[naam 1] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. T.E. van Houwelingen-Boer),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het terugkeerbesluit van de minister van 21 februari 2024.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank stelt vast dat mr. Van Houwelingen-Boer op 18 april 2024 voor eiser beroep heeft ingesteld tegen het terugkeerbesluit van 21 februari 2024. Ook stelt de rechtbank vast dat mr. M.K. Bulthuis eerder, op 19 maart 2024, voor eiser beroep heeft ingesteld tegen het terugkeerbesluit van 21 februari 2024. In de uitspraak van 21 mei 2025 heeft de rechtbank het door mr. Bulthuis ingediende beroep gegrond verklaard en het terugkeerbesluit van 21 februari 2024 vernietigd.
3. Nu het eerdere beroep inhoudelijk is beoordeeld en het terugkeerbesluit van
21 februari 2024 al is vernietigd, is er geen procesbelang meer.
4. Voor zover eiser heeft gesteld dat het beroep van 18 april 2024 moet worden geacht te zijn gericht tegen het nieuwe terugkeerbesluit van 24 juli 2025, volgt de rechtbank dit niet. Op het moment dat het terugkeerbesluit van 24 juli 2025 werd genomen, was het terugkeerbesluit van 21 februari 2024 al door de rechtbank vernietigd en was er geen sprake meer van een lopende beroepsprocedure tegen het terugkeerbesluit van 21 februari 2024. Het terugkeerbesluit van 24 juli 2025 kan daarom niet worden aangemerkt als een vervangend besluit in de zin van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen het beroep van 18 april 2024 mede kan worden geacht te zijn gericht.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep van 18 april 2024 is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.