen periode loopt dus van 3 september 2026 tot 12 oktober 2026.

Zicht op uitzetting

3. Eiser stelt dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Verweerder heeft eerder een laissez passez (lp) traject gestart bij de Marokkaanse autoriteiten, echter was volgens eiser van meet af aan al duidelijk dat eiser niet zou worden uitgezet naar Marokko, omdat eiser geen Marokkaans onderdaan is. Tot op heden is de nationaliteit van eiser niet vastgesteld. Verweerder heeft op 3 september 2026 een lp-traject opgestart bij de Algerijnse autoriteiten, hetgeen volgens eiser niet tot uitzetting zal leiden, nu eiser geen Algerijns onderdaan is.

Uit het dossier volgt dat de op 7 september 2026 ingediende lp-aanvraag nog in behandeling is bij de Algerijnse autoriteiten. Dat zij tot op heden nog geen lp hebben afgegeven betekent niet dat er geen zicht op uitzetting is. Daarnaast is het van belang dat op eiser de verplichting rust om volledig en actief mee te werken aan zijn lp-traject. Niet is gebleken dat eiser dit in de te toetsen periode heeft gedaan. Zo blijkt uit het verslag van het vertrekgesprek op 2 oktober 2026 dat eiser niets heeft gedaan om het lp-traject te versnellen. Verder zijn er door eiser geen concrete aanknopingspunten aannemelijk gemaakt die erop wijzen dat het lp-traject, als hij wel voldoende zou meewerken, op niets zal uitlopen en dat er voor hem geen lp zal worden afgegeven. De rechtbank ziet in eisers stelling dat geen lp zal worden afgegeven omdat de Algerijnse autoriteiten zijn nationaliteit niet hebben bevestigd geen aanleiding voor een ander oordeel. Dat de Algerijnse autoriteiten eisers nationaliteit eerder niet hebben bevestigd, hoeft niet zonder meer te betekenen dat de nu ingediende aanvraag zal worden afgewezen. Gelet op het voorgaande slaagt deze beroepsgrond niet.

Voortvarend handelen

4. Eiser voert verder aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering. Verweerder heeft sinds de laatste uitspraak slechts één vertrekgesprek gevoerd. Dit is volgens eiser gezien de inspanningsverplichting van verweerder onvoldoende.

Uit het dossier komt naar voren dat verweerder in de te toetsen periode een lp-aanvraag heeft ingediend bij de Algerijnse autoriteiten, op 8 september 2026 en 30 september 2026 schriftelijk heeft gerappelleerd in verband met de lp-aanvraag en op 2 oktober 2026 een vertrekgesprek met eiser heeft gevoerd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder hiermee, mede in aanmerking genomen dat hij grotendeels afhankelijk is van de Algerijnse autoriteiten en van eiser geen medewerking krijgt, in de te toetsen periode voldoende voortvarend heeft gewerkt aan eisers uitzetting naar Algerije. De beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toetsing

5. De rechtbank overweegt tot slot dat zij, zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858, gehouden is ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring te toetsen. Ook met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring in de te toetsen periode op enig moment onrechtmatig is geweest. Evenmin is het de rechtbank gebleken dat het familie- of gezinsleven van eiser of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen eisers verwijdering (vgl. het arrest Adrar van het Hof van 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647).

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Hello, rechter, in aanwezigheid van mr. E.F. Derksen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Hello

Griffier

  • mr. E.F. Derksen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand