ECLI:NL:RBDHA:2026:31235

ECLI:NL:RBDHA:2026:31235

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-10-2026
Datum publicatie 23-10-2026
Zaaknummer NL26.2140
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

pkv verzoek

Uitspraak

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek)

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan op 21 augustus 2026 bij de intrekking van zijn beroep tegen niet tijdig nemen van een besluit door de minister.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De minister heeft de rechtbank met de brief van 4 september 2026 geïnformeerd

dat verzoeker vertrokken is naar zijn land van herkomst, Syrië, en dat hij de lopende procedures heeft ingetrokken. De minister stelt zich op het standpunt dat er gelet op het vrijwillige vertrek van verzoeker naar zijn land van herkomst en het intrekken van de lopende verblijfsrechtelijke procedures, geen sprake is van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen. De minister ziet daarom geen aanleiding tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank volgt dit standpunt.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Sibma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand