ECLI:NL:RBDHA:2026:31197

ECLI:NL:RBDHA:2026:31197

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-10-2026
Datum publicatie 23-10-2026
Zaaknummer NL26.60986
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Bewaring, ophouding, bewaringsgronden, voortvarend handelen, lichter middel, ambtshalve toetsing, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.60986

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. W.A.E.M. Amesz),

en

(gemachtigde: mr. J. van Dam).

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 12 oktober 2026 heeft verweerder aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Verweerder heeft de rechtbank van het opleggen van de maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 20 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [persoon A] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Ophouding

1. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser na zijn strafrechtelijke aanhouding is overgedragen aan de vreemdelingenpolitie. Eiser zou aangehouden zijn omdat hij geen identiteitsbewijs had, maar in zijn dossier zit een identiteitsbewijs.

De rechtbank overweegt dat in het proces-verbaal ophouding en onderzoek van 12 oktober 2026 is vermeld dat eiser is opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw. Voor een ophouding op die grondslag is vereist dat de identiteit van een staande gehouden vreemdeling niet onmiddellijk kan worden vastgesteld. Uit het proces-verbaal volgt dat eiser aansluitend op strafrechtelijke heenzending is opgehouden en dat de identiteit van eiser niet onmiddellijk kon worden vastgesteld omdat hij geen geldig identiteitsbewijs kon tonen. Eiser had blijkens de stukken weliswaar een foto van een identiteitskaart in zijn telefoon, maar geen rechtsgeldig identiteitsbewijs op zak en verklaarde ook geen geldig identiteitsbewijs te bezitten. Hiermee is voldaan aan de voorwaarden voor ophouding op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw. Voor zover eiser betoogt dat de ophouding onrechtmatig is, ziet de rechtbank dus geen aanleiding voor dit oordeel. De beroepsgrond slaagt niet.

Bewaringsgronden

2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het belang van de openbare orde de maatregel vordert, omdat er een onderduikrisico bestaat en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft, met toepassing van artikel 5.6, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb), als gronden vermeld dat eiser:

b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Ter zitting heeft eiser aangevoerd dat hij werkzaam is in Nederland en dat hij door zijn inbewaringstelling niet uitbetaald kan worden. De rechtbank begrijpt dit betoog aldus dat eiser de aan de maatregel ten grondslag gelegde grond s betwist.

De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden b, p en r en de daarop gegeven toelichtingen niet heeft betwist. De rechtbank is van oordeel, in het kader van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, dat deze gronden voldoende zijn gemotiveerd om de maatregel van bewaring te dragen en dat daaruit een onderduikrisico volgt. Wat eiser heeft aangevoerd tegen grond s behoeft daarom geen bespreking meer.

Voortvarend handelen

3. Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting naar Bulgarije. Daartoe voert eiser aan dat hij zich al sinds 12 oktober 2026 in bewaring bevindt en tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling heeft verklaard graag te willen terugkeren.

De rechtbank overweegt dat eiser op 12 oktober 2026 in bewaring is gesteld en dat uit het dossier blijkt dat verweerder op 14 oktober 2026 een vertrekgesprek met eiser heeft gevoerd. Hieruit volgt dat verweerder op de derde dag van eisers bewaring een eerste uitzettingshandeling heeft verricht. Alleen al hierom is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan eisers uitzetting (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829). Ter zitting heeft verweerder meegedeeld dat op 14 oktober 2026 een terug- en overnameprocedure is gestart en op 15 oktober 2026 de aanvraag voor een laissez-passer (lp) naar de Bulgaarse autoriteiten is gezonden. Verweerder is afhankelijk van de Bulgaarse autoriteiten omdat eiser geen paspoort of ander identiteitsdocument heeft en een lp nodig is voor de uitzetting van eiser. Het betoog van eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting kan, gelet op het voorgaande, naar het oordeel van de rechtbank geen stand houden. De beroepsgrond slaagt niet.

Lichter middel

4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet met een lichter middel dan de inbewaringstelling kon worden volstaan. Een lichter middel was beter geweest, eiser kan Nederland zelfstandig verlaten.

Naar het oordeel van de rechtbank stelt verweerder zich voldoende gemotiveerd op het standpunt dat niet met een lichter middel dan de inbewaringstelling kon worden volstaan. Verweerder verwijst daarbij terecht naar de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd en de motivering daarvan, en het onderduikrisico dat daaruit volgt. Verweerder heeft ter zitting nog benadrukt dat uit de op 19 augustus 2026 aan eiser uitgereikte beschikking van 12 februari 2025 volgt dat eiser tot 19 september 2026 de tijd heeft gehad Nederland zelfstandig te verlaten, maar dat eiser van deze gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt. Eiser heeft verder niet onderbouwd waarom een lichter middel beter zou zijn geweest en heeft ook niet onderbouwd dat de maatregel onevenredig bezwarend voor hem zou zijn. De beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toetsing

5. Ook los van de door eiser aangevoerde beroepsgronden, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was (vgl. de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858, en 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647).

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Felić, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.A. Bouter - Rijksen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand