[naam],
V-nummer: [nummer],
[naam],
V-nummer: [nummer],
[naam]
V-nummer: [nummer],
[naam],
V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: verzoekers,
(gemachtigde: mr. W. Volkers),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft
gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek.
Beoordeling door de rechtbank
2. Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
3. De rechtbank stelt vast dat de minister pas na het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoekers te betalen.
4. De rechtbank stelt vast dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
(Afdeling) op 15 juni 2026 uitspraak heeft gedaan over de toepassing van de wegingsfactor 0,25 in niet-tijdig-beslissen procedures. De Afdeling oordeelt dat de bestuursrechter in beginsel wegingsfactor 0,5 toepast als het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit en/of ter beoordeling staat of het bestuursorgaan als gevolg daarvan een dwangsom is verschuldigd. De Afdeling ziet geen aanleiding om in opvolgende beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit in vreemdelingenzaken een lagere wegingsfactor toe te passen.
Conclusie en gevolgen
5. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoekers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van
€ 467.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.