[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. D. de Vries),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 9 januari 2026 niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
3. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.
Mag de minister voor Duitsland uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?
4. Eiser voert aan dat de minister voor Duitsland ten onrechte van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat. Eiser zal in Duitsland niet in de gelegenheid worden gesteld om zijn asielaanvraag goed toe te lichten. Het is onduidelijk wat er in Duitsland met eisers asielverzoek zal gebeuren. Zijn eerdere asielaanvraag in Duitsland is niet toegewezen. Hij is bang om teruggestuurd te worden naar Somaliƫ voordat er naar zijn asielaanvraag gekeken is. Volgens eiser moet de minister onderzoek doen naar de eerdere asielaanvraag in Duitsland. Ten slotte voert eiser aan dat de faciliteiten in Duitsland in de opvang slecht zijn, althans hem onvoldoende bescherming bieden.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij voor Duitsland uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat er geen sprake is van systeem gerelateerde structurele tekortkomingen in het Duitse asiel- en opvangsysteem. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in haar uitspraak van 8 november 2023 geoordeeld dat voor Duitsland nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit kan worden gegaan. De Afdeling heeft dit nogmaals bevestigd in de uitspraken van 11 september 2024 en 14 februari 2025. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen concrete informatie naar voren heeft gebracht die aanleiding geeft om tot een andere conclusie te komen. Het enkele feit dat eisers eerdere asielaanvraag is afgewezen, maakt niet dat er in Duitsland sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure. Eiser heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat de Duitse autoriteiten zijn aanvraag willekeurig of zonder zorgvuldige procedure hebben afgewezen. Eisers stelling dat hij zijn asielverzoek niet goed zal kunnen toelichten, is zonder enige nadere toelichting of onderbouwing onvoldoende. Bovendien hebben de Duitse autoriteiten met het claimakkoord gegarandeerd eisers asielaanvraag in behandeling te nemen. De minister heeft daarom ook geen onderzoek hoeven doen naar eisers eerdere asielaanvraag in Duitsland. Ten slotte maakt eisers betoog dat de faciliteiten in Duitsland in de opvang slecht zijn het oordeel ook niet anders, omdat hij ook dit onvoldoende heeft toegelicht of onderbouwd.
Nu gelet op wat onder 4.1 is overwogen niet is vastgesteld dat er in Duitsland sprake is van systeemfouten in het Duitse asiel- en opvangsysteem, mag de rechtbank ook niet onderzoeken of er na of ten gevolge van de overdracht aan Duitsland een risico op refoulement bestaat. De rechtbank zal hier daarom niet verder op ingaan.
Heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat hij eisers asielaanvraag niet onverplicht in behandeling hoeft te nemen?
5. Eiser betoogt dat de minister de asielaanvraag aan zich moet trekken, zodat hij in Nederland in de asielprocedure kan worden opgenomen.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister hoeft eisers asielaanvraag niet onverplicht in behandeling te nemen. Gelet op wat onder 4.1 en 4.2 is overwogen, heeft eiser namelijk geen concrete aanwijzingen naar voren gebracht dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Ook heeft de minister mogen vinden dat eiser geen bijzondere, individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht die maken dat hij eisers asielaanvraag om die reden onverplicht in behandeling zou moeten nemen.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.