[naam 1] , verzoeker,
V-nummer: [nummer 1]
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard)
en zijn echtgenote
[naam 2] , verzoekster,
V-nummer: [nummer 2] ,
mede namens hun minderjarige kinderen
[naam 3] ,
[naam 4] ,
[naam 5] ,
[naam 6] ,
tezamen: verzoekers
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard)
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk).
Inleiding
1. Bij besluit van 12 mei 2026 heeft de minister de opvolgende asielaanvragen van verzoekers buiten behandeling gesteld.
Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, gelijktijdig met het beroep, op 25 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, hun gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.