Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/697720 / KG ZA 26-38
Vonnis in kort geding van 19 februari 2026
in de zaak van
[eiser] te [plaats 1] (PI),
eiser,
advocaat mr. T.J.N. Hameleers te Roermond,
tegen:
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid) te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. J.S. Bierens te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘de Staat’.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 22 januari 2026 met producties 1 tot en met 6;
- de van de zijde van de Staat overgelegde producties 1 tot en met 6;
- de op 30 januari 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Aan het slot van de mondelinge behandeling hebben partijen afgesproken met elkaar in gesprek te gaan om te bezien of in der minne een oplossing bereikt kan worden. De zaak is daarop pro forma aangehouden. Op 4 februari 2026 heeft mr. Bierens namens de Staat verzocht om vonnis te wijzen. De datum voor vonnis is daarna bepaald op 19 februari 2026.
Het verzoek van de zijde van [eiser] om de zaak achter gesloten deuren te behandelen heeft de voorzieningenrechter niet ingewilligd. [eiser] vordert in dit kort geding rectificatie van een persbericht van het OM dat is gepubliceerd in aansluiting op een openbare pro forma zitting in zijn strafzaak. [eiser] meent dat het bericht feitelijke onjuistheden bevat en daarmee onrechtmatig is. Het geschil van partijen spitst zich toe op de interpretatie en ‘impact’ van de tekst van het (aangepaste) persbericht. Daarin wordt geen aanleiding gevonden om de zaak achter gesloten deuren te behandelen.
2. De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
[eiser] zit in voorlopige hechtenis op grond van een bevel gevangenhouding. Op 13 januari 2026 heeft bij de rechtbank Rotterdam een openbare pro forma zitting plaatsgehad. Tijdens deze zitting heeft de rechtbank onder meer het bevel gevangenhouding verlengd. Kort na de zitting heeft het Openbaar Ministerie (hierna: OM) een persbericht naar buiten gebracht met de volgende inhoud:
“ Man langer vast voor online seksueel misbruik minderjarigen via game
Nieuwsbericht ׀ 13-01-2016 ׀ 13:30 uur
Een 40-jarige man uit [plaats 2] die verdacht wordt van het plegen van online misbruik met ruim 150 minderjarige meisjes blijft langer vastzitten. Dat besloot de rechtbank Rotterdam dinsdag tijdens een eerste openbare zitting. De man benaderde zijn jonge slachtoffers via een deels zelf ontwikkeld computerspel. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) bewoog hij de meisjes ertoe om steeds verdergaande seksuele handelingen voor de camera te verrichten. Hij maakte daar beelden van en heeft die ook verspreid.
De man uit [plaats 2] komt op 3 juli 2024 in beeld bij de politie door informatie uit Amerika. De verdachte zou een van de gebruikers zijn van een forum op het darkweb voor mannen met een seksuele voorkeur voor minderjarige meisjes. Op het forum delen gebruikers onder andere beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik met elkaar. Het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme (TBKK) in Limburg pakt de zaak onder regie van het Landelijk Parket op en houdt de man aan op 1 oktober 2025.
Online spel
De man benaderde zijn jonge slachtoffers via een online spel, de “Highscoregame”. Bij dit spel kunnen jonge meisjes punten verdienen. Bij voldoende punten gaan ze door naar een volgend level. Om de punten te verdienen, moeten ze opdrachtjes doen. Die opdrachten lezen de meisjes op hun scherm en beginnen onschuldig: meisjes beginnen met zwaaien naar de camera, maar hoe verder ze in het spel komen, hoe verder de opdrachten gaan.
Onder druk gezet
Wat de kinderen niet weten, is dat er iemand live meekijkt, opnames maakt en hen daar vervolgens mee onder druk kan zetten. Wat begint met zwaaien, gaat zo verder in opdrachten waarbij ze over het eigen lichaam moeten strelen en kledingstukken moeten uittrekken. Met die beelden worden sommige van die meisjes gechanteerd om nog verdergaande, seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten. Meerdere meisjes zijn zwaar onder druk gezet: doen zij niet wat er gevraagd wordt, dan worden de video’ op het internet gezet of naar de ouders toegestuurd. Meisjes die het spel speelden en zo in het web van hun afperser verstrikt raakten, huilden soms zichtbaar op de video’s.
Zorgelijke ontwikkeling
Uit het onderzoek blijkt dat de verdachte zich hier jarenlang, vanaf 2017 tot zijn aanhouding, mee heeft beziggehouden. Op zijn computer stonden duizenden kinderpornografische afbeeldingen. In totaal heeft de politie meer dan 300 seksuele video’s van meisjes in de leeftijd van 9 tot 17 jaar aangetroffen. Naast de opnames die hij zelf maakte, ontving de man ook beelden van andere mannen die op eenzelfde manier via online games opnames van jonge meisjes maken. Het gaat om Nederlandse en buitenlandse slachtoffers. Politie en OM zien de zorgelijke ontwikkeling dat mannen met een seksuele voorkeur voor minderjarigen hun slachtoffers steeds vaker via online games benaderen.
Onderzoek volop bezig
De politie is volop bezig met het onderzoek en het identificeren van de meisjes en werkt daarvoor ook internationaal samen. Samen met slachtofferhulp spant de politie zich in om de meisjes die zijn geïdentificeerd en hun ouders in de komende periode te benaderen. Slachtoffers kunnen zich ook zelf bij de politie in Limburg melden via het mailadres: melding-highscore-game.lb@politie.nl .
De inhoudelijke behandeling van de zaak staat gepland op 26 juni.”
De advocaat van [eiser] heeft de officier van justitie op 13 januari 2026 om 14:09 uur per e-mail als volgt bericht:
“Edelachtbare,
Graag rectificatie. Er wordt geschreven alsof cliënt mensen onder druk heeft gezet. U gaf zojuist nog aan dat de berichten met betrekking tot de dwang door de politie onderzocht moest worden.
Ik verwacht spoedige rectificatie en reactie.”
Het persbericht van het OM heeft zijn weg gevonden naar verschillende media, die daar vervolgens over hebben gepubliceerd. Zo staat in berichtgeving van de Limburger van 13 januari 2026 van 14:17 uur onder meer het volgende vermeld:
“Man (40) uit [plaats 2] lokte ruim 150 minderjarige meisjes via zelf ontwikkeld spel: ‘Ze huilden soms zichtbaar op video’s”
(…)
De man benaderde zijn jonge slachtoffers via een deels zelf ontwikkeld computerspel, zo meldt het Openbaar Ministerie (OM). Hij zette de meisjes ertoe aan om steeds verdergaande seksuele handelingen voor de camera te verrichten. Hij maakte daar beelden van en heeft die ook verspreid.
(…)”
Nu.nl heeft op 13 januari 2026 om 14:51 uur een bericht geplaatst waarin onder meer het volgende vermeld stond:
“Limburger vast voor online misbruik van ruim 150 minderjarigen via zelfgemaakt spel
(…)
Een veertigjarige man uit [plaats 2] wordt ervan verdacht dat hij meer dan 150 meisjes online seksueel heeft misbruikt. De verdachte gebruikte hiervoor een zelfgemaakt spel waarbij de slachtoffers zich uiteindelijk moesten kleden en daarna werden afgeperst.
(…)
Het ging zover dat de slachtoffers zichzelf moesten aanraken en zich ook moesten uitkleden. Ondertussen keek P. mee en werden de slachtoffers gefilmd. Met deze beelden werden ze afgeperst en aangezet tot seksuele handelingen. Werkten ze hier niet aan mee, dan zouden de beelden online worden gezet of met hun ouders worden gedeeld.
Op beelden zijn slachtoffers zichtbaar aan het huilen
In het onderzoek doken beelden op waarop slachtoffers zichtbaar huilen. De man zou tot aan zijn arrestatie in oktober 2025 al zeven jaar bezig zijn geweest met het online seksueel misbruik.
(…)”
De officier van justitie heeft de advocaat van [eiser] als volgt geantwoord op de oproep om tot rectificatie van het persbericht over te gaan:
“In het deel uit het bericht waarvan u een screenshot toestuurt wordt het fenomeen beschreven; juist niet staat verwoord dat uw cliënt jonge meisjes onder druk heeft gezet, ook niet ‘alsof’.”
De advocaat van [eiser] heeft daarop als volgt gereageerd:
“Met alle respect, alle media nemen het over. Het persbericht wekt een onjuist beeld over de handelingen van cliënt, terwijl letterlijk door U vandaag op zitting is gezegd dat een en ander door de politie nog onderzocht moest worden.
(…) Is sommeer u om een en ander onmiddellijk te rectificeren. Limburger heeft het ook over verspreiden van door cliënt vervaardigd materiaal, terwijl daar geen enkele aanwijzing voor is in het dossier noch juist is.
(…)”
De officier van justitie en de advocaat van [eiser] hebben daarop verder gecorrespondeerd. Op 13 januari 2026 om 17:32 heeft officier van justitie de advocaat van [eiser] als volgt bericht:
“Opnieuw wijs ik u erop dat in het persbericht van het Openbaar Ministerie het fenomeen wordt beschreven; daarin staat niet verwoord dat uw cliënt jonge meisjes onder druk heeft gezet. De recherche onderzoekt of uw cliënt dat (ook) heeft gedaan. Die bevindingen zullen zoals aangekondigd in de aanvulling op het einddossier worden verantwoord.”
De advocaat van [eiser] heeft het kantoor van de Landsadvocaat (met de officier van justitie in cc) op 13 januari 2026 om 19:39 uur een conceptdagvaarding toegestuurd met daarin een eis om rectificatie van het persbericht. In de begeleidende e-mail is tot uiterlijk 23:59 uur gegeven om te rectificeren conform de eis in de conceptdagvaarding.
Op 14 januari 2026 heeft het OM het persbericht aangepast. In dit aangepaste persbericht staat onder meer het volgende vermeld (wijzigingen ten opzichte van het eerste persbericht zijn hieronder door de voorzieningenrechter onderstreept (toevoegingen) en doorgestreept (verwijderingen) weergegeven):
“ Man langer vast voor online seksueel misbruik minderjarigen via game
Nieuwsbericht ׀ 13-01-2016 ׀ 13:30 uur
Dit bericht is aangepast op 14-01-2026.
Een 40-jarige man uit [plaats 2] die verdacht wordt van het plegen van online misbruik met ruim 150 minderjarige meisjes blijft langer vastzitten. Dat besloot de rechtbank Rotterdam dinsdag tijdens een eerste openbare zitting. De man benaderde zijn jonge slachtoffers via een deels zelf ontwikkeld computerspel. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) bewoog hij de meisjes ertoe om steeds verdergaande seksuele handelingen voor de camera te verrichten. Hij maakte daar beelden van en heeft die ook verspreid.
De man uit [plaats 2] komt op 3 juli 2024 in beeld bij de politie door informatie uit Amerika. De verdachte zou een van de gebruikers zijn van een forum op het darkweb voor mannen met een seksuele voorkeur voor minderjarige meisjes. Op het forum delen gebruikers onder andere beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik met elkaar. Het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme (TBKK) in Limburg pakt de zaak onder regie van het Landelijk Parket op en houdt de man aan op 1 oktober 2025.
Online spel
De man benaderde zijn jonge slachtoffers via een online spel, de “Highscoregame”. Bij dit spel kunnen jonge meisjes punten verdienen. Bij voldoende punten gaan ze door naar een volgend level. Om de punten te verdienen, moeten ze opdrachtjes doen. Die opdrachten lezen de meisjes op hun scherm en beginnen onschuldig: meisjes beginnen met zwaaien naar de camera, maar hoe verder ze in het spel komen, hoe verder de opdrachten gaan.
Onder druk gezet
Wat de kinderen niet weten, is dat er iemand live meekijkt, opnames maakt en hen daar vervolgens mee onder druk kan zetten. Wat begint met zwaaien, gaat zo verder in opdrachten waarbij ze over het eigen lichaam moeten strelen en kledingstukken moeten uittrekken. Met die beelden worden sommige van die meisjes gechanteerd om nog verdergaande, seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten. Meerdere meisjes zijn zwaar onder druk gezet: doen zij niet wat er gevraagd wordt, dan worden de video’ op het internet gezet of naar de ouders toegestuurd. Meisjes die het spel speelden en zo in het web van hun afperser verstrikt raakten, huilden soms zichtbaar op de video’s .
Op het beeldmateriaal dat bij de verdachte is aangetroffen, is te zien dat meerdere meisjes zwaar onder druk zijn gezet: doen zij niet wat er gevraagd wordt, dan worden de video’s op het internet gezet of naar de ouders toegestuurd. Meisjes die het spel speelden en zo in het web van hun afperser verstrikt raakten, huilden soms zichtbaar op de video’s. Of het deze verdachte is geweest die de meisjes op de video’s heeft gedwongen of afgeperst, onderzoekt de politie nog. Naast de opnames die hij zelf maakte, ontving de man namelijk ook beelden van andere mannen die op eenzelfde manier via online games opnames van jonge meisjes maken.
Zorgelijke ontwikkeling
Uit het onderzoek blijkt dat de verdachte zich hier jarenlang, vanaf 2017 tot zijn aanhouding, mee heeft beziggehouden. Uit het onderzoek blijkt dat de verdachte zich jarenlang, vanaf 2017 tot zijn aanhouding, met dit spel en kinderpornografie heeft beziggehouden . Op zijn computer stonden duizenden kinderpornografische afbeeldingen. In totaal heeft de politie meer dan 300 seksuele video’s van meisjes in de leeftijd van 9 tot 17 jaar aangetroffen. Naast de opnames die hij zelf maakte, ontving de man ook beelden van andere mannen die op eenzelfde manier via online games opnames van jonge meisjes maken. Het gaat om Nederlandse en buitenlandse slachtoffers. Politie en OM zien de zorgelijke ontwikkeling dat mannen met een seksuele voorkeur voor minderjarigen hun slachtoffers steeds vaker via online games benaderen.
Onderzoek volop bezig
De politie is volop bezig met het onderzoek en het identificeren van de meisjes en werkt daarvoor ook internationaal samen. Samen met slachtofferhulp spant de politie zich in om de meisjes die zijn geïdentificeerd en hun ouders in de komende periode te benaderen. Slachtoffers kunnen zich ook zelf bij de politie in Limburg melden via het mailadres: melding-highscore-game.lb@politie.nl .
De inhoudelijke behandeling van de zaak staat gepland op 26 juni.”
Op 14 januari 2026 heeft het OM het persbericht nog een keer aangepast. Onder de kop van het bericht is cursief de volgende tekst toegevoegd:
“Dit bericht is aangepast omdat de indruk zou kunnen ontstaan dat het deze verdachte is geweest die de meisjes op de video’s heeft gedwongen of afgeperst. Dit wordt echter nog onderzocht door de politie.”
Op donderdag 15 januari 2026 heeft de Limburger een bericht online geplaatst waarvan de kop luidt: “Justitie komt met nuancering in misbruikzaak: of de 40-jarige man uit [plaats 2] minderjarige meisjes online dwong tot seksuele handelingen is ‘nog onderwerp van onderzoek”. Op diverse nieuwssites zijn daarna berichten geplaatst over de door de advocaat van [eiser] aangekondigde rechtszaak tegen het OM waarin rectificatie van het persbericht over de zaak van [eiser] is gevorderd.
Ter zitting heeft de Staat zich op het standpunt gesteld dat op basis van politieonderzoek sprake is van nieuwe verdenkingen jegens [eiser] . De advocaat van [eiser] heeft daarop te kennen gegeven dat hij hierover is gebeld door de officier van justitie, maar dat deze mededeling nog niet te toetsen is en dat het hem nog niet bekend is dat de verdenking jegens [eiser] zou zijn gewijzigd.
3. Het geschil
[eiser] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. de Staat binnen uiterlijk 12 uur na het te wijzen vonnis, althans een in goede justitie te bevelen termijn te verplichten – op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag, althans een in goede justitie te bepalen bedrag en/of periode, een rectificatie te (doen) plaatsen in het persbericht in de titel in dikgedrukte letters met de tekst: “Rectificatie. Eerdere berichtgeving onterecht. In ons eerder persbericht zijn onjuiste uitlatingen gedaan over de situatie omtrent deze verdachte. Er werd geschreven over chantage, afpersing en onder druk zetten, terwijl dit niet terecht was. De zaak is nog in onderzoek bij de politie”
althans een in goede justitie te bepalen rectificatie op een in goede justitie te bepalen wijze, althans een in goede justitie te bepalen beslissing te nemen;
2. de Staat te veroordelen in – samengevat – de proceskosten.
Daartoe voert [eiser] – samengevat – het volgende aan.
Het OM heeft na de pro forma zitting in de zaak van [eiser] een persbericht over die zaak uitgebracht met daarin onjuiste en misleidende informatie. Het OM heeft als vaststaand gegeven gepresenteerd dat [eiser] zich jarenlang heeft bezig gehouden met het chanteren, zwaar onder druk zetten en afpersen van minderjarige meisjes die slachtoffer zijn van online seksueel misbruik. [eiser] ontkent zich hieraan schuldig te hebben gemaakt en de politie doet hier volgens het OM nog onderzoek naar. Door [eiser] nu als dader neer te zetten heeft het OM de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM geschonden. Deze presumptie houdt in dat een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. Het persbericht is door diverse media in eigen berichtgeving overgenomen en de onjuiste mededelingen hebben daarmee een groot bereik gekregen. Weliswaar heeft het OM haar aanvankelijke persbericht tweemaal aangepast, maar deze wijzigingen zijn onvoldoende, zodat het OM gehouden is tot rectificatie over te gaan.
De Staat voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4. De beoordeling van het geschil
In dit kort geding moet geoordeeld worden of het OM, nadat hij het persbericht twee keer heeft aangepast, tot verdere rectificatie moet overgaan. [eiser] heeft daarvoor een concept rectificatietekst geformuleerd. De Staat stelt in de kern dat dit kort geding een achterhoedegevecht is omdat met de aanpassingen van het de persbericht al is voldaan aan de bezwaren van [eiser] .
Voor de beoordeling van een vordering tot rectificatie van een persbericht van het OM in het kader van een strafzaak tegen een verdachte, is het volgende van belang. Als iemand wordt verdacht van een strafbaar feit, geldt steeds de onschuldpresumptie zoals neergelegd in artikel 6 lid 2 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), artikel 14 lid 2 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) en artikel 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De onschuldpresumptie houdt in dat een ieder tegen wie vervolging is ingesteld, voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. Dit vermoeden van onschuld heeft verschillende aspecten. Een daarvan is dat een verdachte niet mag worden bejegend als ware hij al door de strafrechter schuldig verklaard: uit de bejegening mag geen bevooroordeeldheid blijken. Hierbij behoort ook de normering van het optreden van autoriteiten in de publiciteit en in hun contact met de media. Dat alles brengt met zich dat het OM bij persberichten over verdenking van strafbare feiten steeds zorgvuldigheid in acht moet nemen om de onschuldpresumptie te eerbiedigen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in dit verband het volgende overwogen:
“(...) respect for the presumption of innocence requires that the authorities use all the necessary discretion and circumspection (…). Article 6 § 2 will be violated if a statement of a public official concerning a person charged with a criminal offence reflects an opinion that he is guilty before he has been proved so according to law. It suffices, even in the absence of any formal finding, that there is some reasoning to suggest that the official regards the accused as guilty. In this respect, the Court has emphasised the importance of the choice of words by public officials in their statements to the press before a person has been tried and found guilty of an offence (…).”
Als er dus geen volstrekte duidelijkheid bestaat over gedragingen van een verdachte die object van zijn strafzaak zijn of dat kunnen worden, dan moet het OM in zijn persbericht over de strafzaak voorzichtigheid betrachten en zijn woordkeuze op de onschuldpresumptie afstemmen. Doet het OM dat niet dan is de kans groot dat in een dergelijk persbericht het onderscheid tussen een verdenking en een vaststaand gegeven onvoldoende naar voren komt of zelfs helemaal niet meer te maken is. Voor voorzichtigheid is des te meer reden omdat een persbericht naar zijn aard bedoeld is om via media een groot publiek te bereiken. Dát het OM gelet op de algemeen bekende zorgwekkende toename van online seksueel misbruik en in het belang van slachtoffers met een persbericht aandacht heeft willen vragen voor de verdenkingen tegen [eiser] , is begrijpelijk. Dat spreekt [eiser] ook niet tegen.
Het OM heeft in de zaak van [eiser] het persbericht van 13 januari 2026 een dag later twee keer aangepast. In de eerste aanpassing is in het persbericht onder meer toegevoegd dat nog in onderzoek is of het “deze verdachte” ( [eiser] ) is geweest die de meisjes op de video’s heeft gedwongen of afgeperst. In de tweede aanpassing heeft het OM onder de kop van het artikel de tekst geplaatst: “Dit bericht is aangepast omdat de indruk zou kunnen ontstaan dat het deze verdachte is geweest die de meisjes op de video’s heeft gedwongen of afgeperst. Dit wordt echter nog onderzocht door de politie.” Hoewel de Staat deze aanpassingen heeft doorgevoerd, meent hij dat in het oorspronkelijke persbericht niet staat verwoord dat [eiser] jonge meisjes onder druk heeft gezet en dat dit daaruit ook niet kan worden afgeleid. Het element van dwang zoals dat in het eerste persbericht is opgenomen, zou volgens de Staat alleen dienen ter illustratie van het bredere fenomeen van onlinemisbruik via games. Het zou niet terugslaan op de het OM bekende handelwijze van [eiser] .
Deze uitleg van de Staat is in redelijkheid niet vol te houden. Voor aanpassing van het oorspronkelijke persbericht – zoals de Staat dus heeft gedaan – bestond naar het oordeel van de voorzieningenrechter zeker aanleiding omdat de daarin gekozen bewoordingen suggereren dat [eiser] zich schuldig heeft gemaakt aan chantage en het onder druk zetten van jonge meisjes die slachtoffer zijn geworden van online misbruik via de “Highscoregame”. Het duidelijkst komt dit naar voren in de alinea’s met de kopjes ‘Onder druk gezet’ en ‘Zorgelijke ontwikkeling’, waar door de advocaat van [eiser] ook uitdrukkelijk op is gewezen. De tekst van de alinea onder het kopje ‘Onder druk gezet’ bevat inderdaad een beschrijving van het fenomeen van online misbruik via games, zoals de Staat stelt. Het element van dwang komt in deze alinea echter ook duidelijk naar voren. In de daaropvolgende alinea staat vermeld dat uit onderzoek blijkt dat de verdachte ( [eiser] ) zich “hier” jarenlang mee heeft bezig gehouden. Het woord ‘hier’ slaat daarmee logischerwijs terug op het fenomeen van online misbruik via games zoals omschreven in de vorige alinea, waar zoals gezegd ook het element van dwang als onderdeel van het fenomeen is beschreven. De lezer van het persbericht (of de daarop gebaseerde uitingen in de pers) heeft op grond daarvan stellig aangenomen of aan kunnen nemen dat de verdachte ( [eiser] ), zich onder meer schuldig heeft gemaakt aan dwang/chantage van een grote groep meisjes via deze games.
Hoewel het OM dus zelf meende niet te ver te zijn gegaan met het (oorspronkelijke) persbericht heeft het OM zich kennelijk toch gerealiseerd dat het oorspronkelijke persbericht aanpassing behoefde. In het persbericht zoals dat nu te raadplegen is klinkt het besef dat aanpassing van het persbericht, in het licht van de onschuldspresumptie, nodig was toch nog niet ten volle door. Zo heeft de voorzieningenrechter de Staat ter zitting gewezen op de twee zinnen: “Volgens het Openbaar Ministerie (OM) bewoog hij de meisjes ertoe om steeds verdergaande seksuele handelingen voor de camera te verrichten. Hij maakte daar beelden van en heeft die ook verspreid.” Uit het woord ‘volgens’ in de eerste zin, kan weliswaar een visie van het OM worden afgeleid, maar het woord ‘bewoog’ en de tweede zin “Hij maakte daar beelden van en heeft die ook verspreid” suggereren dat het om feiten te gaan.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het OM er juist aan gedaan om na de kritiek en de sommatie tot rectificatie een koptekst op te nemen die juist van inhoud is. Dat de verdenking jegens [eiser] op basis van de resultaten van het politieonderzoek inmiddels zou zijn gewijzigd maakt dat niet anders. Ook een gewijzigde verdenking blijft een verdenking waarbij de onschuldpresumptie voorop moet staan. Hoewel de voorzieningenrechter het eerste persbericht onrechtmatig acht, is hij van oordeel dat met de doorgevoerde aanpassingen de misstappen van het OM in belangrijke mate zijn weggenomen. Bij lezing van het huidige persbericht zal – ondanks genoemde inconsistenties – duidelijk zijn dat in ieder geval niet al vast staat dat [eiser] zich schuldig heeft gemaakt aan dwang en chantage en dat het dus de strafrechter is die daarover zal moeten oordelen. Om die reden wordt geen aanleiding gezien het OM nu nog een rectificatie op te dragen omdat de opgenomen koptekst als afdoende rectificatie geldt. Het gevorderde zal dus worden afgewezen. Wel geeft de voorzieningenrechter het OM met enige klem in overweging de huidige tekst aan te passen aan de koptekst door consequent te spreken van verdenkingen jegens [eiser] .
Hoewel het OM tot aanpassing van het persbericht is overgegaan waardoor van een onrechtmatige publicatie geen sprake meer is, wordt in het licht van voornoemde inconsistenties aanleiding gezien om de proceskosten te compenseren.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst het gevorderde af;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026.
ddg