[naam 1] , verzoekster
mede namens haar minderjarige dochter
[naam 2] en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier
(gemachtigde: mw. R. Tellinga).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening door het treffen van een ordemaatregel.
Het college heeft met het besluit van 20 oktober 2026 besloten de opvang met ingang van 20 oktober 2026 te beëindigen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
In verband met het spoedeisende karakter van dit verzoek om een voorlopige voorziening, heeft een openbare behandeling van het verzoek niet plaatsgevonden.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Het college heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat eiseres, sinds zij op
3 april 2024 in de opvanglocatie te Marum verbleef waardoor zij akkoord is gegaan met de ‘Huisregels opvanglocaties voor ontheemden uit Oekraïne’ van de gemeente Westerkwartier, vaker en langere tijd (met tussenpozen) afwezig is geweest zonder geldige toestemming. In 2026 is eiseres in totaal 43 dagen afwezig geweest, waarvan slechts 28 dagen op de daarvoor aangewezen wijze zijn aangevraagd en toegekend. Eiseres is hier meerdere keren op aangesproken echter zonder resultaat. Dit heeft tot gevolg gehad dat het recht op verblijf op de locatie Marum per 1 september 2026 is beëindigd. Op 28 september 2026 heeft eiseres zich met haar dochter gemeld in Utrecht met het verzoek om opvang. Nadat op 30 september 2026 van de coördinatie voor opvang van ontheemden uit Oekraïne was vernomen dat er landelijk geen plek beschikbaar is, is eiseres geïnformeerd dat zij en haar dochter vanaf 7 oktober 2026 gebruik kunnen maken van de noodkamer te Midwolde. Op 8 oktober 2026 heeft een gesprek met eiseres plaatsgevonden waarin de voorwaarden van het gebruik van de noodkamer zijn uitgelegd en is aangegeven hoe eiseres kan voorkomen dat de opvang opnieuw beëindigd wordt. Desondanks is eiseres op 16 oktober 2026 zonder toestemming of kennisgeving vertrokken en niet meer teruggekeerd. Daarop heeft het college de opvang op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne beëindigd.
3. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt. Ook heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Zij heeft gevraagd haar en haar dochter opnieuw noodopvang te bieden totdat kan worden voorzien in een reguliere plek.
4. De griffier van de rechtbank heeft de gemachtigde van het college gevraagd om eiseres en haar dochter opnieuw noodopvang te verlenen en daarbij aangegeven dat de behandeling van het verzoek in dat geval zo spoedig mogelijk zal plaatsvinden. Ook heeft de griffier gevraagd naar de onderliggende stukken van het besluit en een verweerschrift. De gemachtigde van de gemeente heeft de griffier omstreeks 15.30 uur telefonisch laten weten dat het de gemeente nog niet gelukt is om opvang te regelen. Ook is aangegeven dat het verweerschrift niet meer vandaag aan de rechtbank zal worden toegezonden.
5. Gelet op het tijdsverloop en de omstandigheid dat de voorzieningenrechter nog niet in het bezit is van het aangekondigde verweerschrift is de voorzieningenrechter niet in staat een zorgvuldig oordeel te vellen. Daarom treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit van 20 oktober 2026 worden geschorst tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening. Dit betekent dat het college verzoekster en haar dochter per vandaag weer opvang zal moeten verlenen tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Beslissing
De voorzieningenrechter treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit van 20 oktober 2026 worden geschorst tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier de voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: