ECLI:NL:RBDHA:2026:31801

ECLI:NL:RBDHA:2026:31801

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-10-2026
Datum publicatie 29-10-2026
Zaaknummer AWB 26/14140
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Beroep gegrond. Verweerder heeft erkend dat het besluit van de beëindiging van de opvang niet in stand kan blijven en dat eiser weer moet worden toegelaten tot de opvang. Eiser is tot op heden echter nog niet toegelaten tot de opvang en daarover niets vernomen van verweerder. De rechtbank oordeelt dat sprake is van procesbelang en stelt zelf vast dat de beëindiging van de opvang onrechtmatig is geweest. De voorzieningenrechter treft daarbij ambtshalve een voorlopige voorziening.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser], eiser

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder.

Samenvatting

Beslissing

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 26/14140

V-nummer: [V-nummer]

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. D. Brouwer),

en

1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de opvang van eiser in een opvanglocatie van verweerder. Verweerder heeft erkend dat het besluit van de beëindiging van de opvang niet in stand kan blijven en dat eiser weer moet worden toegelaten tot de opvang. Eiser is tot op heden echter nog niet toegelaten tot de opvang en de gemachtigde van eiser heeft daarover niets vernomen van verweerder. De rechtbank oordeelt dat sprake is van procesbelang bij de beoordeling van het beroep en stelt zelf ook vast dat de beëindiging van de opvang onrechtmatig is geweest. Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. De voorzieningenrechter treft daarbij ambtshalve een voorlopige voorziening.

De rechtbank:

Procesverloop

Eiser is geboren op [geboortedag] 2007 en heeft de Syrische nationaliteit. Eiser heeft sinds 12 juni 2024 een verblijfsstatus asiel bepaalde tijd. Eiser verbleef in een opvanglocatie van verweerder. Op 5 augustus 2026 heeft verweerder de opvang van eiser beëindigd, omdat eiser twee keer achter elkaar niet heeft voldaan aan de meldplicht. Verweerder heeft eiser dit laten weten met een brief van dezelfde datum ‘Uitschrijfkaart vergunninghouders’ (het bestreden besluit).

Eiser is het hier niet mee eens. Hij heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Eiser voert – kortgezegd – aan dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de waarborgen van artikel 10 van de Rva en artikel 20 van de Opvangrichtlijn. Eiser heeft slaapproblemen en psychische problemen en verweerder wist daarvan. Verweerder was er ook van op de hoogte dat eiser zich tijdens de meldplicht bevond op zijn kamer, in slaap. Eiser onderhield steeds contact met verweerder.

Verweerder heeft de rechtbank op woensdag 14 oktober 2026 laten weten dat verweerder na een interne beoordeling tot de conclusie is gekomen dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. Verweerder heeft toegezegd dat eiser alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld om gebruik te maken van de opvangvoorzieningen van verweerder.

Na dit bericht van verweerder heeft eiser zijn verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken. Hij heeft wel zijn beroep gehandhaafd en aanvullende vragen gesteld aan verweerder.

Verweerder heeft op donderdag 15 oktober 2026 aanvullend toegezegd dat het gemiste eet- en leefgeld aan eiser zal worden gecompenseerd. Voor wat betreft de koppeling met de gemeente Amsterdam heeft verweerder aangegeven dat het dossier gedurende de lopende procedure door de gemeente on hold was gezet. Inmiddels is aangegeven aan de gemeente dat eiser weer kan worden bemiddeld en aan de gemeente is verzocht om eiser opnieuw op de bemiddelingslijst te plaatsen, met behoud van zijn oorspronkelijke koppeldatum, zodat hij niet achteraan de wachtlijst wordt gezet.

De rechtbank heeft vervolgens op vrijdag 16 oktober 2026 van de gemachtigde van eiser vernomen dat eiser nog geen toegang heeft gekregen tot de opvang, ondanks de toezegging door verweerder en ondanks hulp van Vluchtelingenwerk. De gemachtigde van eiser heeft dit ook aan verweerder laten weten en gevraagd hoe deze opvang gerealiseerd kan worden, maar verweerder heeft niet gereageerd.

De griffier heeft op maandag 19 oktober 2026 contact opgenomen met de gemachtigde van eiser en gevraagd naar de stand van zaken. De gemachtigde van eiser heeft laten weten dat eiser nog niet is toegelaten tot de opvang en dat verweerder nog niet heeft gereageerd.

De rechtbank heeft het beroep op dinsdag 20 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser en M. Kurdi als tolk deelgenomen. Ook was mr. J. Raaijmakers aanwezig. Hij trad op als gemachtigde namens de minister van Asiel en Migratie in andere zaken die op de zitting van 20 oktober 2026 zijn behandeld. De rechtbank heeft hem gevraagd om ook aanwezig te zijn bij de behandeling van onderhavige zaak, ondanks dat hij niet op de hoogte was van de inhoud van deze zaak, omdat hij wel contact zou kunnen opnemen met verweerder over deze zaak.

Beoordeling door de rechtbank

Is de rechtbank bevoegd?

3. De rechtbank stelt allereerst vast dat de beëindiging van de opvang met de brief ‘Uitschrijfkaart vergunninghouders’ van 5 augustus 2026 kan worden aangemerkt als een handeling van verweerder, die op grond van artikel 5, tweede lid, van de Wet COa met een besluit gelijk wordt gesteld. In afwijking van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 staat hiertegen geen bezwaar, maar enkel beroep open. Dat brengt mee dat de rechtbank bevoegd is om over het onderhavige beroep een oordeel te geven.

Is het beroep ontvankelijk?

De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser, nu verweerder heeft toegezegd dat eiser alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld om gebruik te maken van de opvangvoorzieningen van verweerder, nog procesbelang heeft bij een behandeling van zijn beroep.

Van procesbelang is sprake als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het indienen van het beroep nastreeft daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang. Als sprake is van een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Daarnaast kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade als gevolg van de besluitvorming is geleden.

De rechtbank is van oordeel dat procesbelang in dit geval nog aanwezig is. Eiser is, op het moment van de zitting en deze uitspraak, nog niet toegelaten tot de opvang. De gemachtigde van eiser heeft nog geen reactie ontvangen van verweerder over de realisatie van de opvang. Ook bestaat nog onduidelijkheid over de hoeveelheid eet- en leefgeld die aan hem zal worden gecompenseerd. De gemachtigde van eiser heeft op de zitting ook aangegeven dat nog niet duidelijk is of de koppeling met de gemeente is hersteld. Dit alles maakt naar het oordeel van de rechtbank dat eiser nog procesbelang heeft bij de behandeling van zijn beroep.

Was de beëindiging van de opvang en het onthouden van opvang in voornoemde periode onrechtmatig?

Gelet op wat hiervoor is overwogen komt de rechtbank toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vraag of de beëindiging van de opvang en het onthouden van opvang in voornoemde periode onrechtmatig was.

Verweerder heeft hierover allereerst zelf al vastgesteld dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. Omdat eiser echter, ondanks de toezegging van verweerder en de vaststelling van verweerder dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven, nog niet is toegelaten tot de opvang, ziet de rechtbank aanleiding om hier voor de volledigheid nog over te oordelen. De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank stelt vast dat sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 10 van de Rva. Daaruit volgt dat de verstrekkingen geheel of gedeeltelijk kunnen worden onthouden als de vreemdeling zich niet wekelijks meldt bij verweerder. Uit de toelichting bij de Rva volgt verder dat de vraag of, en zo ja in welke mate de verstrekkingen kunnen worden beëindigd op grond van artikel 10 van de Rva, afhangt van concrete omstandigheden. Hierbij moeten het evenredigheidsbeginsel en de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit in acht worden genomen. Meer concreet brengt dit mee dat bezien moet worden of de beëindiging in verhouding staat tot de betrokken gedraging of het nalaten van de betrokken bewoner. Verweerder moet nagaan of in alle redelijkheid de gedraging zodanig ernstig is wat betreft de aard en omvang dat dit de gehele of gedeeltelijke onthouding rechtvaardigt. De zwaarte van de maatregel moet daarnaast eveneens in overeenstemming zijn met het karakter en de ernst van de gedraging. Bezien moet worden of geen andere, tot minder zware gevolgen leidende maatregel dan de gehele of gedeeltelijke beëindiging van de verstrekkingen mogelijk of meer passend is. De belangen van de betrokken vreemdeling moeten tot slot bij de beslissing óf een maatregel wordt opgelegd, en zo ja welke, worden meegewogen.

De rechtbank ziet in het bestreden besluit niet terug dat verweerder heeft gekeken naar de evenredigheid, proportionaliteit en subsidiariteit van de beëindiging van de opvang en ziet ook niet terug dat verweerder de belangen van eiser heeft meegewogen. Gelet op de toelichting bij artikel 10 van de Rva had verweerder dat wel moeten doen. Het bestreden besluit is om deze reden onrechtmatig.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en dat verweerder de opvang van eiser ten onrechte heeft beëindigd. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit van 5 augustus 2026.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 8:72, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de beroepsprocedure een voorlopige voorziening te treffen. Dit nu eiser, ondanks de toezegging door verweerder, tot op heden nog niet is toegelaten tot de opvang. Er is op dit moment ook nog geen concreet zicht op hoe de toegang tot de opvang gerealiseerd kan worden, omdat verweerder niet reageert op de berichten van de gemachtigde van eiser. De rechtbank treft daarom ambtshalve een voorlopige voorziening, die inhoudt dat eiser per direct weer moet worden toegelaten tot de opvang, dat zijn verstrekkingen weer door hem worden ontvangen en dat hij gekoppeld wordt met de gemeente waar hij teruggeplaatst wordt op de wachtlijst voor een woning, op dezelfde plek als waar hij stond.

Omdat het beroep gegrond is, zal de rechtbank verweerder veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van eiser. Deze vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het beroepschrift ingediend en is op de zitting verschenen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. Omdat de zaak een gemiddeld gewicht heeft, is op deze waarde de factor 1 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2026 door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van mr. I.G.A Karregat, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de getroffen voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand