ECLI:NL:RBDHA:2026:31180

ECLI:NL:RBDHA:2026:31180

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-10-2026
Datum publicatie 23-10-2026
Zaaknummer 09/036468-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vrijspraak seksueel binnendringen; bewezenverklaring ontucht. Oplegging gevangenisstraf en taakstraf. Beslissing op vordering benadeelde partij.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers: 09/036468-26

Datum uitspraak: 22 oktober 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1990 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 8 oktober 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. H.E.G. van den Eijnden, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. P.L.G. Rens, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2018 tot en met 31 december 2018 te Voorhout, gemeente Teylingen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [aangeefster] (geboren op [geboortedatum 2] 2003) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , te weten: - dat verdachte met zijn hand de mond van die [aangeefster] heeft geopend en (vervolgens) zijn penis (meermalen) in haar mond heeft geduwd/gebracht en gehouden, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte, onverhoeds:- die [aangeefster] heeft opgetild en naar de slaapkamer heeft gebracht en/of- met zijn knieën op de armen van die [aangeefster] heeft gezeten/geleund, waardoor die [aangeefster] niet weg kon komen en/of- met zijn hand de mond van die [aangeefster] heeft geopend en/of- misbruik heeft gemaakt van het uit leeftijdsverschil en fysiek voortvloeiend overgewicht;

subsidiair althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij in of omstreeks de periode van 1 december 2018 tot en met 31 december 2018 te Voorhout, gemeente Teylingen, met [aangeefster] , geboren op [geboortedatum 2] 2003, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , te weten door:- haar blote rug te masseren en/of- haar borsten, billen en vagina (over de broek) te betasten en/of- zijn tong in haar mond te brengen en/of- haar broek te openen en proberen uit te trekken en/of- op haar te liggen met zijn heupen tussen haar benen/heupen en/of- met zijn knieën op haar armen te zitten/leunen en/of (vervolgens) zijn penis uit zijn broek te halen en/of- met zijn hand haar mond te openen en (vervolgens) zijn penis meermalen in haar mond te duwen/brengen;

meer subsidiair althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2018 tot en met 31 december 2018 te Voorhout, gemeente Teylingen, met [aangeefster] , geboren op [geboortedatum 2] 2003, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten door:- haar blote rug te masseren en/of- haar borsten, billen en vagina (over de broek) te betasten en/of- zijn tong in haar mond te brengen en/of- haar broek te openen en proberen uit te trekken en/of- op haar te liggen met zijn heupen tussen haar benen/heupen.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het primair ten laste gelegde bepleit en heeft zich met betrekking tot het subsidiair ten laste gelegd op het standpunt gesteld dat dit kan worden bewezen verklaard.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Juridisch kader zedenzaken

Volgens artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op slechts een onderdeel daarvan. Zij beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat artikel 342 lid 2 Sv de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet is vereist dat de ten laste gelegde seksuele gedragingen als zodanig bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal. Wel is vereist dat de verklaringen van de aangeefster op specifieke punten bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Tussen de verklaringen van de aangeefster en het overige bewijsmateriaal mag bovendien niet een te ver verwijderd verband bestaan.

De rechtbank zal eerst beoordelen of de verklaringen van de aangeefster betrouwbaar zijn en vervolgens of deze voldoende steun vinden in een ander bewijsmiddel, zodat aan het genoemde wettelijk bewijsminimum is voldaan.

Bewijsmiddelen

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2023237881, van de politie eenheid Den Haag (doorgenummerd pagina 1 t/m 130).

De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 8 oktober 2026;

2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] (inclusief bijlagen), opgemaakt op 7 augustus 2023 (p. 11-45).

Oordeel van de rechtbank

Op grond van de verklaringen van de aangeefster en de verdachte staat vast dat zij elkaar begin december 2018 in de woning van de verdachte hebben ontmoet en dat daar seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, bestaande uit het door de verdachte over de kleding betasten van de borsten, billen en vagina van de aangeefster, het brengen van de tong van de verdachte in de mond van de aangeefster en het door de verdachte liggen met zijn heupen tussen de benen van de aangeefster.

Ten aanzien van wat er verder is gebeurd, staan de verklaringen van de verdachte en de aangeefster lijnrecht tegenover elkaar. De aangeefster heeft namelijk verklaard dat de verdachte seksueel bij haar is binnengedrongen door zijn penis in haar mond te brengen. De verdachte heeft dit – zowel tijdens zijn verhoor als tijdens de terechtzitting – stellig ontkend.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van de aangeefster voldoende betrouwbaar zijn en voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Zij heeft namelijk in de kern concreet en gedetailleerd verklaard over de seksuele handelingen en daarbij details genoemd die haar verhaal authentiek maken.

De rechtbank is van oordeel dat de betrouwbare verklaring van de aangeefster met betrekking tot het primair en subsidiair ten laste gelegde onvoldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. In de beoordeling is van belang dat de aangeefster jaren na het incident voor het eerst aan verschillende personen heeft verteld wat er is gebeurd. Uit de emoties die toen door deze getuigen zijn waargenomen, kan niet zonder meer worden afgeleid dat deze in voldoende verband staan met de ten laste gelegde gedragingen. Ook de vermeende gedragsverandering van de aangeefster, waar haar moeder, getuige [getuige] , in haar verklaring over spreekt, biedt geen steun aan de verklaring van de aangeefster. Zij verklaart hierover geruime tijd nadat haar dochter aangifte heeft gedaan en bovendien benoemt zij kort de gedragsverandering zonder nadere duiding. Tot slot bieden de berichten die tussen de verdachte en de aangeefster na het incident zijn uitgewisseld en het excuusbericht aan de zus en zwager van de aangeefster, eveneens onvoldoende steun aan de verweten gedragingen. De aard en inhoud van die berichten zijn namelijk te algemeen van aard.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat het dossier onvoldoende steunbewijs bevat om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Dit laatste kan, ook gelet op vaste jurisprudentie dat het geven van een tongzoen, anders dan waarvan de raadsman kennelijk is uitgegaan, niet worden aangemerkt als seksueel binnendringen van het lichaam.

De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. Aangezien de verdachte dit feit heeft bekend en de raadsman geen vrijspraak heeft betoogd, heeft de rechtbank ten aanzien van de bewijsmiddelen volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij in de periode van 1 december 2018 tot en met 31 december 2018 te Voorhout, gemeente Teylingen, met [aangeefster] , geboren op [geboortedatum 2] 2003, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten door:- haar borsten, billen en vagina (over de broek) te betasten en- zijn tong in haar mond te brengen en- haar broek te openen en proberen uit te trekken en- op haar te liggen met zijn heupen tussen haar benen/heupen.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van het primair ten laste gelegde gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met de destijds 15-jarige [aangeefster] . De verdachte heeft met zijn handelen de lichamelijke integriteit van [aangeefster] aangetast. Hij heeft zich blijkbaar laten leiden door zijn seksuele gevoelens en de bevrediging daarvan en heeft kennelijk niet stilgestaan bij de gevolgen die dit voor het slachtoffer zou kunnen hebben en de schade die hij daarmee bij haar aanrichtte. Uit de slachtofferverklaring volgt dat haar gevoel van veiligheid is aangetast en zij jaren met een gevoel van angst en schuld heeft rondgelopen. In het algemeen geldt dat slachtoffers van dergelijke feiten nog lange tijd nadelige gevolgen hiervan ondervinden in hun (lichamelijke) contact en relaties met andere mensen. Mede daarom wordt de geestelijke en lichamelijke integriteit van jeugdigen jonger dan zestien jaar door de wetgever uitdrukkelijk beschermd. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 4 september 2026, waaruit blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 26 augustus 2026, waaruit volgt dat er geen aanwijzingen zijn dat sprake is van problematiek bij de verdachte. De reclassering schat het recidiverisico in als laag. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte hem een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen, omdat zij interventies of toezicht niet nodig acht.

De op te leggen straffen

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij wat in vergelijkbare zaken doorgaans wordt opgelegd. De verdachte heeft er blijk van gegeven de kwalijkheid van zijn handelen in te zien en heeft hierover oprechte spijt betuigd. De rechtbank weegt deze houding in het voordeel van de verdachte mee. Verder speelt in strafmatigende zin een rol dat het bewezen verklaarde feit zich geruime tijd geleden heeft voorgedaan.

De rechtbank acht, alles afwegend, een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren passend en geboden, vooral om de ernst van het feit tot uitdrukking te brengen. Verder zal de rechtbank een taakstraf aan de verdachte opleggen van 200 uren.

7. De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

[aangeefster] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 6.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit aan immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 2.500,-.

Het oordeel van de rechtbank

Voor toewijzing van immateriële schadevergoeding moet op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW) sprake zijn van een aantasting in de persoon van benadeelde op andere wijze, veroorzaakt door het bewezen verklaarde gedrag van de verdachte.

Van de bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.

De benadeelde partij heeft zich op het standpunt gesteld dat van de bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ sprake is, omdat haar energie en levenslust zijn afgenomen, haar gevoel van veiligheid en vertrouwen in anderen, in het bijzonder mannen, is aangetast en zij nog altijd zeer alert op haar omgeving is en meermalen paniekaanvallen heeft ervaren.

De rechtbank is van oordeel dat kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit. De aard en de ernst van de normschending zijn naar het oordeel van de rechtbank zodanig dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ zonder meer kan worden aangenomen. Dat betekent dat er een wettelijke grondslag is voor toewijzing van immateriële schadevergoeding.

Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 700,- billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe. De rechtbank bepaalt dat het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van het overige deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, omdat dit vraagt om aanhouding van de zaak voor een verdere uitwisseling van standpunten van partijen over eventuele aanvullende schade. De vordering kan in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Wettelijke rente en de proceskosten

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 16 december 2018. Het bewezen verklaarde heeft begin december plaatsgevonden, maar de exacte datum is niet met zekerheid vast te stellen. Voor de ingangsdatum van de wettelijke rente sluit de rechtbank dan ook aan bij het midden van de bewezen verklaarde periode.

Proceskosten

Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

De schadevergoedingsmaatregel

De verdachte zal voor het bewezen verklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 700,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover 16 december 2018 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangeefster] .

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 247 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de primair en subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.4 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen:

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 (ZES) MAANDEN;

bepaalt dat die straf niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 (twee) jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een taakstraf voor de tijd van 200 (TWEEHONDERD) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 100 (HONDERD) DAGEN;

de vordering van de benadeelde partij

wijst de vordering tot schadevergoeding deels toe tot een bedrag van € 700,- en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 december 2018 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [aangeefster] ;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

de schadevergoedingsmaatregel

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 700,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 16 december 2018 tot de dag waarop dit bedrag is betaald;

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 7 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

bepaalt dat als de verdachte de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel te betalen aan de Staat en dat als de verdachte het toegewezen bedrag deels of geheel aan de Staat heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel aan de benadeelde partij te betalen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R. Wieringa, voorzitter,

mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, rechter,

mr. C.A.W. Zijlstra, rechter,

in tegenwoordigheid van V. Grampon, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R. Wieringa
  • mr. J.R.K.A.M. Waasdorp
  • mr. C.A.W. Zijlstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand