ECLI:NL:RBDHA:2026:31644

ECLI:NL:RBDHA:2026:31644

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-10-2026
Datum publicatie 28-10-2026
Zaaknummer NL26.61156 en NL26.61177
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

vrijheidsbeperkende maatregel, beroep, beoordelingen van de beroepen, handtekening, gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres (zaaknummer NL26.61156)

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.61156 en NL26.61177

V-nummer: [V-nummer 1],

[eiser] , eiser (zaaknummer NL26.61177)

V-nummer: [V-nummer 2]

mede namens hun minderjarige kinderen en hierna gezamenlijk te noemen: eisers, (gemachtigde: mr. A. Šimičević),

en

Procesverloop

Bij besluiten van 6 oktober 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder aan eisers een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).

Eisers hebben op 13 oktober 2026 tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Nadat zij bericht hadden ontvangen dat het beroep op 20 oktober 2026 mondeling behandeld zou worden, hebben eisers op 13 oktober 2026 laten weten dat zij afzien van een mondelinge behandeling en verzocht de procedure schriftelijk af te doen. Verweerder heeft ingestemd met een schriftelijke afdoening. De rechtbank heeft op 14 oktober 2026 aan partijen meegedeeld welke termijnen gelden voor de schriftelijke behandeling van het beroep.

Eisers hebben op 15 oktober 2026 beroepsgronden ingediend. Verweerder kon tot 16 oktober 2026 12:00 uur een verweerschrift indienen. Verweerder heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. De rechtbank had partijen op 14 oktober 2026 al bericht dat zij na het verstrijken van de termijn voor verweer tot 16 oktober 2026 17:00 uur gelegenheid zouden hebben om nadere stukken in te dienen en dat het onderzoek zou worden gesloten als binnen die termijn niets zou worden ingediend en de rechtbank geen vragen meer zou hebben. Aangezien er geen stukken zijn binnengekomen is het onderzoek op 16 oktober 2026 om 17.05 gesloten.

Verweerder heeft op 16 oktober 2026 na de sluiting van het onderzoek nog stukken geüpload in het digitale dossier en een bericht in het digitale dossier geplaatst waarin om uitstel voor het indienen van een verweerschrift wordt verzocht in verband met de grote hoeveelheid zaken voor de zitting van 20 oktober 2026. Op 17 oktober 2026 heeft de gemachtigde van eisers erop gewezen dat verweerder geen verweerschrift heeft ingediend en verzocht daaraan gevolgen te verbinden en eventueel later ingediende stukken en verweerschriften buiten beschouwing te laten.

De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

Juridisch kader

1. Uit artikel 56, eerste lid, van de Vw volgt dat verweerder, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te geven regels, als het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid zulks vordert, dan wel om doeltreffend te voorkomen dat de vreemdeling onderduikt wanneer er een onderduikrisico bestaat, de vrijheid van beweging kan beperken van de vreemdeling die:

a. geen rechtmatig verblijf heeft; of

b. rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e.

Bestreden besluiten

2. Verweerder heeft eisers (en met hen hun drie minderjarige kinderen) in de maatregel verplicht om met ingang van 6 oktober 2026 te verblijven in de gemeente [locatie], alwaar zij samen met hun minderjarige kinderen in de gezinslocatie van [instelling] verblijven.

In de bestreden besluiten heeft verweerder overwogen dat de openbare orde of de nationale veiligheid de maatregel vordert. Verweerder wijst hierbij op de omstandigheid dat eisers niet hebben voldaan aan de rechtsplicht om uit eigen beweging Nederland te verlaten. Verder overweegt verweerder dat eisers meerdere aanvragen voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel hebben ingediend die zijn afgewezen en dat hun huidige (derde) asielaanvraag niet-ontvankelijk is verklaard. Tot slot beschikken eisers niet over een vaste woon- of verblijfsplaats en hebben zij niet voldoende middelen van bestaan.

Beoordeling van de beroepen

3. Eisers voeren onder meer aan dat de bestreden besluiten niet zijn ondertekend. Beide maatregelen zijn niet voorzien van een (elektronische) handtekening.

De rechtbank stelt het volgende voorop. Zoals hiervoor is vermeld heeft verweerder geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid een verweerschrift in te dienen en pas na het verstrijken van de termijn en na de sluiting van het onderzoek verzocht om uitstel en stukken toegevoegd aan het dossier (een ondertekende versie van de vrijheidsbeperkende maatregelen en van de processen-verbaal van gehoor). De rechtbank heeft in het na de sluiting van het onderzoek ingediende bericht van verweerder geen aanleiding gezien het onderzoek te heropenen. Een verzoek om uitstel dient te worden ingediend voor het verstrijken van de termijn waarvan verlenging wordt gevraagd, in dit geval dus wat betreft het verweerschrift voor 16 oktober 2026 12:00 uur en voor het indienen van stukken voor 16 oktober 2026 17:00 uur. Verweerder wist bovendien dat het onderzoek op 16 oktober 2026 om 17:00 uur zou worden gesloten indien geen stukken meer zouden zijn ingediend en de rechtbank geen vragen meer zou hebben. Niet gesteld is dat verweerder door de grote hoeveelheid zaken voor de zitting van 20 oktober 2026 geen gelegenheid had tijdig de stukken te uploaden of tijdig om uitstel te verzoeken. De rechtbank acht dit ook niet aannemelijk. Naar het oordeel van de rechtbank is de termijnoverschrijding daarom niet verontschuldigbaar en dienen de gevolgen daarvan voor rekening en risico van verweerder te komen. De stukken die na het sluiten van het onderzoek zijn toegevoegd aan het dossier worden door de rechtbank dan ook niet meegenomen in haar beoordeling.

De rechtbank overweegt over de rechtsgeldigheid van de maatregel als volgt. Een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56, eerste lid, van de Vw kan alleen opgelegd worden door een bevoegde ambtenaar, zoals omschreven in artikel 5.2 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV). Daarnaast volgt uit paragraaf A7 van de Vreemdelingencirculaire 2000 dat het modelformulier M108-A wordt gebruikt voor het opleggen van een maatregel op grond van artikel 56, eerste lid, van de Vw. De ambtenaar die het besluit neemt, vult dat in en reikt het besluit onmiddellijk uit. In het modelformulier is een ruimte opgenomen die niet alleen is bestemd voor de naam en functie maar ook voor de handtekening van de ambtenaar die het besluit namens verweerder neemt. Verweerder gaat er dus in zijn beleid van uit dat een dergelijk besluit moet worden ondertekend en dat een ondertekende versie wordt uitgereikt. Met de ondertekening verklaart de ambtenaar die het besluit neemt dat hij bevoegd is de vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. Verder is door de ondertekening kenbaar wie het besluit heeft genomen en is vervolgens toetsbaar of het door een bevoegd persoon is genomen. Weliswaar zijn de naam en functie van de DT&V regievoerder opgenomen in de bestreden besluiten die zich bij het sluiten van het onderzoek in het dossier bevinden, maar zijn handtekening ontbreekt. Hierdoor kan de rechtbank niet nagaan of aan eisers een ondertekende maatregel is uitgereikt en kan ook niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de maatregelen daadwerkelijk opgelegd zijn door een bevoegde ambtenaar en voldaan is aan artikel 5.2 van het VV. Dit is naar het oordeel van de rechtbank een ernstig gebrek dat de maatregel onrechtmatig maakt als de met de maatregel gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Van zwaarwegende belangen aan de zijde van verweerder is niet gebleken. De vrijheidsbeperkende maatregelen moet daarom van aanvang af onrechtmatig worden geacht. De beroepsgrond slaagt dus.

Gelet op wat hiervoor is overwogen, zijn de beroepen gegrond. Wat eisers voor het overige hebben aangevoerd, hoeft daarom niet meer te worden besproken.

Conclusie en gevolgen

4. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank beveelt de vrijheidsbeperkende maatregelen op te heffen.

5. De rechtbank gaat er verder van uit dat sprake is van een beperking in de bewegingsvrijheid die immateriële schade tot gevolg heeft. Die schade is geringer dan bij een vrijheidsontnemende maatregel. Hiervan uitgaande acht de rechtbank aannemelijk dat eisers ten gevolge van de ten onrechte opgelegde maatregel immateriële schade hebben geleden van € 25,- per dag die zij ten onrechte in hun vrijheid zijn beperkt. De rechtbank kent een schadevergoeding toe voor 22 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsbeperkende maatregel, dus van 22 x € 25,- = € 550,- x 5 eisers, in totaal € 2.750,-.

6. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1, waarbij sprake is van samenhangende zaken).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- beveelt de opheffing van de vrijheidsbeperkende maatregelen met ingang van vandaag;

- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eisers tot een bedrag van € 2.750,00;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 934,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Felić, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.A. Bouter - Rijksen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand