ECLI:NL:RBDHA:2026:31607

ECLI:NL:RBDHA:2026:31607

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-10-2026
Datum publicatie 27-10-2026
Zaaknummer NL25.63859
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Asiel. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de problemen van de overleden man van eiseres terecht niet geloofwaardig heeft gevonden. De rechtbank oordeelt verder dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt door haar afvalligheid en de problemen met haar schoonfamilie. De rechtbank komt wel tot het oordeel dat het beroep gegrond is, omdat de minister de informatie die eiseres in de zienswijze heeft overgelegd niet kenbaar bij het besluit heeft betrokken. De rechtbank vernietigt daarom het besluit, maar laat de rechtsgevolgen wel in stand, omdat de minister in het verweerschrift alsnog gemotiveerd op de informatie is ingegaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres,

[naam] , [naam] en [naam] ,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.63859

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. H.J. Janse),

mede namens haar minderjarige kinderen:

en

(gemachtigde: mr. J.D. Albarda).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de problemen van de overleden man van eiseres terecht niet geloofwaardig heeft gevonden. De rechtbank oordeelt verder dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt door haar afvalligheid en de problemen met haar schoonfamilie. De rechtbank komt wel tot het oordeel dat het beroep gegrond is, omdat de minister de informatie die eiseres in de zienswijze heeft overgelegd niet kenbaar bij het besluit heeft betrokken. De rechtbank vernietigt daarom het besluit, maar laat de rechtsgevolgen wel in stand, omdat de minister in het verweerschrift alsnog gemotiveerd op de informatie is ingegaan. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 21 december 2023 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 3 december 2025 in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

3. De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Voorgeschiedenis

4. Eiseres heeft verklaard dat zij in 2019 met haar echtgenoot uit Jordanië is vertrokken en via Turkije naar Servië is gereisd. Eiseres heeft daar ongeveer drieënhalf jaar verbleven. Vervolgens heeft eiseres ongeveer tien maanden in Oostenrijk verbleven.

5. Op 7 april 2023 is eiseres Nederland ingereisd en zij heeft op 12 april 2023 een asielaanvraag gedaan. De minister heeft deze aanvraag op 14 augustus 2023 niet in behandeling genomen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk was voor de behandeling ervan. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft het beroep van eiser op 6 november 2023 ongegrond verklaard.

6. De minister heeft eiseres op 7 december 2023 laten weten dat eiseres niet tijdig is overgedragen aan de Oostenrijkse autoriteiten en dat Nederland in beginsel verantwoordelijk is geworden voor de asielaanvraag van eiseres. De minister heeft eiseres verzocht om een nieuwe aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in te dienen, omdat zij geen openstaande asielprocedure meer heeft.

7. Eiseres heeft op 21 december 2023 de onderhavige asielaanvraag gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

8. Het relaas van eiseres bestaat volgens de minister uit de volgende relevante asielmotieven:

1. identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. problemen van de overleden man van eiseres;

3. binnen de schoonfamilie van eiseres heerste een cultuur waarbij onder meer uithuwelijking en eer een rol spelen;

4. het afstand doen van de islam.

9. De minister vindt het eerste, derde en vierde asielmotief geloofwaardig. De minister vindt de problemen van de overleden man van eiseres niet geloofwaardig. Volgens de minister vormen de verklaringen van eiseres over dit asielmotief geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiseres heeft allereerst niet aannemelijk gemaakt dat haar man is vermoord door de mensen die hem hebben bedreigd. Verder weet eiseres erg weinig te vertellen over de bedreigingen die haar man kreeg. De minister vindt dat dat wel van haar verwacht had mogen worden, omdat het de belangrijkste reden voor het vertrek uit Jordanië is geweest.

De geloofwaardig geachte asielmotieven geven volgens de minister geen aanleiding om een verblijfsvergunning asiel te verlenen. Eiseres heeft haar gestelde vrees dat zij bij terugkeer naar Jordanië wordt vermoord door haar familie en schoonfamilie, omdat zij afstand heeft genomen van de islam, niet aannemelijk gemaakt. Niet gebleken is dat de families op de hoogte zijn van het feit dat eiseres afstand heeft gedaan van de islam. De minister heeft zich verder op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat eiseres meer in algemene zin te vrezen heeft in Jordanië, vanwege het afstand nemen van de islam. De uitingswens van eiseres ziet vooral op haar sociale leven en niet zozeer op haar religieuze identiteit. Daarom mag van haar verwacht worden dat zij zich conformeert aan de standaard van de samenleving met betrekking tot bijvoorbeeld het dragen van een hoofddoek. Daarnaast is geen landeninformatie beschikbaar waaruit blijkt dat het niet aanhangen van de islam over het algemeen een reële kans op vervolging met zich brengt.

Ten aanzien van de problemen met de (schoon)familie in verband met de heersende familiecultuur, uithuwelijking en gevolgen bij het weigeren van uithuwelijking heeft de minister het volgende overwogen. Volgens de minister is het aannemelijk dat eiseres bij terugkeer in haar leefomgeving geconfronteerd zal worden met haar familie en schoonfamilie en dat eventuele ernstige gevolgen zoals uithuwelijking van eiseres en haar kinderen of erger bij weigering zullen intreden. Volgens de minister is echter niet gebleken dat het voor eiseres niet mogelijk is om de hierbij de bescherming van de autoriteiten in te roepen. De minister wijst hierbij op landeninformatie waaruit volgt dat de hulp van autoriteiten op verschillende manieren kan worden ingeroepen. Eiseres heeft niet aangetoond dat de autoriteiten niet in staat of niet bereid zouden zijn om haar te beschermen. Daarnaast zou eiseres zich volgens de minister elders in het land kunnen vestigen om zich zo te onttrekken aan haar (schoon)familie.

De geloofwaardigheid van het asielrelaas

Integrale beoordeling van het relaas

10. Eiseres voert aan dat de beoordeling van de geloofwaardigheid, zoals de minister die op grond van Werkinstructie 2024/6 heeft verricht, niet in overeenstemming is met het EU-recht. De minister heeft ten onrechte alleen tegengeworpen dat eiseres niet voldoet aan voorwaarde c van artikel 31 van de Vw, zonder een integrale beoordeling van de geloofwaardigheid te maken.

11. De rechtbank overweegt als volgt. De meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats heeft op 8 augustus 2025 een uitspraak gedaan over de nieuwe werkwijze van de minister voor de beoordeling van de geloofwaardigheid. De rechtbank heeft geoordeeld dat deze werkwijze in strijd is met het Unierecht, omdat een integrale beoordeling van het asielrelaas ontbreekt. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de minister niet steeds zonder meer tot de conclusie kan komen dat een asielmotief niet geloofwaardig is als aan één of meerdere van de cumulatieve voorwaarden niet wordt voldaan. De minister moet duidelijk maken of en aan welke van de cumulatieve voorwaarden wel en niet is voldaan. Aan het einde van de beoordeling van het asielrelaas moet de minister nog een integrale beoordeling maken, waarin hij beoordeelt of de vreemdeling het voordeel van de twijfel moet krijgen en geconcludeerd kan worden dat het asielrelaas als geheel geloofwaardig is. De rechtbank heeft ook overwogen dat ondanks dat de werkwijze die de minister hanteert geen integrale beoordeling van de geloofwaardigheid voorschrijft, in een concreet geval toch een dergelijke integrale beoordeling kan hebben plaatsgevonden.

12. De rechtbank overweegt als volgt. De gemachtigde van eiseres heeft op de zitting toegelicht dat met name het referentiekader van eiseres onvoldoende is betrokken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid en dat de minister de verklaringen van eiseres onvoldoende integraal heeft getoetst. De rechtbank is van oordeel dat, ondanks dat in het besluit niet is vermeld of wel of niet aan de overige cumulatieve voorwaarden is voldaan, de minister een voldoende integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft gemaakt, waarbij ook het referentiekader van eiseres voldoende is betrokken. De rechtbank legt dit oordeel hieronder verder uit.

Het referentiekader van eiseres

13. Eiseres voert aan dat de minister bij de beoordeling van de geloofwaardigheid ten onrechte onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader. De vaststelling van het referentiekader door de minister is volgens eiseres te beperkt. Eiseres is zeer beschermd opgevoed, mocht beperkt naar school en heeft zichzelf leren schrijven op de telefoon. Zij is gehuwd op haar 17e en ook bij haar man waren haar vrijheden beperkt. Eiseres is door zowel haar vader als haar man veel mishandeld en zij staat in Nederland onder behandeling van een psycholoog. Het bewust beperken van de vrijheden van eiseres om zich te ontwikkelen en ontplooien en dat dit gewelddadig werd afgedwongen, zijn niet genoemd bij het referentiekader. De minister heeft verder volgens eiseres niet kenbaar gemaakt op welke wijze het referentiekader bij de beoordeling is betrokken.

14. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat de minister het referentiekader van eiseres in het voornemen heeft uiteengezet. Hierbij zijn weliswaar de culturele achtergrond van eiseres en de dynamiek binnen het huwelijk niet expliciet opgenomen, maar uit het bestreden besluit blijkt dat de minister deze aspecten van het referentiekader bij de geloofwaardigheidsbeoordeling heeft betrokken en nader heeft gemotiveerd wat er desondanks van eiseres mag worden verwacht. Op de zitting heeft de minister verder bevestigd dat gelet op het referentiekader niet van eiseres wordt verwacht dat zij alles over de problemen van haar echtgenoot weet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat ondanks de (culturele) achtergrond van eiseres en de dynamiek binnen het huwelijk van eiseres verwacht mag worden dat zij in ieder geval kan verklaren over de kern van de problemen van haar echtgenoot. Deze problemen zijn namelijk de reden dat eiseres met haar echtgenoot en kinderen uit Jordanië is gevlucht. Daarmee zijn de problemen dusdanig uitzonderlijk dat van eiseres verwacht had mogen worden dat zij, onder meer toen haar echtgenoot vertelde dat zij moesten vluchten en toen haar echtgenoot in Servië angstig was en hierover kort wat deelde met eiseres, had doorgevraagd bij haar echtgenoot. De minister heeft daarbij ook terecht tegengeworpen dat eiseres daarnaast verder navraag over de dreiging had kunnen doen bij haar zus, met wie zij meerdere keren telefonisch contact heeft gehad.

De problemen van de echtgenoot van eiseres

15. Eiseres voert aan dat de minister de problemen van haar echtgenoot ten onrechte ongeloofwaardig heeft gevonden. Eiseres houdt vol dat haar man is omgekomen door geweld. Het telefoontje en de stress die hij liet zien, zijn indicaties daarvoor. Dat er kennelijk eerder ook moorden zijn gepleegd op de bewuste plek, maakt niet dat de kans op willekeurig geweld groter is dan de kans op gericht geweld. Volgens ChatGPT onderzoeken de Servische autoriteiten de gewelddadige dood van iemand die daar illegaal is niet standaard en vaak minder grondig dan bij een burger met een verblijfsstatus. Er is in de zaak van de man van eiseres precies gedaan wat ChatGPT aangeeft: het lichaam is geborgen, er is een doodsoorzaak genoemd, maar er is geen grondig onderzoek gedaan. Volgens eiseres is het verder logisch dat de groep nog naar haar en haar man zou zoeken, omdat ze zich dan niet hoeven te verantwoorden voor de moord. De minister werpt volgens eiseres tot slot ten onrechte tegen dat zij geen kennis heeft over de mannen die hen zoeken. Dat komt niet door een gebrek aan inspanning van eiseres, maar doordat zij zelf niet is geïnformeerd door haar man en door haar zus.

16. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt voorop dat het in de eerste plaats aan eiseres is om haar asielrelaas aannemelijk te maken. Uit de verklaringen van eiseres blijkt niet dat haar echtgenoot zou zijn vermoord vanwege de problemen met de groep. De rechtbank acht het telefoontje naar de echtgenoot en de door hem ervaren stress onvoldoende om te kunnen concluderen dat hij daadwerkelijk door de groep zou zijn vermoord, te meer nu eiseres heeft verklaard dat zij niet wist met wie haar echtgenoot die dag praatte. De minister heeft er verder terecht op gewezen dat eiseres zelf heeft verklaard dat zij niet weet wie haar echtgenoot heeft vermoord. Dat volgens eiseres uit informatie van ChatGPT blijkt dat de Servische autoriteiten de gewelddadige dood van iemand die daar illegaal is niet grondig onderzoeken, leidt, daargelaten de betrouwbaarheid van ChatGPT als bron, niet tot een ander oordeel. Dat geen grondig onderzoek zou zijn verricht, biedt immers geen aanknopingspunt voor de conclusie dat sprake is geweest van gericht geweld door de betreffende groep. De minister heeft in dit kader ook terecht overwogen dat, als de groep achter de dood van de echtgenoot zit, het niet logisch is dat zij in Jordanië op zoek zouden gaan naar de echtgenoot. De rechtbank ziet in de enkele stelling dat de groep dan geen verantwoording zou hoeven af te leggen geen aanleiding voor een ander oordeel. Verder is terecht tegengeworpen dat eiseres beperkte kennis heeft over de groep. De rechtbank acht hierbij in het bijzonder van belang dat eiseres, zoals reeds overwogen onder 14, ook gesprekken had met haar zus over dat er een groep was langsgekomen die op zoek was naar haar echtgenoot. De minister heeft, gelet op het voorgaande, de problemen van de echtgenoot van eiseres dan ook terecht niet geloofwaardig geacht.

De zwaarwegendheid van de geloofwaardig bevonden problemen van eiseres

17. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte heeft overwogen dat zij geen vluchteling is. De minister vindt geloofwaardig dat eiseres afstand heeft gedaan van de islam en betwist niet de problemen die eiseres vreest met haar (schoon)familie, waaronder gedwongen uithuwelijking aan haar zwager. Volgens eiseres heeft de minister ten onrechte tegengeworpen dat van haar verwacht mag worden dat zij zich bij terugkeer naar Jordanië conformeert aan de standaard van de samenleving, zoals het dragen van een hoofddoek. De minister heeft daartoe ten onrechte overwogen dat de afvalligheid van eiseres vooral ziet op haar sociale leven. Het gaat immers om haar gehele leven. Hierbij gaat het niet alleen om het dragen van een hoofddoek. Eiseres heeft tatoeages, draagt make-up en kleding om haar vrijheid te tonen. De minister is volgens eiseres onvoldoende ingegaan op het feit dat eiseres zich vereenzelvigt met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen mannen en vrouwen.

Eiseres voert verder aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de Jordaanse overheid bescherming kan bieden tegen haar (schoon)familie. Deze bescherming wordt volgens eiseres in de praktijk niet geboden in situaties als die van eiseres, waarbij haar eigen (schoon)familie haar zal dwingen om te trouwen met haar zwager. Ook tegen haar afvalligheid en de bedreigingen die zij heeft ontvangen, kan de overheid onvoldoende bescherming bieden. De minister is bij de beoordeling ten onrechte niet ingegaan op de bronnen die eiseres in de zienswijze ter onderbouwing heeft vermeld. Eiseres stelt dat het in haar geval gaat om een cumulatie van apostasie, gedwongen opnieuw moeten trouwen met de zwager, een actieve bedreiging door de gehele schoonfamilie en de afwezigheid van een mannelijk netwerk. Ter onderbouwing hiervan verwijst eiseres onder meer naar informatie van Human Rights Watch (World Report 2025) en Amnesty International (Report 2024) waaruit volgt dat het Jordaanse rechtssysteem structureel discrimineert ten nadele van vrouwen. Verder is van belang dat vrouwen die hun familie ontvluchten in Jordanië het risico lopen om in administratieve detentie te worden geplaatst. Het beschermingssysteem dat de minister voor ogen heeft, functioneert in de praktijk volgens eiseres als vorm van vrijheidsberoving. De door eiseres overgelegde fatwa’s van de Jordaanse autoriteiten laten zien dat eiseres geen zeggenschap had binnen haar huwelijk en in dit licht moet de dreiging van gedwongen huwelijk worden begrepen. Eiseres heeft binnen het Jordaanse familierechtelijk systeem dan ook geen effectief middel om zich hiertegen te verzetten zonder mannelijke steun. Verder heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat alleenstaande vrouwen risico lopen op schending van artikel 3 van het EVRM als er geen mannelijk netwerk is. Eiseres voldoet aan de criteria voor alleenstaande vrouwen nu haar echtgenoot is overleden, de gezinsband met haar ouderlijk gezin is verbroken en zij geen sociaal netwerk heeft waarop zij kan terugvallen voor opvang en bescherming. Bovendien blijkt uit de in de zienswijze genoemde bronnen dat het risico bestaat dat de kinderen bij eiseres worden weggehaald vanwege haar afvalligheid. De enkele stelling dat er nog geen concrete stappen zijn gezet om eiseres uit de ouderlijke macht te zetten is onvoldoende om te kunnen concluderen dat dit risico niet zou bestaan. In dit licht zijn verder de belangen van de kinderen van groot belang en de minister heeft hiermee eveneens onvoldoende rekening gehouden. Eiseres heeft daarnaast van haar zus gehoord dat de schoonfamilie bij haar thuis naar eiseres en de kinderen heeft gezocht. Ter onderbouwing hiervan is een screenshot van een WhatsAppbericht van haar zus overgelegd. Dit maakt duidelijk dat eiseres niet met rust wordt gelaten door haar schoonfamilie. Eiseres wijst er in dit kader tot slot op dat het juist in traditionele gezinnen lastig is om effectieve bescherming te krijgen van de autoriteiten van Jordanië. Tot slot voert eiseres aan dat de minister ten onrechte heeft overwogen dat zij zich elders in Jordanië zou kunnen vestigen. In het Nederlandse landenbeleid is vastgelegd dat geen binnenlands vestigingsalternatief wordt tegengeworpen aan vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt te vrezen voor (seksuele) geweldpleging en dat zij geen bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties kunnen inroepen. Dit ziet weliswaar op vrouwenbesnijdenis, maar zou ook moeten gelden bij andersoortige seksuele geweldpleging.

Afvalligheid

18. De rechtbank overweegt als volgt. Uit het beleid van de minister volgt dat de omstandigheid dat de vreemdeling zijn godsdienst in zijn land van herkomst niet op dezelfde wijze kan uitoefenen als in Nederland onvoldoende aanleiding vormt om hem in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel. Niet elke aantasting van het recht op godsdienstvrijheid vormt namelijk een daad van vervolging. Bij de beoordeling of een aantasting van het recht op godsdienstvrijheid een daad van vervolging vormt, moet de minister, gelet op de persoonlijke situatie van de vreemdeling tegen de achtergrond van hetgeen uit algemene informatie bekend is, onderzoeken of deze om redenen van de uitoefening van die vrijheid in zijn land van herkomst een werkelijk gevaar loopt om te worden vervolgd. De minister weegt hierbij in ieder geval mee dat de vreemdeling, die een geloofsovertuiging aanhangt, de uitingen van zijn geloofsovertuiging in zijn land van herkomst niet verborgen hoeft te houden, ook niet in de situatie dat de vreemdeling voorafgaand aan zijn vertrek uit het land van herkomst zijn geloofsovertuiging verborgen heeft gehouden. Ook mag de minister niet van de vreemdeling verwachten dat hij afziet van godsdienstige handelingen, die voor hem persoonlijk bijzonder belangrijk zijn om zijn godsdienstige identiteit te bewaren, om vervolging te voorkomen.

19. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt als gevolg van haar afvalligheid. De rechtbank licht dit hieronder nader toe.

De rechtbank stelt vast dat eiseres heeft verklaard dat zij vroeger niet echt in de islam geloofde, dat zij het deed voor haar ouders en schoonfamilie en dat zij na het bidden niet in deze dingen geloofde. Verder heeft eiseres verklaard dat zij in Jordanië gewoon een hijab droeg, dat zij werd geslagen en gedwongen om hem te dragen en dat zij de hijab vier maanden na het overlijden van haar man heeft afgedaan. Eiseres heeft verder verklaard dat dat zij geen hijab meer wil dragen, omdat zij hem niet leuk vond en zich beperkt voelde in haar bewegingen als zij hem droeg. Tot slot heeft eiseres verklaard dat zij alles met vrijheid wil doen, relaties wil hebben en wil leven zoals zij dat wil, dat zij kan uitgaan, laat naar huis kan en alcohol kan drinken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister terecht overwogen dat eiseres met haar verklaringen niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar afvalligheid een belangrijk onderdeel is van haar religieuze identiteit, maar dat de uitingswens van eiseres vooral ziet op haar sociale leven. De minister heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat van eiseres kan worden verwacht dat zij zich bij terugkeer conformeert aan de gangbare normen van de samenleving.

Ten aanzien van de (schoon)familie van eiseres heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat niet aannemelijk is geworden dat zij op de hoogte zijn van het gegeven dat eiseres afstand heeft genomen van de islam. Eiseres heeft immers verklaard dat haar familieleden haar tijdens een videocall zonder hijab hebben gezien, maar dat eiseres heeft aangegeven dat zij nog wel een hijab droeg, zodat zij geen problemen met haar familie zou krijgen. Eiseres heeft hierna niet met haar familie gesproken over haar afvalligheid, zodat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de videocall geen indicatie vormt voor het standpunt dat de familie van eiseres op de hoogte is van haar afvalligheid. De minister heeft zich verder terecht op het standpunt gesteld dat uit de door eiseres overgelegde screenshots van WhatsApp niet volgt dat de broer van eiseres heeft aangegeven dat hij haar gaat vermoorden vanwege haar afvalligheid, maar vanwege het gegeven dat eiseres relaties met andere mannen is aangegaan. Uit dit bericht kan dan ook evenmin worden afgeleid dat de familie op de hoogte is van de afvalligheid. Eiseres heeft verder niet verklaard dat haar schoonfamilie haar iets wil aandoen vanwege haar afvalligheid, zodat niet aannemelijk is geworden dat eiseres voor haar schoonfamilie te vrezen heeft vanwege haar afvalligheid. De minister heeft zich tot slot terecht op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat eiseres, wanneer zij zich wil gaan uiten zoals zij zegt, geen bescherming van de Jordaanse autoriteiten kan inroepen tegen druk van haar familie. De rechtbank verwijst hierbij mede naar hetgeen onder 24.1 is overwogen.

Ten aanzien van de kinderen heeft de minister terecht overwogen dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat de kinderen daadwerkelijk van eiseres gescheiden worden bij terugkeer naar Jordanië. Uit de informatie van de website fot.humanists.international, waarnaar eiseres in de zienswijze heeft verwezen, blijkt weliswaar dat de Jordaanse ‘law of personal status’ de mogelijkheid kent om voogdijrechten te ontnemen aan afvalligen, maar deze informatie is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concreet om aannemelijk te achten dat dit in het geval van eiseres en haar kinderen ook daadwerkelijk zal gebeuren. Daarbij acht de rechtbank van belang dat, gelet op wat de rechtbank heeft overwogen onder 19.1, van eiseres mag worden verwacht dat zij zich bij terugkeer conformeert aan de gangbare normen van de samenleving. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister in de besluitvorming de belangen van de kinderen voldoende deugdelijk bij de beoordeling heeft betrokken. Uit het besluit volgt dat het belang van de kinderen is om bij de moeder te blijven. Door eiseres is verder onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de kinderen in haar geval van haar zullen worden gescheiden.

Vereenzelviging met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen vrouwen en mannen

20. De rechtbank overweegt als volgt. Het Hof van Justitie van de EU heeft in haar arrest van 11 juni 2024 geoordeeld dat vrouwen die zich daadwerkelijk vereenzelvigen met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen mannen en vrouwen, kunnen behoren tot een bepaalde sociale groep. Dit houdt volgens het Hof in dat een vrouw in haar dagelijks leven het voordeel van deze gelijkheid wil genieten, wat veronderstelt dat zij vrij haar eigen levenskeuzes kan maken die bepalend zijn voor haar identiteit. Daarbij valt te denken aan keuzes op het vlak van onderwijs en beroepsloopbaan, de mate en aard van activiteiten in de publieke sfeer, de mogelijkheid om zelf te kiezen of zij een geloof wil aanhangen en om eigen politieke opvattingen te hebben en deze te uiten, de mogelijkheid om economisch onafhankelijk te worden door buitenshuis te werken, de beslissing om alleen of in gezinsverband te wonen en de partnerkeuze. Deze vereenzelviging hoeft niet uit politieke of religieuze motieven voort te komen.

21. De rechtbank stelt vast dat de minister zowel in het bestreden besluit als op de zitting heeft erkend dat eiseres zich identificeert met de waarde van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat dit niet automatisch betekent dat eiseres behoort tot een bepaalde sociale groep die moet vrezen voor vervolging. Eiseres heeft het standpunt van de minister op de zitting dat er geen aanwijzingen zijn dat de autoriteiten in Jordanië geëmancipeerde vrouwen vervolgen, niet betwist en zij heeft erkend dat zij niet vreest om te worden gearresteerd, maar dat het niet wordt toegestaan door de familie. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

Bescherming van de autoriteiten voor problemen met de (schoon)familie

22. De rechtbank is van oordeel dat de minister in het bestreden besluit weliswaar landeninformatie heeft betrokken bij de beoordeling van de vraag of eiseres bescherming van de autoriteiten kan inroepen, maar onvoldoende kenbaar is ingegaan op de bronnen waarnaar eiseres in de zienswijze heeft verwezen. De rechtbank is daarom van oordeel dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat. De rechtbank vernietigt dan ook het bestreden besluit. De rechtbank ziet echter aanleiding de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. De minister is namelijk in het verweerschrift en op de zitting alsnog gemotiveerd ingegaan op de informatie die eiseres bij de zienswijze heeft overgelegd.

23. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat de autoriteiten van Jordanië eiseres geen bescherming kunnen bieden. De rechtbank stelt voorop dat de gemachtigde van eiseres zich op de zitting op het standpunt heeft gesteld dat niet ter discussie staat dat de autoriteiten van Jordanië in zijn algemeenheid bescherming kunnen bieden, maar dat de discussie ziet op de vraag of zij dit in het geval van eiseres voldoende kunnen bieden. De rechtbank ziet zich daarom voor de vraag gesteld of eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat de Jordaanse autoriteiten in haar specifieke situatie onvoldoende bescherming kunnen bieden.

23. De rechtbank stelt vast dat uit de informatie van Human Rights Watch en Amnesty International, waarnaar eiseres in beroep heeft verwezen, onder meer volgt dat sprake is van discriminatie van vrouwen en meisjes en dat er een gebrek aan bescherming is als het gaat om huiselijk geweld. Ook heeft eiseres verwezen naar informatie van Human Rights Watch waaruit volgt dat vrouwen in sommige gevallen meer dan tien jaar in detentie zijn gehouden. Volgens eiseres volgt hieruit dat het beschermingssysteem in de praktijk functioneert als een vorm van vrijheidsberoving.

De rechtbank stelt voorop dat de minister in de besluitvorming aan de hand van verschillende bronnen heeft gemotiveerd dat er mogelijkheden zijn om hulp van de autoriteiten in te roepen als het neerkomt op huiselijk-, seksueel- of eer gerelateerd geweld. Zo heeft de minister gewezen op diverse mechanismen en opvangsystemen voor vrouwen die risico lopen op huiselijk geweld of religieuze dwang. Ook is er wetgeving ter bescherming van vrouwen en zijn er verschillende initiatieven die de positie van vrouwen in Jordanië versterken. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de door eiseres overgelegde informatie niet dat de autoriteiten in Jordanië in het specifieke geval van eiseres niet in staat zouden zijn om bescherming te bieden. De rechtbank onderkent dat uit de overgelegde informatie volgt dat vrouwen discriminatie kunnen ondervinden, maar hieruit volgt niet dat dit in het specifieke geval van eiseres ook aan de orde zal zijn. Daarnaast is tussen partijen niet in geschil dat de autoriteiten in algemene zin in staat zouden zijn om bescherming te bieden. De rechtbank ziet in de informatie van Human Rights Watch geen aanleiding voor het oordeel dat de geboden bescherming niet effectief is. Uit de informatie volgt dat er gevallen bekend zijn waarin vrouwen die zonder toestemming hun mannelijke voogd hebben geprobeerd hun huis te verlaten en waarvan de mannelijke voogd heeft geklaagd, in administratieve detentie zijn geplaatst. Uit de overgelegde informatie volgt echter niet dat verblijf in de opvanghuizen in de praktijk steeds administratieve detentie inhoudt en dat dit in het geval van eiseres ook het geval zou zijn. Eiseres heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat het vragen van bescherming bij de Jordaanse autoriteiten bij voorbaat zinloos is of dat de autoriteiten in het specifieke geval van eiseres geen bescherming kunnen of willen bieden. De rechtbank ziet in de cumulatie van de verschillende problemen en het feit dat eiseres geen sociaal netwerk zou hebben geen aanleiding voor een ander oordeel, nu de minister terecht heeft overwogen dat de autoriteiten bescherming kunnen bieden en niet aannemelijk is geworden dat dit in het geval van eiseres anders is.

Nu de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres bescherming kan krijgen van de Jordaanse autoriteiten, slaagt ook de beroepsgrond van eiseres dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat zij zich elders in Jordanië kan vestigen niet.

De medische situatie van eiseres

25. Eiseres voert aan dat zij onder behandeling staat van de GGZ en dat zij de benodigde behandeling in Jordanië niet kan krijgen. Eiseres zal nog medische stukken overleggen ter onderbouwing.

26. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat eiseres in beroep geen medische stukken heeft overgelegd. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de minister gehouden was de medische situatie van eiseres nader te onderzoeken.

Conclusie en gevolgen

27. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering. De minister is in het bestreden besluit namelijk niet kenbaar ingegaan op de bronnen die eiseres in de zienswijze heeft aangedragen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit echter in stand, omdat de minister in het verweerschrift alsnog gemotiveerd op de bronnen is ingegaan.

Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.

De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 3 december 2025;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.

Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand