RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1], (V-nummer [V-nummer 1])
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers:
NL25.34509
NL25.34758
NL25.34475
NL25.34706
[eiser 2], (V-nummer [V-nummer 1])
[eiser 3], (V-nummer [V-nummer 2])
[eiser 4], (V-nummer [V-nummer 2])
Hierna gezamenlijk te noemen: eisers,
(gemachtigde: mr. K. Taha),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Eisers hebben op 28 juli 2025 beroepen ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 14 juni 2024. Eisers hebben een familiale relatie en zijn samen naar Nederland gereisd, derhalve worden hun beroepen in samenhang behandeld.
Op 10 november 2025 is alsnog op de asielaanvragen van eisers beslist.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Verweerder heeft de asielaanvragen van eisers ingewilligd. Nu hiermee tegemoet is gekomen aan de beroepen voor zover deze gericht zijn tegen het niet tijdig nemen van de besluiten, hebben eisers in zoverre geen procesbelang meer. In de zaken met nummers NL26.34758, NL26.34475 en NL26.34706 is dit voor eisers aanleiding geweest de beroepen in te trekken. In de zaak met nummer NL26.34509 is eiser hiertoe niet overgegaan. Dit beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
2. Ook wanneer een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, is een proceskostenveroordeling mogelijk. Dit is in het bijzonder het geval als het bestuursorgaan aan de indiener van het beroepsschrift is tegemoetgekomen. Gelet op wat hiervoor is overwogen, doet deze situatie zich hier voor.
3. Omdat eisers vanwege het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen beroepen hebben kunnen instellen, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat de beroepen alleen zien op het niet tijdig nemen van een besluit.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep in de zaak met nummer NL26.34509 niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 27 oktober 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van M.G. Rudeychuk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.