uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam]
V-nummer: [V-nummer]
[naam] ,
V-nummer: [V-nummer] ,
[naam] ,
V-nummer [V-nummer] ,
[naam] ,
V-nummer: [V-nummer]
gezamenlijk: eisers(gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het opvolgende beroep dat gemachtigde namens eisers heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag van 7 december 2023 tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent).
Eisers hebben gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eisers hoeven dus geen griffierecht te betalen.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. Niet in geschil is dat de termijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken en er evenmin is beslist binnen de nadere beslistermijn die door de rechtbank in de vorige procedure is opgelegd.
3. Op 21 april 2026 heeft de minister alsnog een besluit genomen. Omdat door de minister alsnog een besluit is genomen, is er voor de rechtbank geen aanleiding om te bepalen dat de minister alsnog een besluit op de aanvraag dient te nemen. Het alsnog genomen besluit komt geheel aan het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit tegemoet, zodat dit beroep niet mede betrekking heeft op het alsnog genomen besluit.
4. Het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk.
5. Omdat de minister na het indienen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen, is het beroep terecht ingediend, en moet de minister de namens eisers gemaakte proceskosten vergoeden. De te vergoeden proceskosten stelt de rechtbank vast op € 467,-.De rechtbank stelt vast dat - anders dan waar de minister in het verweerschrift vanuit gaat - de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) op 15 juni 2026 uitspraak heeft gedaan over de toepassing van de wegingsfactor 0,25 in niet-tijdig-beslissen procedures. De Afdeling oordeelt dat de bestuursrechter in beginsel wegingsfactor 0,5 toepast als het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit en/of ter beoordeling staat of het bestuursorgaan als gevolg daarvan een dwangsom is verschuldigd. De Afdeling ziet geen aanleiding om in opvolgende beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit in vreemdelingenzaken een lagere wegingsfactor toe te passen.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit
niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Reuver griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.